Vrijdag, 28 februari, 2020

Geschreven door: Steinbeck, John
Artikel door: Koster, Jan

De parel

Zegen blijkt vloek

[Recensie] Kino ontwaakt als het nog schemert. Hij geniet van de geluiden die de natuur voortbrengt, van zijn vrouw Juana die altijd eerder wakker is dan hij en van hun baby, Coyotito. In zijn hoofd klinkt een lied dat als het aan hem zou liggen het Lied van het gezin zou heten.

Zo begint De parel van John Steinbeck.

De vredige rust wordt wreed verstoord als de baby wordt gestoken door een schorpioen. Zij snellen naar een dokter maar zodra hij hen ziet heeft hij het ineens heel druk met aanbieden van zijn diensten aan mensen die wel geld hebben.
Kino gaat boos en beschaamd naar huis.

Dan lijkt het lot het arme gezin goedgezind te zijn. Tijdens het plukken van oesters ziet Kino een groot exemplaar. Met binnenin een enorme parel. Ineens ziet de toekomst er zonniger uit en misschien kan hun kind later wel naar school.

Boekenkrant

Het gerucht van zijn aanstaande rijkdom gaat snel. De eerste die zich meldt is de pastoor die zich anders nooit laat zien. De tweede is de dokter die ineens alle tijd heeft om de baby te helpen. Ongewenste bezoekers dienen zich aan die maar wat graag De parel willen jatten. Er volgt nog veel meer ellende en bedrog. De hoop op een zorgeloze toekomst vervliegt razendsnel. Kino bedenkt een oplossing, maar het loopt heel anders dan gehoopt.

De parel is eens temeer het bewijs dat een boek niet de omvang van een baksteen hoeft te hebben. In net iets meer dan honderd pagina’s vertelt Steinbeck een verhaal met heel wat inhoud. Het wordt spannend als het gezin wordt achtervolgd door genadeloze schurken en het vege lijf moet zien te redden. Verder is de plot vrij voorspelbaar, de aantrekkingskracht zit in andere dingen.

De hypocrisie van de heersende klasse is stuitend, Steinbeck beschrijft dat onnadrukkelijk, met een zekere achteloosheid alsof het vanzelfsprekend is, nooit anders is geweest en nooit zal veranderen. Het gaat ook over de krachten, zoals jaloezie en hebberigheid, die loskomen als iemand ineens een onverwacht geluk ten deel valt.
Steinbeck begeeft zich op vertrouwd terrein, het dubbeltje Kino zal geen kwartje worden. Daar zorgen de lokale machthebbers wel voor. De passage waarin Kino de waarde van De parel in klinkende munt wil omzetten is de beste illustratie daarvan.

Ook is het bij vlagen genieten van de terloopse observaties en beschrijvingen. Het echtpaar komt, met name door de halsstarrigheid van Kino, terecht in erbarmelijke omstandigheden, maar Juana neemt haar man niets kwalijk:

“Ze was niet boos op Kino. Hij had gezegd: “Ik ben een man,” en voor Juana betekende dat iets heel speciaals. Het betekende dat hij voor de helft krankzinnig was en voor de helft een god.”

De parel is allicht niet het bekendste en evenmin het beste werk van Steinbeck. Het verhaal is weliswaar niet heel verrassend, maar door de manier waarop hij het presenteert valt er toch heel wat te genieten.

Eerder verschenen op jkleest