Vrijdag, 15 november, 2019

Geschreven door: Eggers, Dave
Artikel door: Nooij, Marjon

De parade

Verbinding

[Recensie] In een land – naar alle waarschijnlijkheid staat hier een Afrikaans land model – waar jarenlang een burgeroorlog heeft gewoed, worden met een particulier chartervliegtuig twee mannen ingevlogen. Zonder identiteitspapieren en voorzien van een codenaam, te weten Vier en Negen. Dit uit veiligheidsoverwegingen, omdat het bedrijf in het verleden te maken heeft gehad met ontvoering van personeel, afpersing en zelfs moord. Voor alle zekerheid zijn ze uitgerust met handvuurwapens, messen en dergelijke. Zelfs het materieel en de machinerie is ontdaan van nummer en naam. De effici├źnte, supersonische en snelwerkende asfalteermachine heeft de codenaam RS-80 gekregen.

De bedoeling is dat door het aanleggen van een kilometers lange asfaltweg het letterlijk verscheurde land weer aaneengesloten wordt. In veertien dagen tijd dient de klus geklaard te zijn, vanwege een vooruit geplande zelfverheerlijkende parade van de president van het land. De stad ligt in puin, de ziekenhuizen liggen vol gewonden en stervenden, er zijn vele wezen, vluchtelingen en daklozen, maar de bevolking is euforisch bezig met de wederopbouw ervan.

Al meteen komt Eggers to the point en maakt de lezer duidelijk dat de neuzen van de twee heren niet in de zelfde richting wijzen, waardoor ergernis en confrontatie niet uit zullen blijven. De dreiging is direct voelbaar en hij doet dat met een ironische inslag. De setting van dit consistente verhaal blijft klein, doordat hij maar een beperkt aantal personages ten tonele brengt. Zijn voorliefde voor dystopie, zoals hij in De cirkel gebruikte, komt ook in deze roman duidelijk naar voren.

Negen is de extraverte van dit duo, zoekt zijn genot bij de dames van plezier. Hij ziet de lol van de klus wel in en lapt de strenge regels die Vier hem heeft medegedeeld voor het overgrote deel aan zijn laars. Ondanks dat hem is gezegd dat hij geen direct contact mag hebben met de locale bevolking, ziet Vier hem toch ravotten in het water met jonge jongens.

Sociologie Magazine

Vier (bijgenaamd De Klok) – vanuit zijn personage krijgen we dit verhaal voor ogensluit zich af voor alles en iedereen, bewaakt krampachtig de grenzen van zijn eigen territorium. H├şj zit op de asfalteermachine en Negen rijdt voor hem uit om ervoor te zorgen dat de weg vrij is van obstakels en obstructies. Met een rigide houding richt Vier zich op de klus. Wanneer hij bezig is en niet gestoord wenst te worden doet hij zijn oortjes in en luistert, maar waar luistert hij toch naar…?

Het is een stoïcijns man, bijna emotieloos, maar er bekruipt hem toch een zekere vorm van paniek wanneer Negen zich buiten de lijntjes begeeft van de kaders die Vier voor ogen heeft. Vier zoekt geen contact met de bevolking en eet zijn meegebrachte etenswaren. Wat hij wil is werken, minimaal pauzeren en het liefst elke dag vooruit werken.

“Wel eens iets gevaarlijks meegemaakt?’ vroeg Negen.

Vier was maar twee keer met een vuurwapen bedreigd. Zijn soort werk werd vaak uitgevoerd in periodes en gebieden die getekend waren door geweld en bloedvergieten, maar zelf had hij daar nooit mee te maken gehad. Bij een eerdere klus had hij iets gezien waarvan hij later hoorde dat het een neerstortend passagiersvliegtuig was geweest dat vanaf de grond met een luchtdoelraket was neergeschoten. Hij was langs waterputten gekomen met lijken erin. Hij was een keer ergens geweest waar een paar minuten later iemand zou worden gekruisigd. ‘Nee’ antwoordde hij.”

Vier vraagt zich af of de functie van Negen wel zoveel toevoegt. Hij is ervan overtuigd dat hij het in zijn eentje ook wel zou redden en is de recalcitrante en grenzeloze Negen eigenlijk liever kwijt dan rijk. Waar Vier zich afsluit voor alles wat er om hem heen gebeurt, is Negen juist degene die openstaat voor de locale bevolking.

“Maar ik moet zeggen: ik voel me hier z├│ vervuld. Dat optimisme van die mensen, het lijkt wel de geboorte van een ster. Het geeft licht. Mijn hart is vol. Voelt jouw hart ook zo vol?’ Vier zweeg en Negen leek zijn stilte als instemming op te vatten. ‘Ja,’ ging hij door, ‘ik geloof niet dat ik me ooit zo direct en diep betrokken heb gevoeld.”

Wanneer Negen op sterven na dood ziek wordt, voelt de woedende Vier zich door hem bedonderd en noodgedwongen uit zijn comfortzone getrokken. Een ogenschijnlijk louche heerschap, Medaille genaamd, biedt de helpende hand, maar Vier vertrouwt het allemaal niet. Tegen wil en dank wordt hij meegesleurd en uit zijn werkroutine gehaald.

Zo klein als Eggers het verhaal ogenschijnlijk houdt, zo groots maakt hij de inhoud en hoewel hij vliegensvlug zijn punt maakt, is het geen uitgekauwd geheel. Hij laat voldoende ruimte over om na te denken over verwarrende intermenselijke relaties, waarbij de lezer over afkomst en het milieu waar de mannen uitkomen in het ongewisse wordt gelaten. Zoals de rafelrand tussen noord en zuid verbonden moet worden door de weg, zo werkt Eggers – gebruikmakend van licht bijtende en subtiele humor – toe naar het al dan niet verbinden van de menselijke belangen, om aan het einde de lezer keihard te confronteren.

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken