Zondag, 2 mei, 2010

Geschreven door: Smits, Roel
Artikel door: Hopman, Bob

De tovenaar van Petersburg

Schrijnende scenes in een toilethok

Een dokter moet het Professor Otto Herz, van de Universiteit van Petersburg, anno 1905 duidelijk maken: ‘[u]w neus is schoon en verkeert in uitstekende conditie.’ Dat betekent dat er een psychosomatische oorzaak moet zijn voor de ziekmakende lijklucht die de Professor blijft plagen, die hem uit zijn slaap blijft houden en die hem de eetlust ontneemt tot op het punt van ernstige ondervoeding. Een verband met Otto’s recente expeditie naar Siberië, voor het bergen van een mammoetkadaver, ligt voor de hand. Het is een klus in een omgeving die men zijn ergste vijand niet toewenst, terwijl Otto ging mét zijn ergste vijand: zijn eigen zoon.

Die zoon, Willi, hoort bij de jonge revolutionairen die langzaam in het Rusland van de vroege twintigste eeuw aan invloed winnen. Hij is opgepakt vanwege terroristische activiteiten en de vader kan kiezen om hem als terrorist te laten berechten, of om hem mee te nemen op zijn reis naar de taiga, ‘bijna een echte verbanning’. Otto kiest voor het laatste, en neemt voor zolang als de expeditie duurt de rol van verteller op zich, als schrijver van een persoonlijk reisverslag.

Zowel de situatie van het leven en het onderzoek in Siberië worden uitgebreid door Otto beschreven, als de aanhoudende strijd met zijn zoon, die zich ongeliefd voelt. Willi’s voortdurende schreeuw om aandacht levert schrijnende scènes en conversaties op, zoals wanneer hij zich opsluit in een toilethok.

‘“Is dat zo, Otto? Hou je van me?”
Het was een buitengewoon onaangenaam moment. “Ik forceer de deur”, zei ik.
“Daar heb je mij niet mee maar de bannelingen”
“Maak open die deur.”
“Eerst zeggen of je van me houdt.”
“Ik begrijp niet waarom dit nodig is”
“Ik zal het makkelijker maken. We beginnen gewoon bij mama. Hield je van mama?”
“Ik was met haar getrouwd, Willi.”
“Ik vraag niet of je met haar getrouwd was. Ik vraag of je van haar hield.”’

Technisch Weekblad

Omdat de vader er pagina’s lang in slaagt om zijn zoon vooral níet het antwoord te geven dat hij horen wil en Willi niet naar buiten komt voordat zijn vader eerlijk tegen hem is geweest, zijn het de ruzies en onenigheden die de boventoon voeren in het reisverslag. De wetenschappelijke en de paleontologische aspecten sneeuwen daardoor lichtelijk onder, maar een verlies is dat niet. Roel Smits (1964) weet door korte zinsbouw en eenvoudig taalgebruik een enorme rust in het verhaal te leggen, en er tegelijkertijd een licht ontvlambare laag aan toe te voegen, door het gebrek aan eenduidigheid in het vader-zoonconflict. De vader, die zich wanhopig vastklampt aan wetenschappelijke logica en niet in staat lijkt om daarbuiten ergens om te geven, wekt weinig sympathie op – hij doet in de verte denken aan de illusieloze hoofdpersoon uit Camus’ _L’ etranger. Maar ook Willi, die aanvankelijk slechts een idealistische jongeling lijkt die naar vaderliefde hunkert, blijkt al gauw niet van onhebbelijkheden en eigenaardig gedrag gevrijwaard. Zo word je als lezer tussen de twee heen–en-weer geslingerd.

Wat voegen verder de mammoet, de taiga en de historische enscenering toe aan dit conflict? De afzondering in Siberië verergert de situatie van de reizigers, en ook het mammoetkarkas deelt hierin. Een voor een worden de reisgenoten ziek, krankzinnig en uitgehongerd, wat volgens de Lakoeten, de inheemsen in de Oostelijke streken, de wraak is van de geest van de mammoet. Het karkas moet met rust gelaten worden volgens de Sjamaan. En hoewel Otto niet aan dergelijk bijgeloof hecht, sluipen bovennatuurlijke verschijnselen het wetenschappelijke verslag in. Ook hier blijf je als lezer op twee benen hinken: de ziekte lijkt veroorzaakt te worden door de onmenselijke levenssituatie en het geloof in de ziekte zelf, maar ook de zo rationele professor lijdt bij terugkomst aan verhongering en uitputting en lijkt zomaar door de mammoetgeest getroffen.

Zo wordt de wetenschappelijke expeditie nooit meer dan een excuus, een ondergrond voor de conflicten in het boek. De tovenaar van Petersburg is noch een historische roman over het veranderende Rusland onder de laatste Tsaar, noch een roman over wetenschap á la Nooit meer slapen, zoals op het eerste gezicht lijkt. Smits is dan ook niet zoals Hermans was geoloog of een vergelijkbaar bétawetenschapper, maar dokter in de psycholinguistiek en het is duidelijk dat geologie dan ook niet het hoofdthema van de roman is, evenmin als de historische situatie. Dit laatste maakt het gehele ‘Petersburgse’ verhaal, en de geschiedenis van het vallende Rusland feitelijk onnodig, maar uiteindelijk pakt het verhaal wel goed uit. De roman is bijzonder gelaagd, kent vele aspecten van conflict tussen mens en natuur en tussen mensen onderling, en is in al die aspecten precies uitgebalanceerd: meer is niet nodig. De tovenaar van Petersburg is geen mislukte historische of wetenschappelijk georiënteerde roman, het is een uiterst geslaagd vader-zoon verhaal.