Dinsdag, 12 oktober, 2010

Geschreven door: Boogers, Alex
Artikel door: Stoffelsen, Daan

De tijger en de kolibrie

De rommel die blijft aankleven

Waar is de in het oeuvre van Alex Boogers zo vertrouwde uitzichtloosheid? Zijn we met De tijger en de kolibrie terug in het naamloze gat? Goed, Robert Borghart heeft banen die hem gestolen kunnen worden, maar hij heeft een fantastische vrouw en een geweldig zoontje. Helemaal zorgeloos is hij niet, maar ach, wie wel? Oh ja, hij wordt wakker in het ziekenhuis met buikwonden en geheugenverlies.

1

En dat terwijl hij altijd zoveel onthield.

‘“Al die rommel blijft aan me kleven.”
“Rommel?” vroeg de artdirector.
[…]
Ik zei: “De smerigheid, de modder. Je weet wel, rommel. Je sleept het mee, steeds weer. Net als zo’n soldaat. Je vraagt je af waarom, totdat je ziet dat de persoon die rechtop naast je loopt dwars door z’n kop wordt geschoten. Stommelingen redden het niet.”’

[Voor meer context: zie de voorpublicatie op Athenaeum.nl.]

Wordt Vervolgd

Het ziekenhuis is een vertrouwd uitgangspunt (zoals in Het waanzinnige van sneeuw), geheugenverlies een goede truc om het voorafgaande in brokjes te introduceren. Roberts bedlegerigheid – door een ongeluk? – suggereert dat er iets goed is misgegaan. Dat is duidelijk. En uit de brokjes herinnering blijkt al snel dat er inderdaad rommel is, zozeer dat je begint te vrezen dat er Iets Heel Ergs gebeurd is.

Zo bezien lijkt geheugenverlies een zegen.

2

En wat voor rommel. De hersenloosheid van zijn baan als copywriter bij een reclamebureau en later als vertegenwoordiger, is niet de enige smet op Roberts leven. Er is Jerry, een goede vriend van vroeger, een bokstalent dat het verkeerde pad is ingeslagen. En er is een andere vrouw. In korte hoofdstukken, één, twee pagina’s, laat Boogers ons puzzelstukjes zien van het leven van Robert Borghart.

Inderdaad, geheugenverlies zou een zegen zijn geweest, ware het niet dat er ook de romance met zijn Marscha is.

‘Een aardbeving in India zorgde voor tienduizend doden. John Demjanjuk, de beul van Treblinka, werd vrijgesproken door het Israëlische hooggerechtshof. Japan weigerde nog altijd om de walvisangst op te geven. En Prince wilde voortaan als een symbool door het leven gaan, waardoor niemand meer wist hoe ze hem moesten noemen. We doorstonden alles, Marscha en ik. Jerry zei: “Nog steeds met hetzelfde meisje?”
En ik zei: “Ja.”
Ik zei: “Mijn meisje.”’

En er is de idylle die hij op Bali beleeft met haar en hun zoontje Tomas. Dat is wél de moeite waard. Maar waarom zijn Marscha en Tomas nog niet bij zijn ziekbed langsgeweest?

‘Misschien hadden we een ernstig ongeluk gehad en lag Marscha ergens anders. […] Tomas was nog jong en mocht me niet zien. Het zou veel verklaren.
“Waar is mijn vrouw?”
Ik realiseerde me dat ik nooit zo direct had gevraagd. Mijn gedachten leken helderder te worden.
“Geen pijn?” vroeg broeder Wesley?’

3

De tijger en de kolibrie is een afwisseling in hoog tempo van de goede en de slechte herinneringen. In hoeverre Roberts leugens, overspel en betrokkenheid bij Jerry’s onduidelijke zaken hem duur komen te staan, ontdekken we pas laat. Is het het gelukkige gezinnetje fataal geworden?

Boogers’ proza is vakwerk. Hij weet nieuwsgierigheid op te wekken, speelt met ons gebrek aan kennis en dat van Robert, hij schept met verve het contrast tussen Roberts spannende nevenactiviteiten en diens gelukkige gezinsleven. Hij schrijft direct, stevig en vloeiend.

Toch is dit niet een briljant boek. De argumenten voor dat oordeel lijken hem meer te zitten in dat subjectieve moeras van identificatie en sympathie – in het schimmige gebied van karaktertekening en herkenning – dan op de vaste oevers van stijl, structuur en positie. Marscha, Tomas, Jerry en Robin, die andere vrouw, zijn vast heel belangrijk voor Robert, maar in zijn streven sec en sober te schrijven, laat Boogers weinig los over hen. Geheugenverlies? Het blijven schematische figuren in een verhaal over conflicterende verlangens.

Dat geldt ook voor Robert. Hij maakt geen kille keuze voor zijn affaire, hij stort zich niet opportunistisch in het criminele leven, hij laat zich leven. Hij laat zich koeioneren door Marscha, baantjes toeschuiven door zijn schoonvader, bespelen door Robin, geld toeschuiven door Jerry. Dat is moreel als slap of laf te beoordelen of in emotionele termen onsympathiek, belangrijker is dat De tijger en de kolibrie daardoor niet zo goed werkt. De mate waarin het mis gaat, de grofheid van de rommel, het laat je onverschillig. Het gebeurtRobert, telkens weer, hoofdstuk na hoofdstuk, en de confrontatie blijft uit, en als die dan daadwerkelijk plaatsheeft, is hij te sec om bij stil te staan. Roberts ontevredenheid, onverschilligheid, afzijdigheid, hoe je het ook wil noemen, schuurt nergens, zeurt niet door.

De tijger en de kolibrie is een snelle roman, is spannend en intrigeert op momenten. Maar hij raakt niet.