Vrijdag, 6 april, 2018

Geschreven door: Joyce, Rachel
Artikel door: Cuijpers, Anke

De platenzaak

Een sprookje over het vermogen lief te hebben

[Recensie] Muziek vermag iets waar de taal hopeloos bij achter blijft, een instant effect op zintuigen en gemoed, alleen vergelijkbaar met het eten van roomsoezen. In De platenzaak probeert Rachel Joyce iets van dat muzikale vermogen te vangen, wat op momenten interessante lectuur oplevert.

Rachel Joyce schreef hoorspelen en meerdere goedverkopende romans. Ze stond met haar debuut op de longlist van de Man Booker Price, en ontving er de National Book Awards 2012 voor. De platenzaak was mijn eerste kennismaking met deze auteur.

Het verhaal begint zoals alle sprookjes beginnen, met er was eens: “Er was eens een platenzaak.” Een platenzaak die alleen maar vinyl verkoopt, de zwarte schijven met het pendikke gat in het midden en de groeven waarin een lied schuilhoudt, pas hoorbaar als er een naald op gezet wordt. Platen die krassen kunnen krijgen. Vinyl vanaf het moment dat het op de eerste draaitafel kwam tot aan de tijd waarin alleen verzamelaars en dj’s het kopen. De sfeer van de platenwinkels van eind jaren tachtig wordt geschetst, de rijen bakken met lp’s en de stinkende koptelefoons om ze te beluisteren, de ellende van cassettebandjes en de opmars van glimmende cd’s. Als Kit, puber en medewerker van de platenzaak, tussen de rekken danst in het hoofdstuk Theme from Shaft loont het de moeite om de muziek erbij te zoeken en op te zetten. Het hoofdstuk begint met een wisselwerking tussen de swingende puber en wat Isaac Hayes in Theme from Shaft zingt.

Het is inherent aan sprookjes dat er een moraal is en dat uiteindelijk alles goed komt. Je mag het feministisch noemen hoe in dit sprookje de man door de vrouw uit zijn toren wordt gered. De man heet Frank, en muziek zit hoofdpersoon Frank in het bloed, het is hem als het ware met de paplepel ingegeven. Hij is opgegroeid bij een moeder die hem bij elke plaat die ze op de draaitafel legde een verhaal vertelde. Dat Beethoven de ‘Mondscheinsonate’ componeerde omdat hij verliefd was op een studente bijvoorbeeld, maar ook hoe te luisteren naar wat een melodie vertelt. Het is een goed schurende verhaallijn, de gesprekken tussen de moeder die haar liefde niet kan tonen en de zoon die ernaar hunkert.

Heaven

De volwassen Frank heeft de gave ontwikkeld te horen welke muziek zijn klanten nodig hebben, ook als ze dat zelf niet weten, maar als de liefde zo’n beetje letterlijk neervalt voor de dorpel van zijn platenwinkel blijkt hij te lijden aan een behoorlijke mate van hechtingsangst. Deze Duitse Ilse die voor zijn winkel flauwvalt is al gauw het gesprek van de dag tussen de winkeliers die weinig omhanden hebben in hun achterafstraatje. Het is de tijd waarin grote ketens de nering van de kleinere middenstanders bedreigen, en in die zin, net als in het slotstuk van de roman, maakt de roman een kritische kanttekening bij het consumentisme.

Er zit een keerzijde aan een roman waarin zo’n beetje elke klant die de winkel van Frank betreedt gered moet worden. Misschien ben ik de sprookjes ontgroeid, of zou ik meer muziek moeten luisteren, want al las ik de roman met uitzicht op een paar stuks vinyl, op momenten werden al die goede aflopen me te veel. Ik ontkwam niet aan het gevoel dat de muzikale redding het sommige personages te gemakkelijk heeft gemaakt, waardoor ze wat eendimensionaal zijn gebleven. Als een klant de winkel binnenkomt om Chopin te kopen en Frank hem de luistercabine instuurt met Aretha Franklin, blijft de man doodstil zitten: “Hij dacht niet meer aan zijn vrouw en zijn verdriet maar luisterde naar Aretha alsof zij een stem in zijn hoofd was.” Als Frank een krediet nodig heeft, en in eerste instantie niet krijgt, geeft de bankdirecteur hem dat tot twee keer toe nadat hij een lp van hem krijgt. De soulmuziek redt al in de eerste minuut de vastzittende heupgewrichten van de echtelieden, en daarmee het in het slop geraakte huwelijk.

In het grote liefdesverhaal tussen Ilse en Frank is deze feelgood muziek pas jaren later te horen. Het gaat stroef, de toenadering tussen twee mensen die allebei hun emotionele blokkades kennen. Het is een langzaam crescendo, als ik me hier een muziekterm mag permitteren, dat begint met Ilse die klusdiensten gaat doen voor de onhandige Frank, en aanzwelt als Ilse zich laat voeden door de verhalen die Frank haar over muziek vertelt. Eenentwintig jaar later volgen de paukenslagen, de trompetten, de violen. Zo’n eeuwigheid duurt het namelijk voordat Ilse besluit opnieuw de oversteek naar Engeland te wagen. Wat volgt is een happy einde met een groots gebaar voor Frank, die maar met één muziekstuk gered kan worden.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles