Zondag, 22 september, 2019

Geschreven door: Petrarca, Francesco
Artikel door: Mosselman, Leon

De twee gezichten van Vrouwe Fortuna

Levenswijsheid van Seneca en Petrarca

[Recensie] De Romeinse denker Seneca heeft bijna 2000 jaar geleden levensinzichten op papier gezet die onsterfelijk zijn gebleken. In 2018 is er een mooi uitgevoerde herdruk verschenen bij uitgeverij Boom.

Ik heb me als puber reeds verdiept in wat de Seneca te zeggen had en heb er veel aan gehad door de jaren heen. Het betreffende boek Dialogen heb ik ruim tien jaar geleden verkocht, ik denk uit behoefte om mijn eigen weg te vinden. Met de nieuwe uitgave heb ik een oude vriend terug. Om dit te vieren deze kruising tussen recensie en mini-essay.

Seneca is erg concreet in zijn wijsheden. Hij is altijd bezig met de vraag: hoe blijf ik rustig onder moeilijke omstandigheden? Hij onderzoekt bijvoorbeeld het verschijnsel woede. De meeste mensen raken wel eens buiten zinnen van woede. Nou is dat geen enorm probleem, maar het is evenmin iets om trots op te zijn. Doorgaans blijkt een woede-uitbarsting achteraf zelden heilzaam. Vaak zet je jezelf ronduit voor gek. Hetgeen je er eventueel mee bereikt, fiks je in een rustigere en meer uitgebalanceerde toestand evengoed of beter. Seneca schildert woede-uitbarstingen af als een onvolwassen manier van doen. En dit geldt wat hem betreft ook voor het opgaan in verdriet. Het zijn toestanden waar een evenwichtig mens niet in wil verkeren. Je maakt je eigen verdriet of woede alleen maar zwaarder door je erin te verliezen. Dat betekent niet dat hij pleit voor een gevoelsarm leven. Integendeel, vanuit de contemplatieve afstand van al te overrompelende gemoedsaandoeningen ontstaat juist ruimte om ons leven te ondergaan op een vrijere, misschien wel intensere wijze.

Overigens is een deel van de essays (traditioneel ‘dialogen’ genoemd; te interpreteren als innerlijke dialogen, oftewel het bij zichzelf te rade gaan), gelardeerd met brieffragmenten van Seneca, in een meer sprankelende vertaling beschikbaar gekomen bij uitgeverij Athenaeum (Levenskunst). Maar de meest volledige editie is vooralsnog de genoemde van Boom.

Hereditas Nexus

Petrarca (1304 – 1374) was klaarblijkelijk een liefhebber van Seneca. Petrarca luidde aan het einde van de Middeleeuwen zoals bekend een herwaardering van de klassieken in. Hij is er uitvoerig om geprezen. Er was echter, gedurende de Middeleeuwen, een valkuil voor bewonderaars van de klassieken, namelijk dat de bewonderaars geneigd waren om elke uitspraak als geopenbaarde waarheid te zien. Ongeveer volgens deze redenering: die klassieken waren zo geniaal, dat ze zich eigenlijk nooit vergisten; waar ze hun licht over lieten schijnen, openbaarde zich de waarheid. De ietwat wijsneuzerige aanpak van Petrarca zelf, die met een haast maniakale diversiteit over van alles en nog wat adviezen geeft, is een echo van dit ideaal van onfeilbare geïnspireerdheid. Bij het werken aan het onlangs vertaalde en verzorgd uitgegeven boek De twee gezichten van Vrouwe Fortuna heeft hij, naar het zich laat aanzien, ook van zichzelf gedacht: parbleu, waarover ik maar filosofeer, stromen de mooiste inzichten uit mijn pen, ik schijf het allemaal op, ik ben geniaal. En hij was het ook. De overcompleetheid van de genoemde bundel is dan ook verbluffend in goede zin; en een heel klein beetje komiek tevens.

Deels zit hetgeen ik me verstout enigszins komiek te noemen in de wijde baaierd aan onderwerpen, deels ook in de vorm waarin hij die behandeld. Want waar de ‘dialogen’ van Seneca gewoon essays zijn, is Petrarca werkelijk gaan schrijven in dialoogvorm. Er wordt telkens door een onnozel personage een enkele, zeer korte opmerking dan wel tegenwerping gemaakt, keer op keer hetzelfde in iets andere woorden. Daar wordt vervolgens uitvoerig op ingegaan door een wijze gesprekspartner. Dat is natuurlijk wat Petrarca werkelijk wil zeggen. Eerstgenoemd personage voegt niets toe behalve irritatie. Mijn commentaar betreft dus de vorm, niet de inhoud van de ‘gesprekken’. De inhoud is bijzonder genoeg; ook al haalt Petrarca’s snedigheid het nèt niet bij die van Seneca. Daar staat de door mij eerder genoemde diversiteit van onderwerpen tegenover; ik noem ‘Fysieke kracht’, ‘Diners’, ‘Aangename geuren’, ‘Dansen’, ‘Geluk bij het gokken’, ‘Paarden’, ‘Bekendheid als schrijver’, ‘Veel vrienden’, ‘Tuinen’, ‘Liefdesrelaties’, ‘Geadopteerde kinderen en stiefkinderen’, ‘Heldere lucht’, ‘Aardige broers en knappe zusters’, ‘Terugkeer uit de gevangenis’, ‘Geminacht worden’, ‘Zijn vader verliezen’, ‘Een dodelijke val van een klein kind’, ‘Zwaar en vermoeiend werk’, ‘Een beperkt en zwak geheugen’, kortom voor ieder wat wils.

De twee gezichten van Vrouwe Fortuna is een soort mentale medicijnkast. Je begint bij een stukje met een titel die je aandacht trekt en je leest vanzelf verder, ook al heeft je kind nooit een dodelijke val gemaakt, heb je geen tuin, houdt je niet zo van dansen, is je broer een eikel en je zus afzichtelijk, werkt je reukvermogen niet naar behoren, keer je niet terug uit de gevangenis en wordt je alom bewonderd en nooit geminacht.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles