Zondag, 9 februari, 2020

Geschreven door: Biesta, Gert
Artikel door: Wal, Rogier van der

De terugkeer van het lesgeven

Lesgeven doet ertoe!

[Recensie] ‘Onderwijsfilosoof’ Gert Biesta heeft weer een nieuw boek gepubliceerd, het vierde deel van wat ooit begon als een trilogie (en wellicht komen er in de toekomst nog meer delen bij). Dit keer gaat het over lesgeven en leraren. Het boek stelt – net als Biesta’s vorige studies – beslist hoge eisen aan de lezer, maar het geeft veel te denken en resoneert lang na.

De essentie van lesgeven
Biesta schreef eerder indringend over de meetcultuur in het onderwijs (Goed onderwijs en de cultuur van het meten, 2012), over het prachtige risico dat onderwijs in de kern is (of in zijn ogen zou moeten zijn) en over de virtuositeit van de leraar. Nu duikt hij dieper in de essentie van het lesgeven en probeert die te redden van eenzijdige benaderingen die óf terug willen naar het traditionele gezag van de leraar die alles onder controle heeft, óf alles zetten op de kaart van de keuzevrijheid en de ontwikkeling van de leerlingen. Daarbij moet de leraar zich schikken in een rol als  facilitator van het zich vrijelijk ontwikkelende kind en kan hij niet langer pretenderen de wijsheid in pacht te hebben.

Een derde weg
In plaats daarvan bepleit Biesta een soort ‘derde weg’, waarbij hij om te beginnen inzoomt op de pedagogische opdracht en die concretiseert als ‘het wekken van het verlangen in een andere mens om op een volwassen manier in de wereld te willen zijn’. Op basis van het denken van Levinas stelt Biesta in het onderwijs het moment waarop je aangesproken wordt door de ander centraal, in plaats van te starten vanuit het individu en diens betekenisgeving en daarmee de leerling aan te leren om zichzelf als centrum van de wereld te beschouwen. Lesgeven komt in die denklijn neer op het benaderen van de leerling als subject, wat maar weinig te maken heeft met pure kennisoverdracht (bekend is dat Biesta pleit voor drie dimensies: de cognitieve, de sociale (of socialiserende) en de persoonlijk-vormende) of vrijheid-blijheid en neerkomt op een eerstepersoonsperspectief, van binnenuit. Het gaat om volwassenheid, om hoe we omgaan met weerstand, wat Biesta beschrijft als “het middengebied tussen wereldvernietiging (als de wereld jouw plannen in de weg staat) en zelfvernietiging”. Hij zet vraagtekens bij gangbare praktijken, zoals de sterke nadruk op competenties en de groei daarvan in de tijd, of op ‘leren’ (en leren leren) als centraal doel van onderwijs. Hoe onbevangener de leraar zijn leerlingen tegemoet treedt, des te groter de kans dat hij bij hen iets weet aan te boren dat hem aangenaam verrast. Op die manier voorkom je de klassieke reflex dat je op basis van cijfers en resultaten al denkt te weten wat een leerling wel en niet kan, en hem/haar daardoor bewust of onbewust beperkt in het realiseren van zijn/haar volle potentieel.

Onderwijs als ongemak
Een van de leukste oefeningen in het boek betreft de beschrijving van een seminar dat Biesta gegeven heeft waarbij hij zijn studenten vraagt om een bepaald begrip niet zoals gewoonlijk te analyseren en het in te kapselen door een standaardaanpak van leren en begrijpen, maar het in plaats daarvan te adopteren en toe te laten in hun leven, ermee op te trekken. In plaats van het traditionele kennis vergaren, literatuur erover lezen en definities uitbenen zie je de studenten worstelen met wat ze existentieel bij begrippen als emancipatie, creativiteit, lesgeven of virtuositeit voelden, de begrippen te ‘ontmoeten’, zoals Biesta zegt, ermee te leven, ze te dragen. Bij de ene student pakt dit beter uit dan bij de andere, maar het is fascinerend om te lezen hoe dit ‘buiten de lijntjes kleuren’ andere existentiële lagen aanboort, met het bijbehorende ongemak. Het is een mooi voorbeeld van hoe Biesta zich als een soort ‘tegendenker’ opstelt, door vragen te stellen bij gangbare aanpakken en conventies en deze ter discussie te stellen. Het deed mij denken aan de aanpak van de eerste Denker des Vaderlands Hans Achterhuis, die ook het tegendenken op een overtuigende manier tot kunst heeft verheven.

Boekenkrant

Emanciperend onderwijs
Biesta gaat ook specifiek in op emanciperend onderwijs. Hij doet dat aan de hand van de filosofen Freire en Rancière. Emancipatie houdt naar het oordeel van Biesta meer in dan simpelweg bevrijding uit de machts- en invloedssfeer van leraren en andere opvoeders, omdat dat uiteindelijk zou neerkomen op een vrij leeg begrip van vrijheid. Waar Freire en Rancière allebei streven naar het verder reiken dan het klassieke ‘depositoraire’ onderwijs waarbij de leraar eenzijdig kennis overdraagt en dingen uitlegt aan nog onwetende leerlingen, weet Biesta helder aan te tonen waar hun posities op onderdelen inconsequenties bevatten. Bij Freire ligt het accent op een andere opvatting van het leraarschap (de leraar wordt mede-onderzoeker, maar fungeert tegelijkertijd ook als ‘revolutionaire leider’, wat met elkaar op gespannen voet staat) gaat het bij Rancière om een andere rol van kennis, waarbij de  waarheidspretentie niet vooropstaat.

Leg de lat hoog en een vangnet klaar
In het laatste hoofdstuk pleit Biesta voor lesgeven als ‘dissensus’ door van leerlingen het onmogelijke te vragen en hen zo uit te dagen om hun grenzen te verleggen en volwassen vrijheid te omarmen. Dat sluit aan bij wat ik ooit een Docent van het Jaar bij Windesheim hoorde omschrijven als de kern van haar aanpak: de lat hoog leggen, leerlingen nieuwe dingen laten doen en tot de rand van de afgrond brengen, maar wel ervoor zorgend dat er altijd een vangnet voor hen is. Het boek sluit af met een korte epiloog, waarin Biesta de hoop uitspreekt dat zijn verkenningen steun bieden ‘aan diegenen die menen dat lesgeven ertoe doet, niet voor de effectieve productie van leeropbrengsten maar voor ons bestaan als volwassen subject, in de wereld maar niet in het centrum daarvan’.

Een betekenisvol boek
Ook dit boek is weer een vertaling van een Engelstalig origineel. Dat is aanleiding voor een korte, verhelderende appendix over de vertaling van enkele centrale termen, zoals ‘recovery’, dat in het Nederlands ‘terugkeer’ is geworden, ‘teaching’ en ‘education’, want dat luistert nauw, zo legt de auteur zelf uit. In zijn inleiding vraagt Biesta zijn lezers om de moeilijker passages in zijn boek uit te houden en zich de tijd te gunnen er de diepere betekenis van te doorgronden. Hij spreekt ook de hoop uit dat zijn verkenningen bijdragen tot meer inzicht in waar het in discussies over lesgeven en de rol van de leraar om draait. Die hoop deel ik: er zit weer veel diep denkwerk in dat ons op onze beurt te denken geeft en waardevolle nieuwe perspectieven aanreikt.

Eerder verschenen op iFilosofie