Maandag, 16 november, 2009

Geschreven door: Haasse, Hella S.
Artikel door: Starreveld, Laura

De scharlaken stad

Een zestiende-eeuwse intrige

Vier jaar na Oeroeg verscheen Hella Haasses vierde roman, De scharlaken stad. Ze laat daarmee zien dat ze sinds haar debuut een enorme groei heeft doorgemaakt. Waar Oeroeg zich nog concentreert op twee hoofdpersonen met een duidelijk verwoven verhaal, zoekt De scharlaken stad de breedte op; in deze roman doet Haasse recht aan de vele facetten die een historie kent:

‘In De scharlaken stad heb ik voor het eerst, en ten dele onbewust, geprobeerd wat ik in later werk steeds weer heb beoogd: een verhaal te schrijven dat eigenlijk niet na te vertellen is, omdat het niet gaat om een volgorde van “en toen, en toen en vervolgens en ten slotte”, maar om een veel ingewikkelder, zich dwars door de tijd en dimensies van “zijn” uitstrekkende processen van oorzaak en gevolg.’

Aldus Haasse in haar autobiografische boek Persoonsbewijs (1967). In deze ambitieuze opzet is Haasse geslaagd. Om toch een poging te wagen de grote lijnen van het verhaal neer te zetten: Italië, begin zestiende eeuw. De tijd van pausen, vorstendommen, Machiavelli en Michelangelo. Machtsspelletjes, intriges, vriendjespolitiek, roddel en achterklap en hoererij lijken aan de orde van de dag. Rode draad in De scharlaken stad is de zoektocht van de jongvolwassen Giovanni Borgia, telg uit de beruchte familie Borgia, naar zijn herkomst; men houdt angstvallig voor hem verborgen wie zijn ouders zijn. Is paus Alexander VI zijn vader of diens zoon Cesare? En als Cesare’s zus Lucrezia zijn moeder is, wie is dan zijn vader? Boze tongen beweren dat hij het resultaat is van zowel een buitenechtelijke als incestueuze relatie. Ís Giovanni eigenlijk wel een Borgia, vloeit er wel Spaans bloed door zijn aderen?

Giovanni is vastberaden het mysterie rond zijn geboorte te ontrafelen. Anders weet hij niet wie hij zélf is en voelt hij zich ontheemd. In dat opzicht heeft De scharlaken stad trekken van een coming of age-roman; Giovanni reist door zijn eigen verleden om uit te vinden wie hij is. Zonder duidelijkheid over zijn afstamming voelt hij zich geen man en wankelt zijn zelfbeeld.

Boekenkrant

Toch is De scharlaken stad nog geen zuivere coming of age-roman, daarvoor zit de verhaallijn van Giovanni te veel verstopt tussen andere verhalen en geschiedenissen. Ieder hoofdstuk is vanuit een ander perspectief geschreven en vertelt daarmee een ander verhaal. Maar ook binnen de hoofdstukken wisselt Haasse af en toe van perspectief; soms is de hoofdpersoon zelf aan het woord, soms een derde alwetende verteller. Alle verschillende verhalen zijn, soms meer soms minder, met elkaar vervlochten of raken dat in een later stadium. Deze vorm werkt, zij het dat je als lezer uit stevig hout gesneden moet zijn; het vergt vooral in het begin van de roman een flink staaltje concentratie en doorzettingsvermogen. Zeker voor wie de geschiedenis van het zestiende-eeuwse Italië niet uit het blote hoofd kan opdreunen is de roman in het begin een flinke pil. Machiavelli en Michelangelo zullen bij veel lezers wel een vlaag van herkenning oproepen, maar weet iedereen ook wie de Borgia’s, Pietro Aretino en Vittoria Colonna waren?

Het enige handvat is de zoektocht van Giovanni naar zijn afstamming en het is dat handvat dat doorlezen mogelijk en, zeker niet in de laatste plaats, interessant maakt. Naarmate de zoektocht van Giovanni vordert openbaart zich ook de rest van de verhalen, waardoor je ook de andere personages beter kunt plaatsen, en waan je je in een waar gebeurde zestiende-eeuwse intrige. Haasse beloont de doorbijtende lezer rijkelijk: langzaam maar zeker ontvouwt zich een fijnmazig geschakeerde roman, die aan het eind een geheel vormt én en passant ook nog wat leert over Italië ten tijde van de renaissance.

De eerste druk van De scharlaken stad verscheen in 1952 en dat is aan het taalgebruik soms nog te merken. De zinnen zijn over het algemeen lang en doen voor de lezer anno 2009 misschien wat ouderwets aan. Ook laat Haasse haar personages af en toe woorden gebruiken die nu geen gemeengoed (meer) zijn. Of is dat een truc om een zweem van historie op te roepen? Voor wie er echt de tijd en vooral de rust voor neemt hoeft dit echter geen belemmering te zijn. Ook hier geldt: de aanhouder wint.

Met haar vierde roman De scharlaken stad kon Haasse in 1952 met recht schrijfster van Nederlandse literatuur genoemd worden, zesentwintig drukken in 57 jaar en opname in haar verzameld werk getuigen daar van.