Vrijdag, 12 maart, 2021

Geschreven door: Tesson, Sylvain
Artikel door: Jager, Koen de

De sneeuwpanter

Reisbeschrijving met een boodschap

[Recensie] De sneeuwpanter van Sylvain Tesson is een reisbeschrijving, maar wel een bijzondere. Reiziger, schrijver en filosoof Sylvain Tesson wordt door fotograaf Vincent Munier gevraagd om mee te gaan naar Tibet, op zoek naar de sneeuwpanter waar er nog maar zo’n vijfduizend van in leven zijn.

Ze worden vergezeld door Marie, de verloofde van Munier die er een film gaat maken en door LĂ©o, filosoof en secondant van Munier. Omdat Tesson geen zware bagage kan dragen door een ongeluk is hij wat onzeker over zijn rol in het geheel;

“Aangezien ik vanwege mijn gammele wervelkolom niet geschikt was als lastdrager, geen kaas had gegeten van fotografie en ook geen enkele ervaring had met het opsporen van dieren, had ik geen idee wat mijn taak zou zijn. In elk geval ervoor zorgen dat ik niemand ophield en niet moest niezen als de panter zich zou vertonen.”

Dat lijkt lollig en die luchtigheid zit zeker in zijn verhaal, maar wat volgt is een geconcentreerd verhaal over de tocht naar de hoogtes van Tibet, op zoek naar de sneeuwpanter. Ik kan op iedere pagina (van de 187) wel iets moois ontdekken. Het is een oefening in geduld om dieren te kunnen observeren. Munier en zijn vrienden zijn er goed in, Tesson minder, maar hij filosofeert terwijl hij wacht in het sneeuwlandschap:

Wordt Vervolgd

“En wij zaten daar, in die verblindende tuin van leven en dood…Het leven in een notendop: geboren worden, rennen, sterven, verrotten en in een andere vorm weer terugkeren in het spel… waardoor een wees geworden zoon zijn moeder kon menen te herkennen in een klapwiekende vleugel, een golvende schub of een trillende vacht.”

Het boek is verdeeld in drie stukken, over de aanloop, de voorhof en de verschijning. Af en toe dwalen de gedachten van Tesson terug naar vroeger. Zijn moeder, de vriendin die hij ooit had en die ook zo opging in de natuur. Hij denkt zelfs haar terug te vinden als hij de panter vindt. Maar het zijn vooral zijn observaties en de beschrijvingen die mij zo bijblijven uit dit boek.

Ze zien wolven, wilde ezels, de grote ruwharige jaks die daar gehouden worden maar ook in het wild voorkomen. Ik maak kennis met het blauwschaap, de fluithaas en sinds dit boek heb ik een zwak voor de manoel. Een soort wilde kat die Tesson als volgt beschrijft;

“Een andere keer stak een manoel gepikeerd maar koket zijn kop uit zijn schuilplaats. Zijn eigen aaibaarheid leek hem alleen maar kwaaier te maken.”

Uiteindelijk gaat het om de sneeuwpanter en hun reis blijkt niet voor niets. Na lang wachten zien ze hem voor het eerst. Op het gevaar af teveel te citeren ga ik het toch doen, want ik vind het prachtig;

“De panter richtte zijn kop op en snoof de lucht op. Het dier droeg de heraldieke kleuren van het Tibetaanse landschap. Zijn vacht, inlegwerk van goud en brons, behoorde tot de dag, de nacht, de hemel en de aarde. Hij was getekend door bergkammen, de sneeuwvelden, de duisternis van de kloof en de kristalheldere lucht, de herfst op de hellingen en de eeuwige sneeuw, doornstruiken en alsem, onverhoede onweersbuien en zilveren wolken, goudkleurige steppen en het ijs dat het landschap als een lijkwade bedekte, de doodstrijd van moeflons en het bloed van gemzen. Hij droeg het kleed van de wereld, hulde zich in haar taferelen. De panter, dat sneeuwfantoom, had zich uitgedost met de aarde.”

Reizen, filosofische bespiegelingen, observaties en een dosis humor, het zit er allemaal in. Tesson citeert en passant uit literair werk of haalt godsdiensten aan om iets te onderstrepen, maar vertelt vooral ook een boodschap. De panter heeft zich niet voor niets teruggetrokken in een domein waar de mens niet thuis is. Die boodschap is voelbaar door het hele boek heen in een juweel van een verhaal.

Eerder verschenen op Quis leget haec