Dinsdag, 15 oktober, 2019

Geschreven door: Ellian, Afshin
Cliteur, Paul
Artikel door: Heijster, Karl van

De staat versus Wilders

Willen jullie meer of minder rechtsfilosofische overpeinzingen?

[Recensie] In maart 2014 vroeg Geert Wilders aan zijn aanhang of zij in dit land meer of minder Marokkanen wilden. In 2016 werd de PVV-politicus schuldig bevonden aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie (hij werd vrijgesproken van aanzetten tot haat). Toch is de kous daarmee nog lang niet af. Nog afgezien van het feit dat de zaak op dit moment in hoger beroep speelt, roept het proces Wilders een hoop rechtsfilosofische vragen op, die bovendien actueler zijn dan ooit. Denk aan: ‘Is de morele verwerpelijkheid van een uitspraak ooit een rechtvaardige grond voor vervolging vanwege die uitspraak?’ en ‘Dient een politicus juist meer of minder vrijheid of verantwoordelijkheid te hebben in het publieke debat dan de gemiddelde burger?’ 

Vrijheid van meningsuiting

Deze en andere vragen worden behandeld in De Staat versus Wilders, een bundel van vier teksten die Afshin Ellian en Paul Cliteur hebben geschreven naar aanleiding van hun betrokkenheid bij het proces Wilders. De auteurs stellen zich daarin op als ferme verdedigers van de vrijheid van meningsuiting – niet omdat ze het eens zijn met Wilders’ uitspraken, die ze meermaals als verwerpelijk kwalificeren, maar op principiële gronden. De hoogleraren Encyclopedie van de rechtswetenschap te Leiden achten het een vergissing dat de weging van Wilders’ uitspraken in de rechtbank plaatsvindt, in plaats van in het publieke debat. Met John Stuart Mill in de hand benadrukken ze het belang van de vrijheid van meningsuiting voor een open samenleving.

Pragmatischer vragen

Boekenkrant

De Staat versus Wilders is echter niet een zuiver filosofisch betoog. De auteurs stellen ook pragmatischer vragen: “Wat was de intentie van de wetgever bij het opstellen van de wet op basis waarvan Wilders aangeklaagd wordt?”, “Waarom wordt Wilders wel vervolgd voor een beledigende uitspraak over Marokkanen en Pechtold niet vanwege een beledigende uitspraak over Russen?” en natuurlijk “Waarom wil Wilders eigenlijk minder Marokkanen in Nederland?” Die vermenging van abstract-filosofisch en concreet-juridisch zorgt er echter wel voor dat met name Ellians teksten – die driekwart van de bundel vullen – ietwat zwalken in hun punt. Wat dat betreft is het misschien goed nieuws dat de kracht van de bundel eerder zit in de vragen die worden opgeworpen, dan de antwoorden die worden gegeven. Als het proces Wilders één ding kan gebruiken, is het wel meer rechtsfilosofische overpeinzingen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles