Zondag, 29 september, 2019

Geschreven door: Armstrong, Karen
Artikel door: Olk, Jasmijn

De verloren kunst van de heilige geschriften

Heilige schrift is werk in uitvoering

Karen Armstrong pleit er in haar nieuwe boek voor om niet alleen aandacht te schenken aan de inhoud van heilige teksten, maar ook aan de geschiedenis ervan, aan recitatie, ritueel en handeling.

[Recensie] Niet alleen is er vandaag de dag weinig kennis van de religieuze geschriften, ook worden ze tekortgedaan doordat men ze alleen inhoudelijk benadert, als vaststaande teksten die een ultieme  waarheid zouden bevatten. “In vele opzichten lijken we in de moderne wereld de kunst van de  heilige geschriften te verliezen”, stelt gerenommeerd religiewetenschapper Karen Armstrong in haar nieuwste boek De verloren kunst van de heilige geschriften. “In plaats van deze te lezen om tot een verandering te komen, gebruiken we ze als bevestiging van onze eigen opvattingen.”

Een geschrift valt te definiëren als een tekst die als heilig wordt beschouwd, vaak – maar niet altijd – omdat hij van godswege is geopenbaard en deel uitmaakt van een gezaghebbende canon. Armstrong verduidelijkt dat ons woord ‘geschrift’ vaak een geschreven tekst impliceert, maar dat de meeste geschriften zijn begonnen als teksten die mondeling werden overgeleverd.

In sommige tradities was de klank van de geïnspireerde woorden dan ook belangrijker dan kun betekenis.

Archeologie Magazine

Waar we tegenwoordig een canon beschouwen als iets wat heilig is en onherroepelijk afgesloten, wil Armstrong juist laten zien dat schrift in alle culturen een werk in uitvoering was, iets wat constant veranderde om in nieuwe omstandigheden nog iets te zeggen te hebben. Ze stelt voor om, naast de inhoud van een tekst, meer aandacht te geven aan geschiedenis, recitatie, ritueel en handeling

Het betoog van Armstrong voert langs de vele wegen van verschillende religies en filosofieën: van het volk Israël, de Griekse tragedies, Jezus en Paulus naar de mystieke kabbala, de Koran en moderne filosofen. Via de Advaita Vedanta neemt ze de lezer mee naar het geweldloze jaïnisme, het  boeddhisme en sikhisme. Ook de ontwikkeling van filosofie in China – het confucianisme, de  denkbeelden van Mengzi en de tao – komt aan bod. Ze ontdekt in deze tradities nieuwe manieren  van omgaan met schrift.

In De verloren kunst legt Armstrong verbindingen tussen verschillende hoofdthema’s die in de geschriften naar voren komen. Centraal staat het verlangen van alle mensen naar leven in verbondenheid met God. “Voor de manier om in harmonie met het transcendente te leven hebben deze geschriften uiteenlopende voorschriften, maar in één ding stemmen ze overeen: om een echte relatie te krijgen met wat Streng het onkenbare ‘ultieme’ heeft genoemd, moet je je ontdoen van egoïsme. […] Verder zeggen alle schriften dat je dit overstijgen van het zelf het beste kunt bereiken door je op empathie en compassie toe te leggen.”

Tot slot de lengte. De één zal zich storen aan de bijna zeshonderd pagina’s aan overpeinzingen en illustraties. Een ander zal dit juist als verrijkend ervaren. Want hoewel niet alle inhoud noodzakelijk is om tot het centrale punt te komen, geeft de veelkleurigheid van De verloren kunst de lezer inzicht in de manier waarop mensen al duizenden jaren worstelen met wat zij als heilig beschouwen.

Eerder verschenen in Volzin