Woensdag, 8 maart, 2017

Geschreven door: MĂŒnninghoff, Alexander
Artikel door: Starckx, Senne

De stamhouder

Interview met Alexander MĂŒnninghoff, oud-journalist en correspondent in Moskou

“Als tijdens mijn tv-carriùre bekend was geworden dat mijn vader een SS’er was, had ik het kunnen schudden”

In Nederland is De stamhouder, waarin oud-journalist Alexander MĂŒnninghoff zijn ongelofelijke (maar ware) familiegeschiedenis uit de doeken doet, een groot succes. Een bewijs dat fictie niet kan tippen aan de werkelijkheid?

Soms lijkt een verhaal te gek voor woorden. “Zoiets ver- zin je toch niet!”, spookt dan voortdurend door je hoofd. Maar anderzijds horen we ook vaak dat fictie niet op kan tegen de werkelijkheid. Dat laatste is van toepassing op De stamhouder, Een familiekroniek, het boek waarin de Nederlandse oud-journalist Alexander MĂŒnninghoff zijn bewogen familie- geschiedenis uit de doeken doet.

‘Bewogen’ is een understatement van jewelste, want MĂŒnninghoffs relaas van de levens van zijn vader en grootvader   is overweldigend van het begin tot het eind. ‘Krankzinnig’ is misschien beter op z’n plaats. Op de eerste bladzijde van De stamhouder krijgt de lezer al een goed idee van wat hem allemaal te wachten staat. MĂŒnninghoff beschrijft hoe hij als hummeltje van vier (de Tweede Wereldoorlog is dan nog maar een paar jaar voorbij) door het huis paradeert met de SS-helm van zijn vader. De hele familie, die in de woonkamer net aan de borrel is begonnen, is getuige van het tafereel. MĂŒnninghoffs grootvader, die in het boek steevast de Oude Heer wordt genoemd, maant daarop zijn zoon aan om “die rommel nu eindelijk eens weg te doen”.

Sociologie Magazine

Decennia later ontdekt MĂŒnninghoff nog veel meer over zijn ‘foute’ vader. In een schoendoos vindt hij de verslagen terug van  de  rechtszaak  rond  dat  “in  vreemde  dienst treden”. Een zaak die werd geseponeerd, want de Oude Heer was goed bevriend met de top van het Nederlandse justitieel apparaat in de naoorlogse jaren. Een zoon die bij de Waffen-SS had gezeten kon grootvader MĂŒnninghoff immers missen als kiespijn bij de uitbouw van zijn zakenimperium.

Hetzelfde gold lange tijd voor Alexander MĂŒnninghoff, die eind jaren 1970 verslaggever was op de Nederlandse televisie. “Ik kwam elke dag met mijn kop op tv”, vertelt MĂŒnninghoff (71) tijdens een gesprek in zijn huis in Den Haag. “Als toen bekend was geworden dat mijn vader een SS’er was, had ik  het wel kunnen schudden. Mijn loopbaan zou compleet aan flarden zijn geschoten.” Maar MĂŒnninghoff besefte ook dat hij zijn familiegeheimen ooit eens uit z’n binnenzak moest halen. In 1993, de tijdsgeest was inmiddels veranderd, vertelde hij er voor het eerst over aan enkele collega-journalisten (MĂŒnninghoff werkte toen als reporter bij de Haagsche Courant, red.). “We waren met een klein gezelschap in NormandiĂ« om er de oorlogskerkhoven te bezoeken. Toen iemand een paar badinerende opmerking maakte over de Duitsers die daar lagen begraven, besloot ik dat de tijd rijp was. Diezelfde avond, nadat ik me met een paar glazen wijn moed had ingedronken, heb ik alles op tafel gegooid. Ik verzeker je: dat voelde als uit de kast komen.”

Wanneer ontstond het idee om erover te schrijven?

Alexander MĂŒnninghoff: “De dood van mijn vader (in 1990, red.) betekende voor mij en mijn gezin de start van een ingrijpend verwerkingsproces. In schoendozen trof ik stapels oude documenten aan. Daarin stond alles over de geseponeerde rechtszaak, over de voogdij die hij van mijn moeder had afgenomen en over zijn buitenechtelijke dochter in Duitsland die hem financieel te gronde had gericht. Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar meer informatie om het plaatje te vervolledigen. Ik heb mijn ooms, een tweeling, dagenlang geĂŻnterviewd. Op een bepaald moment heb ik zelfs contact opgenomen met de AIVB (de Nederlandse inlichtingendienst, red.). Zo kreeg ik een dertigtal A4-tjes in handen waarop 90 procent van de tekst was uitgewist met Tipp-Ex. Wat bleek: in de schoendozen van mijn vader zaten ongecensureerde kopieĂ«n van die documenten. Blijkbaar had mijn grootvader eind jaren veertig al een en ander al te pakken gekregen. Het is trouwens ontluisterend in wat voor pietluttigheden die geheim agenten geĂŻnteresseerd zijn. De verborgen passages stelden geen fluit voor.”

