Vrijdag, 23 december, 2016

Geschreven door: Mo Yan
Artikel door: Groot, Ger

De sandelhoutstraf

De kattenopera komt in opstand

[Recensie] Misschien voelde de schrijver de bui al een beetje hangen. “Het is erg onwaarschijnlijk dat deze roman van mij zal worden geapprecieerd door liefhebbers van westerse literatuur, en dan vooral van de meer elitaire vormen daarvan,” tekent de Chinese schrijver Mo Yan aan in het nawoord van zijn roman De sandelhoutstraf uit 2001. “Zoals de kattenopera op een plein voor de werkende massa wordt opgevoerd, zo kan mijn boek alleen worden gelezen door lezers die enige affiniteit hebben met populaire cultuur. Misschien zou deze roman het best op een plein kunnen worden voorgedragen door iemand met een hese stem, met het publiek om zich heen.”

Wellicht – ik weet het niet. Het zou in ieder geval een lange zit worden, want in De sandelhoutstraf laat de schrijver, aan wie in 2012 de Nobelprijs voor de literatuur werd toegekend, zich opnieuw van zijn breedvoerige kant zien. En tegelijk ook van zijn theatrale. Niet alleen omdat de kattenopera – een muzikaal schouwspel uit zijn geboortestreek Gaomi – er een grote rol in speelt, maar ook omdat veel van de episoden uitgesproken theatraal zijn opgebouwd. Soms spelen ze zich zelfs letterlijk op een toneel af – al is dat in een aantal gevallen het schavot waarop iemand pijnlijk langzaam ter dood wordt gebracht.

De sandelhoutstraf speelt zich af rond 1900, wanneer de wrede executiemethoden van het Chinese keizerrijk hun laatste dagen beleven. Het land staat op de drempel van de modernisering, gesymboliseerd door een spoorlijn die Duitse ingenieurs dwars door de streek aanleggen. Dat is niet naar de zin van de bevolking, die – geïnspireerd door de nationalistische Boksersopstand – in verzet komt onder leiding van de voorman van het kattenopera-gezelschap. Meedogenloos wordt de opstand onderdrukt door de Duitse soldaten die de veiligheid van het project bewaken.

Rond die opstand – de botsing tussen het oude en het nieuwe China – heeft Mo Yan een klein familiedrama opgebouwd, dat in zijn even basale als compacte rolverdeling soms aan de commedia del’arte doet denken. De dochter van de rebelse operazanger is de minnares van de plaatselijke autoriteit onder wiens gezag haar vader wordt geëxecuteerd. De beul is haar eigen schoonvader, bijgestaan door zijn zoon (haar man), die als varkens- en hondenslager van wanten weet. Geen van allen brengen ze het er uiteindelijk goed van af.

Boekenkrant

Mo Yan geeft de hoofdrolspelers van het verhaal afwisselend het woord en daar maken zij nogal breedsprakig gebruik van. Maar ook al beklagen zij veelvuldig hun eigen lot, echte personen worden zij er niet door. Ook hun bespiegelingen lezen als een toneeltekst die meer bekommerd is om de buiten- dan om de binnenkant van de ziel.

Dat wordt er niet beter op doordat zij soms uitvoerig citeren uit de gezangen van de historische ‘kattenopera’ die Mo Yan uit zijn eigen geheugen zegt te hebben opgediept en aangepast. ‘Om een vlot, gemakkelijk te begrijpen, karikaturaal en prachtig verhaal te krijgen, heb ik opzettelijk … veel rijm gebruikt,’ schrijft hij. Misschien pakt dat in het Chinees goed uit, maar in het Nederlands klinkt dat al snel naar de poëzie van de Goedheiligman.

In andere episoden laat Mo Yan zich echter kennen als een knap verteller. Het hoogtepunt is misschien wel de belegering van het kamp van de opstandelingen door de Duitse soldaten. Hypermodern wapentuig staat er tegenover een geïmproviseerde bewapening van rieken, stokken en een enkel zwaard. Op zo’n moment evenaart Mo Yan bijna de beste scènes uit De oorlog van het einde van de wereld van Mario Vargas Llosa, die een soortgelijke volksrebellie in Noordoost Brazilië beschrijft, net een paar jaar voor de Chinese Boksersopstand.

De sandelhoutstraf behoort tot het soort dikke romans dat een flink leestempo vraagt. Wie het houdt bij een paar bladzijden vóór het slapengaan, loopt binnen de kortste keren vast. Daar doen de heftige en vaak gewelddadige emoties waarop zijn protagonisten de lezer trakteren niets aan af. Vaart is nodig om het boek in beweging te houden, en dan weet de vertelling de lezer gaandeweg wel op sleeptouw te nemen.

De manier waarop Mo Yan, die meestal het 20ste-eeuwse China tot onderwerp neemt, de al even moeizame en gewelddadige aanvang daarvan beschrijft, brengt de geschiedenis op een originele manier tot leven. Ook in zijn stijl laat hij oud en nieuw, traditioneel en modern, op elkaar botsen. Dat is misschien een gemengde zegen voor “liefhebbers van westerse literatuur, en dan vooral van de meer elitaire vormen daarvan” – maar ze kunnen het in ieder geval proberen.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad