Dinsdag, 19 april, 2022

Geschreven door: Nijs, Ines
Recensie door: Stoel, Jan

De terugvlucht

Kijk! is het eerste gebod voor vliegers

[Recensie] De terugvlucht is alleszins een passende titel voor de tweede roman van Ines Nijs (1968). Ze is schrijfster en freelanceredacteur en woont en werkt afwisselend in België en Senegal. Haar debuutroman Onomkeerbaar (2020) werd positief ontvangen.

Kijk! is het eerste gebod voor vliegers. En over kijken naar de ander en naar jezelf gaat deze roman. In De terugvlucht grijpt de auteur terug op de periode dat de Belgische luchtvaart met Sabena de lijnvluchten naar de voormalige Belgische kolonie Congo initieerde. We hebben het dan over de jaren dertig, veertig van de vorige eeuw. Een vlucht van Haren naar Leopoldstad, in het boek Leo genoemd, vergde doorgaans een dag of drie en was niet zonder risico. Van comfortabel reizen was geen sprake. Meteen al in het begin van de roman laat Nijs dat voelen als het vliegtuig met het hoofdpersonage Victor Heylighen zich in een storm bevindt:

“In de spookachtige schijn van de rode lampjes op het instrumentenpaneel stuur ik mijn handen over de hendels en de knoppen en klem ze bij elke schok, bij elke trilling weer vaster rond het stuur, in een wurggreep, die zelfs het strafste beest de nek omwringt. […] Achter ons klotst de benzine wild in de peilglazen. Voor ons geselt de regen de voorruit.”

De roman is opgebouwd uit twee delen: 14 juli 1945 en 14 juli 1946. In het eerste deel ontwikkelt zich het intrige en het tweede deel leidt tot de ontknoping. Het verhaal is geschreven vanuit het ik-perspectief van Victor.

Wandelmagazine

Congolijn
De terugvlucht is een gelaagde psychologische roman die losjes gebaseerd is op historische feiten. Die eerste vliegers op de Congolijn waren pioniers. Victor Heylighen was een van hen. Hij heeft de Congolijn in de jaren dertig uitgebouwd, de Tweede Wereldoorlog heeft zijn carrière onderbroken en in juli 1945 pikt hij de draad weer op in zijn Lockheed Lodestar. Victor kende ieder moertjes en radertje in het toestel. Als ik wat rondkijk op het internet lijkt Victor Heylighen geïnspireerd te zijn op de legendarische Sabena-piloot Prosper Cocquyt (1900-1954). Die vond voor elk probleem een oplossing, was onverschrokken, had zo’n twintigduizend vlieguren.

De Tweede Wereldoorlog is voorbij en voor het eerst vliegt Victor weer “boven de piste van N’dolo,” het vliegveld van Leopoldstad. Maar het is anders dan voorheen. Hij kan een maraboe niet ontwijken en slaat de aanwijzingen van de verkeerstoren in de wind. Hij vertrouwt op zijn eigen skills. Hij wordt op zijn gedrag aangesproken. Er is een nieuwe orde, er zijn nieuwe toestellen en andere regels en voorschriften. Als hij bij een landing in België van de baan afschiet wordt hij geschorst. Hij, de koning van de verkeersvliegers, boegbeeld van Sabena. Zijn identiteit is hem afgenomen. Wat nu? In dit verband is het goed om te vermelden dat Prosper Cocquyt niet om kon gaan met alle veranderingen en uiteindelijk in 1954 zelfmoord pleegde.

Parallellen
Er zijn meer parallellen in het verhaal. Bijvoorbeeld de niet al te gemakkelijke jeugd van Victor en zijn echtgenote Helena, beiden opgegroeid zonder vader, het feit dat ze alletwee in hun passie opgaan. Helena speelt cello “ze staarde en speelde en deelde haar verdriet” en Victor vindt zijn levensdoel in het vliegen. Zowel Victor als zijn vader is iets overkomen waaraan ze ‘min of meer’ geen directe schuld hebben, maar dat wel hun leven getekend heeft. Bij Victor is dat zijn geheim, maar ook Helena heeft een geheim. Kijk ook eens naar de namen. Victor: overwinnaar; Heylighen: hij werd als superpiloot bijna ‘heilig’ verklaard; Helena is in de Griekse mythologie een beeldschone vrouw. En de beste vriend van Victor draagt de naam Fernand, dezelfde voornaam als de marconist die samen met Cocquyt vloog. Leuk om die parallellen te ontdekken.

Herbronnen
Victor Heylighen moet zich gaan herbronnen op allerlei terreinen. Ines Nijs zorgt ervoor dat je in het hoofd van Victor kruipt en beschrijft met veel inlevingsvermogen het psychologische proces dat hij doormaakt. Zijn relatie staat onder druk en hij zoekt naar een nieuwe toekomst als vliegenier door samen met galeriehoudster Eliane Degreef deel uit te gaan maken van de handel in kunstvoorwerpen uit de Mayombe-regio, al dan niet authentiek. Weer zo’n mooi historisch lijntje: die houtsculpturen zijn befaamd en werden onder meer ‘verzameld’ door de missionarissen van de Congregatie van het Onbevlekte Hart van Maria, beter bekend onder de naam ‘missionarissen van Scheut’. Zij hebben ook een plekje in het verhaal. Die kunst kwam onder meer terecht in Tervuren. De auteur stelt met dit verhaallijntje meteen het fenomeen roofkunst aan de orde. Het mooiste masker is ‘de hemelbestormer’ waaraan magische krachten toegekend worden. Eliane spreekt bij de uitleg over het beeld de kernzin van het verhaal uit: [De hemelbestormer] “leert ons dat ge nooit moogt wanhopen, hoe dicht het einde ook nabij lijkt, ge moet blijven vertrouwen.”

Was ook Victor geen hemelbestormer? Het masker is bovendien een prachtige metafoor voor het afschermen van de binnenwereld. Kijk ook eens naar de titel van het boek: een terugvlucht waarheen? Naar je diepste bron? Naar onbenoemde zaken uit het verleden? Het zijn dit soort details die het boek zo rijk maken.

Thema’s
Het proces van het zoeken naar een nieuwe balans in je leven als status, zekerheden en verworvenheden wegvallen is het hoofdthema. Daaromheen cirkelen dramatische elementen/motieven die het verhaal inkleuren: twijfels, zelfreflectie, liefde, worstelingen met jezelf, angsten, het ‘bedreigende’ van het nieuwe.

Ines Nijs schrijft filmisch, zintuiglijk: je voelt hoe het is om in een toestel op de Congolijn te zitten, je ruikt de geuren van het Congolese land, je ervaart het verschil tussen de oorspronkelijke bewoners en de kolonisten. De Vlaamse ‘tongval’ stoort allerminst, maakt het verhaal authentieker. Wat Nijs perfect doet is bewust ‘leemtes’ laten vallen in het verhaal. Daardoor wordt je verbeelding gestimuleerd, ga je het verhaal invullen.

En dan is er die ontknoping van dit heerlijke boek. De laatste twee zinnen laten je verpletterd achter: “Beneden op de straat ligt haar lichaam. En daaronder, in scherven verbrijzeld, ligt haar schaduw.”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles