Dinsdag, 19 oktober, 2021

Geschreven door: Friele, Robert-Jan
Recensie door: Verplancke, Marnix

De Pizarro’s

Biografie van een FARC familie in Colombia

Robert-Jan Friele geeft een boeiend en soms ook schrikwekkend beeld van een eeuw Colombiaanse geschiedenis, en dat aan de hand van het verhaal van een familie, de Pizarro’s.

[Recensie] Op 22 mei 1973, om vier uur ’s nachts, kreeg een FARC-commando de opdracht het koffiedorp Colombia binnen te vallen en er de macht over te nemen. Onder leiding van Carlos Pizarro bestormden de strijders het lokale politiebureau en maakten ze de kluis leeg van de Banco Agrario. Veel tegenstand kwam er niet, waardoor Pizarro al na korte tijd vanop de kerktrappen een verklaring kon voorlezen: “We zijn hier gekomen om het bewustzijn van de onderdrukten de doen ontwaken,” begon hij zijn communistisch getinte speech die nogal wat wenkbrauwen deed fronsen bij de lokale boeren. Toen een paar uur later in de verte het geluid van naderende legerhelikopters de stilte doorbrak en de guerrillero’s op de vlucht sloegen vond niet iedereen dat een slechte zaak.

Die aanval heeft om meer dan een reden de geschiedenisboeken gehaald. Eerst en vooral omdat het de eerste actie was van de Colombiaanse guerrilla-organisatie FARC, die nadien nog tot een stuk in de eenentwintigste eeuw tegen de Colombiaanse overheid zou blijven strijden, maar ook omdat Carlos Pizarro er zijn eerste publieke optreden mee maakte. Carlos Pizarro is immers een naam die klinkt als een bel in de geschiedenis van de 35 guerrillagroepen die sinds midden jaren 1960 de wapens opnamen voor het Colombiaanse volk, blijkt uit Robert-Jan Frieles boek De Pizarro’s, een overzicht van een eeuw Colombiaanse geschiedenis zoals die door een bepaalde familie werd beleefd en gestuurd.

Friele, voormalig Zuid-Amerika-correspondent voor een aantal Nederlandse kranten, begint zijn verhaal in de eerste helft van de twintigste eeuw, toen Juan Antonio Pizarro verliefd werd op de elf jaar jongere Margot Leongomez. Hij werd de Admiraal genoemd omwille van zijn functie binnen de Colombiaanse zeemacht die amper uit twee afgedankte Britse boten bestond en zij was de dochter van een voorname familie die schipperde tussen conservatisme en liberalisme. Ze trouwden in 1947, een jaar voor de liberale politicus Jorge Eliecer Gaitan vermoord werd en La Violencia uitbrak, twee decennia van maatschappelijk geweld die aan 200.000 Colombianen het leven zouden kosten. Het is tegen die achtergrond dat de vijf kinderen van Margot en de Admiraal opgroeiden. De liberalen en de conservatieven beslisten om voortaan een regering van nationale eenheid te vormen die ze om beurten vier jaar zouden leiden en de gewone Colombiaan was de pineut, want die verarmde zienderogen.

TijdvoorTijdschriften

Vandaar dat Carlos, Hernando en Nina Pizarro eind jaren 1960 de wapens opnamen, en dat hun broers Juan Antonio en Eduardo een meer dan gemiddelde interesse toonden in het marxisme. Het dramatische verhaal van de kinderen Pizarro is dat van hun land, lezen we meer dan eens tussen de regels in Frieles boek. Zij vochten voor een onhaalbaar ideaal, zaaiden geweld en vernieling en oogstten in feite alleen miserie. Ze destabiliseerden hun land, leverden het zo ook wel een beetje uit aan de cocaïnemaffia en hielden zichzelf voor dat ze helden waren, ook al richtten de boeren die ze zo hard wilden bevrijden na verloop van tijd hun eigen milities op om hen tegen de guerrillero’s te beschermen. Het geld in de kluizen van de Banco Agrario was immers niet van de “kapitalisten”, maar wel van hen.

Vijf jaar geleden tekenden de FARC en de Colombiaanse overheid een vredesverdrag. Helemaal sluitend is dat niet en jaarlijks vallen er nog steeds een paar honderd doden, maar het is zo’n immens verschil in vergelijking met de situatie van een paar decennia geleden, toen zowat iedereen doelwit of slachtoffer van geweld kon worden. Soms droop het cynisme ervan af, zoals toen Carlos, inmiddels niet meer bij de FARC, maar leider van M-19, een topman van de vakbond ontvoerde die hij ervan beschuldigde te collaboreren met de kapitalisten. We gaan het volk laten beslissen over het lot van de vakbondsman, maakte Carlos bekend. Mensen moesten “si” of “no” antwoorden op de vraag of de man mocht blijven leven. Ze dienden dat op de muren van Bogota te schrijven, en jammer genoeg werd het nee. Al vroeg zowat iedereen zich af hoe Carlos zijn stemmen had geteld. Hernando, die aan de leiding stond van een afdeling van het Frente Ricardo Franco ging wat nietsontziende wreedheid nog een stap verder toen hij eind 1985 vermoedde dat er infiltranten in zijn organisatie waren binnengedrongen en vervolgens meer dan honderd van zijn eigen manschappen op bijzonder gewelddadig wijze liet ombrengen. De buik van zwangere vrouwen werd opengereten en de foetus vervolgens doodgeslagen, het hart van mannen werd levend uit de borstkas gerukt.

Een land waarin polarisatie vrij spel krijgt en waarin geen plaats meer is voor het politieke centrum, valt ten prooi aan blinde wreedheid, zou je een van de levenslessen uit Frieles De Pizarro’s kunnen duiden. Of zoals een van de overlevende Pizarro’s het tegen Friele zei: “Vader had gelijk toen hij opmerkte dat we beter sociale veranderingen konden nastreven via parlementaire weg, maar wij waren jong en ongeduldig.”

Eerder verschenen in De Morgen