“Maar goed, vijftien jaar geleden had ik zoveel materiaal bij elkaar gesprokkeld dat ik genoeg had voor een boek. Het heeft dan nog jaren geduurd vooraleer ik met schijven ben begonnen. Uiteindelijk heeft mijn vrouw me met zachte dwang verplicht om het project nu eindelijk eens af te werken. Ik heb wel gewacht tot na de dood van mijn ooms om het boek uit te brengen. Om de sfeer in de familie niet te verpesten.”

Uw grootvader – de Oude Heer – was een gewiekste zakenman. Maar geluk lijkt toch ook een grote rol te hebben

“Mijn grootvader was in de eerste plaats een rasechte opportunist. Tegelijkertijd was hij heel slim en doortastend, maar ook cynisch. En hij was keihard, als het moest. Maar je hebt gelijk dat hij ook veel geluk heeft gehad. Toen hij in de jaren dertig op de luchthaven van Riga zat te wachten op zijn vlucht naar Berlijn hoorde hij toevallig hoe twee mannen een plan aan het bekokstoven waren om Karlis Ulmanis, de gedoodverfde winnaar van de presidentsverkiezingen in Letland, voetje te lichten. Hij liet zijn vliegtuig staan en snelde naar Ulmanis toe om hem te waarschuwen en hem zijn financiĂ«le ondersteuning aan te bieden. In ruil kreeg hij tijdens diens bewind alles van Ulmanis gedaan. Hoewel hij een buitenlander was, kon hij met gemak licenties binnenhalen voor zijn fabrieken.”

En u was zijn oogappel.

“Ik was in de eerste plaats de stamhouder, diegene die de naam MĂŒnninghoff in stand moest houden. Het was vooral daardoor had hij een zwak had voor mij, denk ik. In zijn optiek nam de verbintenis tussen stamvader en stamhouder bijna mythische proporties aan. Toen er eens onenigheid was in onze familie, heeft hij er zelfs even aan gedacht om zijn volledige erfenis aan mij na te laten. Gelukkig is dat niet doorgaan, want ik ben net zo slecht met geld als mijn vader.”

De keerzijde van het succes van uw grootvader was misschien wel het ongeluk van uw vader.

“Je kunt gerust stellen dat mijn vader tijdens zijn jeugd op geestelijk vlak mishandeld is. Vanuit zijn heerlijke rijkeluis- jeugd in Letland in de jaren dertig werd hij door mijn grootvader gekatapulteerd naar het Nederlandse platteland. Hij kwam terecht in een internaat in, godbetert, Oss (een boerendorp in Noord-Brabant, red.). Daar lag de kiem voor zijn hartsgrondige hekel aan Nederland, en de manier van leven hier. Hij schreef ooit op een ansichtkaart: ‘Het gaat er in Nederland hier veel te gezellig en familiair aan toe. Ik wil hier met niemand bevriend raken.’  Een verschrikkelijk statement, niet?”

Hoe raakte hij in de ban van het naziregime?

“Als hij voor de vakanties terugging naar Riga, reisde hij altijd via Berlijn. Daar werd hij opgehaald door een van mijn grootvaders zakenrelaties. Voor ze op de trein stapten, gingen ze nog wel even de stad in. In die tijd hing Berlijn natuurlijk vol met hakenkruisvlaggen. In mijn vaders leefwereld waren de SS’ers die de regeringsgebouwen van Hitler bewaakten een soort van Germaanse helden. Alles beantwoorde aan zijn fantasie.”

De inval van de Duitsers in mei 1940 moet als een bevrijding hebben gevoeld.

“Precies. Hij heeft zich dan ook meteen aangemeld bij de SS, net als twintigduizend andere Nederlanders die later aan het Oostfront zijn gaan vechten. Ik denk dat zijn beweegredenen een mix waren van een drang naar avontuur en een hartsgrondige haat tegen het bolsjewisme – want zijn familie was door de annexatie van Letland door de Russen natuurlijk alles kwijtgeraakt. Hij was, en daar ben ik zeker van, geen nazi in de strikt ideologische zin. Hitler vond hij maar een ‘SpiessbĂŒrger’, een kleinburgerlijk mannetje. Hij had een enorm dedain voor hem, en begrippen zoals ‘Lebensraum’  interesseerden  hem geen zier.”

Een bizarre familiekroniek

Joannes MĂŒnninghoff werd geboren in het Gooi, op het Nederlandse platteland. Tijdens WOI vertrok hij naar Letland om er groenten en fruit te verhandelen. Al snel schakelde hij over naar wapentuig en zo werd hij op korte tijd een van de rijkste mensen van Letland. Joannes trouwde met een Russische van adellijke komaf en raakte persoonlijk bevriend met de Letse president. In de jaren dertig domineerden de MĂŒnninghoffs de Baltische upper class, tot ze in 1939 halsoverkop moesten vluchten naar Nederland – waar Joannes tijdens en na de oorlog voor de tweede maal een zakenimperium uitbouwde. Hij moest echter wel aanzien hoe zijn zoon Frans zich aanmeldde bij de SS. Frans MĂŒnninghoff kreeg toen hij gestationeerd was in Polen een zoon, Alexander. Die bracht dus eind vorig jaar een boek uit over zijn bizarre familiegeschiedenis.

Eerder verschenen in Eos Memo