Woensdag, 29 juli, 2020

Geschreven door: Verhagen, Frans
Artikel door: Bosscher, Doeko

De Roosevelts

Nieuw deel in Frans Verhagens serie Americian Giants

[Recensie] De American Century is voorbij, zegt Frans Verhagen in zijn jongste boek in de serie American Giants. De term American Century komt van uitgever Henry Luce. In zijn blad Life pleitte hij voor breken met het politiek isolationisme waarin de Verenigde Staten na de Eerste Wereldoorlog waren weggezakt. Hij deed dit in 1941, nog voor ‘Pearl Harbor’ Amerika tot deelname aan de Tweede Wereldoorlog dwong. Luce geloofde dat het onvermijdelijk was dat de VS hun opvattingen over democratie en burgerschap exporteerden en voorspelde voor de rest van de 20ste eeuw een ‘American Century’. Inderdaad werden de VS economisch en militair het machtigste land ter wereld en oefenden ze politiek en cultureel enorme invloed uit, zij het vaak met minder hooggestemde motieven dan Luce misschien hoopte.

Frans Verhagen noemt de twee Roosevelt-presidenten die Amerika gehad heeft terecht de vormgevers van de American Century, en daar rekent hij uitdrukkelijk ook Eleanor Roosevelt toe. Ze waren onderling verwant; alle drie stamden ze af van Claes Maartenszoon van Rosevelt die in 1649 vanuit Tholen de oversteek waagde. Theodore volgde als vicepresident de vermoorde president McKinley 1901 op en bleef aan tot 1908. Hij zette in Midden-Amerika en de Filippijnen het imperialistische buitenlandse beleid van McKinley voort: een vorm van roofkapitalisme, maar in eigen land bond hij juist de strijd aan met de rovers. Hij zette natuurbescherming hoog op de agenda en probeerde de macht te breken van de superrijken à la bankier J.P. Morgan en de grote ‘trusts’.

Net als neef Theodore waren Franklin en Eleanor Roosevelt afkomstig uit de elite en niet onbemiddeld, wat van pas kwam voor wie een politieke carrière wilde. Hun belangrijkste kapitaal was echter de kunst om hun ideeën over ‘het betere Amerika’ scherp over het voetlicht te brengen. Ze waren getrouwd in 1905. Hoewel hun persoonlijke relatie bekoelde door Franklins affaires, werden ze een gouden duo voor het land. Franklin, in 1933 tijdens de barre Depressie aangetreden, gaf zijn land een ‘New Deal’, een perspectief op een betere toekomst, met werk en waardigheid. Vier termijnen kreeg hij van de kiezers, die hem bleven steunen nadat hij de VS eind 1941 de oorlog in leidde. ‘FDR’ was een man met charisma, allure en overtuigingskracht en met hart en verstand op de goede plaats. Eleanors tomeloze inzet voor een rechtvaardiger, veiliger wereld levert haar terecht een plaats in Verhagens boek op. Nog lang na Franklins overlijden in 1945 vervulde zij belangrijke rollen op het internationale toneel als pleitbezorgster voor meer moraliteit in de politiek.

In zijn Founding Fathers erkent Verhagen overigens dat geschiedenis meer is dan het handelen van ‘grote mannen’; tegelijkertijd noemt hij de zeven staatslieden die hij volgt tussen ca. 1750 en ca. 1804, cruciaal voor de VS. Zonder George Washington, Thomas Jefferson, James Madison, John Adams, Alexander Hamilton, John Jay en Benjamin Franklin had Amerika er anders uitgezien.
Dit geldt veel minder voor de Kennedy’s. Duizend dagen slechts woonde John Fitzgerald Kennedy in het Witte Huis tussen zijn ambtsaanvaarding in 1961 en de moord in Dallas op 22 november 1963. Zijn vader Joseph Kennedy, een potentaat, probeerde zijn kinderen op goede posities te katapulteren omdat hij zelf als katholiek ondanks zijn riante vermogen geen entree had bij de elite van Boston (hij stamde af van arme Ierse immigranten). Het algemeen-Amerikaanse vooroordeel tegen de ‘lakeien van de paus’ is inmiddels weggeëbd, maar speelde zijn zoon John nog terdege parten in zijn vroege carrière. Voor John zelf was het presidentsambt geen echte roeping, meer een logische stap in zijn loopbaan.

Boekenkrant

Soms noemt men de Kennedy’s een dynastie, omdat broer Robert ook op weg was president te worden en broer Ted net als John senator voor Massachusetts werd. Verhagen stelt echter: in Amerika zijn politieke posities geen geboorterecht, elke kandidaat moet de stembus passeren. Dat mag zo zijn, wat systematischer aandacht voor de rol van familiebanden en het voorbereiden op een publiek ambt, met alle stadia die erbij horen, zoals de juiste scholen, had het succes van de besproken families verhelderd. Naamsbekendheid geeft politici een vliegende start. De naam Brown opent deuren in Democratisch Californië; wie Kennedy heet, krijgt nog steeds geheid aandacht. En wat te denken van het gebruik om aan zonen een vorstelijk nummer te plakken (Joseph P. Kennedy III)? Of de tolerantie voor het verschijnsel dat presidenten familieleden laten delen in de macht? Zo was Robert Kennedy minister van Justitie onder zijn broer John en maken Amerikanen nauwelijks principieel bezwaar tegen de politieke rollen voor Ivanka Trump en haar man Jared Kushner. Dit geldt als pragmatisch: dan wordt het beleid tenminste goed uitgevoerd. In de VS is men dus minder huiverig dan hier voor de zweem van nepotisme. Verhagen laat dit punt liggen.
Zijn serie American Giants biedt vooral een zeer prettig leesbare,
vlotte synthese van de bestaande literatuur.

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine

Doeko Bosscher is emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de RUG