Woensdag, 8 juli, 2015

Geschreven door: Matto, Jb
Artikel door: Stoffelsen, Daan

De spons in ons

Onderwaterdenkexperiment

Wat zit er van het sponsdier in ons en wat als we weer wat meer spons worden? Die vragen beheersen de anonieme verteller in J.B. Matto’s onderwaternovelle De spons in ons. Met de Chapman, een onderzeebootje vol wetenschappers, gaat hij op zoek naar sponsdieren en andere koraalbewoners, en speculeert erop los over het vervolg van de evolutie. Wat is natuurlijk, wat techniek, wat kunnen we van sponzen leren? Dat levert weinig drama, maar wel een nieuwsgierigmakend, gedempt reisverslag op.

Matto debuteerde twee jaar geleden met Nieuwe Chinese Plantenkunde, waarin een Nederlander in Chongqing zich met de wereld geconfronteerd ziet: politieke gevoeligheden van zijn nieuwe omgeving, de crisis in de V.S. en romantische beslommeringen wisselen elkaar af. De flaptekst intrigeert, maar ik – en Recensieweb – hadden destijds andere boeken te lezen. Misschien alsnog. Want De spons in ons is dus niet opzienbarend, maar met het beetje drama dat die andere flaptekst belooft, had het een heel ander boek kunnen zijn.

De naamloze ik vaart en duikt mee ‘als gast en rapporteur’ in de buis-in-buisvormige Chapman. Hij leert enorm veel, over ‘zeeziekte, over de verhouding tussen de lengte van de golven en de lengte van het schip’, bijvoorbeeld. Even later volledig overgeleverd aan die misselijkheid legt hij verbanden.

‘Ik merkte even duidelijk waar de buis-in-een-buisconstructie van een hoogontwikkeld dier grofweg op neer kwam: een zak met organen rond een spijsverteringskanaal, een geheel dat zich over de hele lengte in één keer kon samentrekken.’

Bazarow

Ook trekt hij de lijnen van de wetenschap door. Wat als we erin slagen ons hart te reproduceren, en dan in een auto te stoppen, om op zuurstof voort te bewegen? Zijn medepassagiers, echte wetenschappers, plaatsen kanttekeningen.

‘Anna meende dat er toch wel wat meer voor nodig was om een auto te laten rijden. Erik was het met haar eens. Onze auto van vlees en bloed zou om maar wat te noemen af en toe moeten grazen in een weiland, en zou dus een mond nodig hebben, en tanden en kiezen. En een spijsverteringskanaal.’

De ik herontdekt eigenlijk het paard, concludeert Erik. Sowieso gaat de ik wat ver met zijn vooruit- of achteruitgangstheorieën. Maar de verwondering over de kwaliteiten van ‘lagere’ levensvormen die zichzelf reproduceren, water filteren, glas maken, slaat op de lezer over. ‘De spons bleek het echte mirakel, hij vormde als een soort longen, hart en lever de basis voor een leefbaar rif – en overigens van leven überhaupt.’ Een bijzondere wereld, die onderwaterwereld, die bovendien nog amper ontgonnen is.

Denkexperiment

Maar meer dan dat gebeurt er niet. Er is geen dreiging, geen romance, geen streven. Er is bovendien amper dialoog, de ik rapporteert – letterlijk. Anna meende, Erik was het met haar eens. Volgens hem, volgens haar. Als Matto wel eens een gesprek citeert, is het niet duidelijk waarom daar. Die stijl werkt wel: door de indirecte rede komt alles op afstand te staan en wordt het één groot observatie- en denkexperiment.

Dat leest wat stroef, maar het is leerzaam. Matto zet je aan het denken over wat natuurlijk is, wat menselijk, wat techniek. Als er op de expeditie ook glasresten (van flesjes Dr. Pepper) en een schelp (als cadeau voor een dochtertje) als schatten worden binnengehaald, krijgt het voortdravend enthousiasme over de wonderen van de natuur een mooie relativering. Maar wat zouden Matto’s associatiekracht en nieuwsgierigheid kunnen betekenen als er ook echt iets gebeurt, als een boek van hem meer een novelle of roman zou zijn dan een fictief reisverslag of essay? Alleen meer lezen kan het antwoord geven.

Eerder verschenen op Recensieweb