Zondag, 2 juli, 2017

Geschreven door: Mersbergen, Jan van
Artikel door: Nout, Senne

De ruiter

Kijken door de ogen van een Ander (deel 3)

Een verkenning van intersoortelijk begrijpen aan de hand van drie boekbesprekingen

Filosofische vragen over de status van mens en dier, en vooral de verhouding tussen de twee, zijn er altijd al geweest. De filosofie kent een lange geschiedenis van het uitlichten van verschillen en het poneren van tegenstellingen, zelfs na Darwin’s interventie. Gedurende de laatste decennia duikt er echter steeds meer wetenschappelijk onderzoek op dat wijst op het bestaan van graduele verschillen in plaats van duidelijke breuklijnen tussen menselijke en niet-menselijke cognitie en intelligentie. Deze ontdekkingen hebben onmiskenbaar hun weerslag op (het denken over) de relatie tussen mensen en andersoortigen.

In een drieluik bespreken Nijmeegse filosofiestudenten recente boeken over dit onderwerp. Deel 3: Jan van Mersbergen – De ruiter

Scènes

[Essayy] In de literatuur nemen dierenrollen vaak twee vormen aan: ofwel als karakters die symbool staan voor mensen, ofwel als ware ‘dierenzelven’. Wanneer de dierenkarakters symbool staan voor mensen – denk aan het dierenepos Van den vos Reynaerde – wordt via dieren op indirecte en ludieke wijze een menselijke moraal overgebracht. Dieren die gekarakteriseerd worden als symbolische mensen praten meestal in mensentaal, lopen net zoals mensen op twee ledematen en dragen vaak kleding. Dierenzelven daarentegen leven een meer realistisch dierenleven. Ze spreken over het algemeen niet of maken de geluiden die typisch zijn voor de diersoort. Een protagonist als dierenzelf praat dus niet in het verhaal zelf maar spreekt direct tot de lezer.

In De ruiter (2016) wordt een karakter opgevoerd dat in de laatste categorie valt; de lezer maakt op vrij unieke wijze kennis met een ‘dierenzelf’. De hoofdlijn van het verhaal schetst voornamelijk het leven van Sandra, een tiener die naar haar opa op het platteland wordt gestuurd om afstand te krijgen van haar vriendje, een bendeleider. Maar op het erf staat een paard, dat al observerend, luisterend en voelend vertrouwd raakt met de mensen om hem heen. Via de ogen van dit paard, dat geportretteerd wordt als een ‘echt’ paard met paardengevoelens, een paardenervaring en paardenbehoeften, krijgt de lezer een inkijkje in de levens van de mensenprotagonisten. De verteller betreft dus een dier, in dit geval een afgedankte oude hengst, die zijn jonge jaren heeft doorgebracht op een manege – waar hij als dekhengst voornamelijk geïnteresseerd was in de vele merries in de stal. Merries waar hij nog steeds regelmatig over dagdroomt, terwijl hij zijn oude dagen in zijn eentje slijt op het erf van de boer.

Het paard blijkt goed te kunnen luisteren. Waar kippen rustig door scharrelen, en schapen niet op- of omkijken wanneer er tegen ze gepraat wordt, is een paard een dier dat werkelijk luistert. De hengst beschrijft dit zelf, maar de mensen om hem heen weten dit ook. Het praten tegen een paard lijkt therapeutisch te werken: een paard biedt een luisterend oor, oordeelt niet, bekritiseert noch reageert zoals een mens dat kan. Zo beschrijft het paard hoe de oude boer stukje bij beetje zijn pijnlijke ervaring van het verlies van zijn vrouw met hem deelt, en wanneer Sandra op de boerderij verschijnt kan ze als dwarse puber aan hem wel haar verhalen kwijt.

Het paard – en daarmee de lezer – ontrafelt echter niet alleen via deze weg de levens van de mensenpersonages. Er wordt namelijk op twee manieren kennis gemaakt met hun levens. Enerzijds door de verhalen die de personages vertellen aan het paard, anderzijds via de invoelende krachten van het paard bij een aanraking. Wellicht is namelijk niet het luisteren maar het voelen hetgeen dat de paardenervaring typeert. Zodra iemand het paard aanraakt, komen flarden van diens geschiedenis aan de oppervlakte in het bewustzijn van het paard: “Het gaat om aanraking. Mijn vacht, dat zijn ontelbare stugge ruwe voelsprietjes, overal. Zo is het. Precies. Raak me aan en ik weet alles van je.” Op deze wijze lees je over belangrijke episodes van de mensenlevens alsof de (paarden)verteller er zelf bij aanwezig was, wat in principe een handige manier is om wat meer diepgang te genereren. Wanneer we het verhaal alleen zouden ontdekken via mensen die hun hart luchten bij een paard, zou het boek waarschijnlijk een hoog Penny-gehalte krijgen. De krachten van het paard bieden de mogelijkheid om een complexer verhaal te vertellen.

Van de andere kant is dit een vrij makkelijke oplossing om mensenkarakters door paardenogen te beschrijven. Het paard krijgt via deze weg namelijk een soort alwetende blik toegeschreven: “[…] en dan voel ik zijn hand tegen mijn neus, en daar is alles wat er tot dit moment in zijn leven speelde en wat nog steeds door zijn hoofd gonst.” Jammer hieraan is dat zo tot op zekere hoogte voorbij wordt gegaan aan het doel van een dierenperspectief. Eigen aan een specifiek perspectief – of deze nou menselijk of dierlijk is – is nou juist dat deze gesitueerd en belichaamd is. Een blik komt altijd vanuit een bepaalde richting, en is dus nooit in staat alles tegelijkertijd zien. Om deze reden weet ik niet of ik de introductie van dit hoogbegaafde invoelende talent een geslaagde zet vind. Voor een alomvattende blik als deze is helemaal geen paardenverteller nodig, waarmee de unieke vorm waarin het verhaal is gegoten enigszins teniet wordt gedaan.

