Vrijdag, 4 november, 2016

Geschreven door: Boltanski, Christophe
Artikel door: Reinewald, Chris

De schuilplaats

‘Levensechte roman’ over de familie Boltanski

[Recensie] De Franse L’Obs-journalist Christophe Boltanski (1962) is de jongere neef van de beeldend kunstenaar Christian (1944). Deze maakt installaties met silhouetten, portretten van onbekenden en met hopen gedragen kleding. De associatie met concentratiekampen moge duidelijk zijn.

De van origine OekraĂŻens-Frans-joodse familie Boltanski vormde, ondanks hun oorlogstraumatiek, een – op zijn zachtst gezegd – hechte gemeenschap. Iets waarover Christian, de kunstenaar later ook vertelde. De journalist Christophe schetst het familieverhaal door per kamer hun Parijse huis, rondom een binnenplaats met geparkeerde auto, door te gaan.

Zijn grootouders vluchtten ooit voor de Russische pogroms naar het westen, om als geassimileerde half-joden in 1939 in Frankrijk weer met antisemitisme geconfronteerd te worden. Op zeker moment moet de joodse (groot)vader onderduiken, hetgeen hij in een veronachtzaamd zijkamertje op de eerste verdieping doet, wat het verhaal wonderwel een Achterhuis-tintje geeft. Meer dan normaal blijft de uitdijende familie in elkaars directe nabijheid. Ook na de oorlog. Zo slapen ze allemaal op eenzelfde grote kamer of gaan ze met de (groot)vader, een arts, mee op huisbezoek bij zijn patiënten. Ze wachten telkens buiten in de auto tot hij klaar is.

Boltanski schrijft er met warmte over. Uiteraard werd hij zich pas later bewust van hoe afwijkend zijn familie met elkaar leefde. Bezoekers kwamen er bijvoorbeeld niet over de vloer. Kamersgewijs graaft hij in het familieverleden en kan niet anders dan in OekraĂŻense archieven zijn grootvaders jeugd te traceren. Maar eenmaal in Odessa lopen er teveel mensen met hun oerfamilienaam Bolt rond. Het spoor loopt dood, mede door de leugens om bestwil van oma, die zich destijds als meisje ouder voordeed. Ze wilde namelijk zielsgraag naar haar oudere vriend, die in zijn brieven een veel rooskleuriger beeld van zijn leven in Parijs schilderde, dan het geval was. En toen kon ze niet meer terug.

Boekenkrant

Los van deze filmwaardige familiehistorie vertelt Christophe ook mooi hoe de introverte Christian op zolder als kunstenaar de basis van zijn door de holocaust geĂŻnspireerde oeuvre legt. Pas in het laatste hoofdstuk wordt duidelijk welke rol de journalist in het oeuvre van zijn oudere neef speelt: als figurant. Hij laat hem als jongetje een gelukkige kindertijd in de buitenlucht naspelen en maakt daar zijn eigen – vervalste – jeugdfoto’s van. (Deze serie is te zien in Museum de Pont in Tilburg)

De vertelconstructie van de kamers in een huis werkt symbolisch en blijft toch subtiel. Uiteraard toont Boltanski zich hiermee schatplichtig aan Georges PĂ©rec die in Het leven een gebruiksaanwijzing (La Vie mode d’emploi, 1978) vergelijkbaar het verhaal van een flatgebouw en zijn bewoners vertelde. Een iets minder Proustiaanse beschrijving van de dingen in de kamers en meer dialoog had het boek wat dynamischer kunnen maken. En onvermijdelijk doen sfeer en tijdsbeeld van het Parijs tijdens de Duitse bezetting denken aan het diffuse oeuvre van Nobelprijs-winnaar Patrick Modiano.

Op een gegeven moment denkt de verteller als waarheidsvinder ‘het’ verhaal eindelijk gevonden te hebben. Dan informeert de ene Chris bij de andere Chris (kunstenaar) naar gesprekken van vroeger, maar deze zegt zich daar niks van te herinneren. Zijn zus wèl en komt daarna weer met haar interpretatie. Kortom, er zijn meer synchrone waarheden dan eentje. Boltanski speelt daar behendig mee. Met zijn parelelle uitleg dat alles op verschillende manieren waar-gebeurd had kunnen zijn schuurt de journalist als romancier tegen de ‘regels’ van het non-fictie-genre.

Los van het even boeiende als bizarre familieverhaal krijg je als lezer ook een inkijkje in de oorsprong van het prachtige kunstenaarschap van Christian Boltanski.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles

Interview met Christophe Boltanski, 30 november. Spui 25, Amsterdam