Desondanks is het een erg interessant uitgangspunt. Met een paard (of ander dier) als verteller wordt de wereld als het goed is anders beschreven dan wanneer het een menselijke verteller betreft. Een blik zoals deze heeft zodoende de potentie een nieuwe kijk op zaken te genereren, waardoor ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden ondermijnd kunnen worden. De auteur heeft ook wel degelijk duidelijk zijn best gedaan om echt een andere blik weer te geven, waarbij ‘andere ogen’ letterlijk begrepen worden, omdat rekening wordt gehouden met de visuele vermogens van een paard:

“Zij trekt een rolkoffer achter zich aan maar het lijkt ook alsof die koffer haar de stenen over duwt, hop hop. Het ding is grijs, net als haar jas en haar strakke broek, haar haar strak gebonden in een staartje. […] Dan kijkt de baas naar de koffer en zegt: Dat is het lelijkste roze dat ik ooit heb gezien. Dat doet hij vaker, grijs benoemen als roos, paars, roze, wat dan ook.”

Paarden nemen de wereld (kennelijk) waar in grijstinten, en deze beschrijving maakte me nieuwsgierig naar de andere ‘echte’ paardenervaringen die ik zou gaan aantreffen in het boek. Hoe zou de auteur er verder voor gaan zorgen dat de wereld aan mij – een mens – beschreven wordt op een duidelijk niet-menselijke manier? Dit leek immers het vernieuwende en hopelijk boeiende aspect aan deze roman, maar tegelijkertijd het moeilijkste aan het vertolken van de dierenprotagonist.

De kennismaking met deze grijze leefwereld is echter niet van lange duur: na deze bladzijden passeren louter kleurige paardenervaringen de revue, en niet alleen wanneer het paard zijn invoelende krachten etaleert. De hengst ziet een mooie bruingevlekte merrie, grote groene laarzen, blozende, blonde paardenmeisjes met bolle zwarte petjes en bomen die volhangen met geelgouden appels. Ook zijn er meer inconsistenties waardoor de lezer niet volledig overtuigd raakt van de ‘paardheid’ van de verteller. Zo weet hij over het algemeen alles over en van de mensenwereld, het dier kent alles bij de juiste naam, van abstracte concepten tot concrete automerken. Dit is wellicht niet te voorkomen: als lezer wil je toch een verhaal voorgeschoteld krijgen en dat lukt het beste in mensentaal. Tegelijkertijd zijn er echter momenten waarbij het paard ineens een soort domme naïviteit toegeschreven krijgt, waardoor er wederom een soort coherentie mist die het geheel geloofwaardiger had gemaakt.

Toch krijg je als lezer wel degelijk sympathie voor de oude hengst, wat een klassieke manier is om het inlevingsvermogen te vergroten. Neem bijvoorbeeld de paardenroman Black Beauty (1877) waarin de band tussen lezer en dierenprotagonist op een soortgelijke manier versterkt wordt. Met haar roman deed Anna Sewel een poging om de slechte behandeling van paarden aan het licht te brengen: via het opwekken van publieke empathie en sympathie streed ze voor een meer humane behandeling van dieren. Wanneer dit in De ruiter goed werkt is bijvoorbeeld op de momenten dat het paard schrikt, wat regelmatig gebeurt, immers: “[…] alles in mijn lijf is ingesteld op schrikken. Ons overlevingsmiddel. Ons enige wapen, onze kracht. En rennen natuurlijk, we kunnen rennen als de besten.” Deze schrikervaringen worden door de auteur mooi beschreven, momenten waarbij het paard de volledige controle verliest en als een stream of consciousness de vele impulsen en gevoelens weergegeven worden. Maar ook de mijmeringen van het paard over het goede leven vroeger bij de merries, of hoe het dier zich verliest in bepaalde geuren en de herinneringen die deze opwekken, zorgen ervoor dat je je werkelijk meevoelt met het paardenpersonage.

Hoewel het paardenperspectief niet overal even goed uit de verf is gekomen in deze roman, is het in elk geval een welkome afwisseling op het meer gangbare mensenperspectief. Omdat de lezer zich identificeert met de verteller en zich zo inleeft in het perspectief van een ander, of deze nou menselijk of dierlijk is, kan via de literatuur een unieke mens-dier band tot stand gebracht worden. Dit heeft veel potentie, omdat literatuur hiermee een instrument kan zijn om verandering te genereren in de manier waarop mensen over niet-menselijke dieren denken, en in het verlengde hiervan dus hoe dieren behandeld worden. Kijk naar Black Beauty – een boek dat wel degelijk een heel belangrijke bijdrage heeft geleverd aan een omkeer wat betreft de menselijke omgang met paarden. De verbeelding kent geen grenzen, waardoor fictie bij uitstek een middel is om een begrip van andersoortigen te krijgen dat voorbij gaat aan het reductionistische en instrumentele observerende oog van de wetenschap.

Eerder verschenen in Splijtstof

Lees ook deel 1 en deel 2 van deze serie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *