Zondag, 12 februari, 2017

Geschreven door: Kaplan, Robert D.
Artikel door: Verplancke, Marnix

De verovering van de Rockies

Speak softly, but carry a big stick

De Amerikaanse geografie heeft het land veroordeeld tot een imperialistische status, schrijft reisjournalist en politiek denker Robert Kaplan in zijn nieuwe boek. Controversieel en tegendraads als altijd gaat hij in tegen het wij-zij-simplisme dat de hedendaagse discussie domineert.

[Recensie] Dat de VS vandaag de politieman van de wereld zijn die maakt dat het relatief veilig varen is op de wereldzeeĆ«n en dat Centraal-Europa nog niet door Poetin en de zijnen onder de voet is gelopen, hebben we te danken aan Theodore Roosevelt, Amerikaans president van 1901 tot 1909. Hij was immers de eerste president die inzag dat Amerika te klein geworden was voor de Amerikanen en dat hij daarom een internationale rol te spelen had. Zo gaf hij de aanzet tot het graven van het Panamakanaal, bemiddelde hij de vrede tussen Rusland en Japan waarvoor hij in 1906 de Nobelprijs voor de vrede kreeg, deed hij hetzelfde bij de Frans-Duitse twist over Marokko en stuurde hij de laatste twee jaar van zijn bewind een vloot van zestien oorlogsschepen de wereldzeeĆ«n op om te tonen wie de baas was. ā€œSpeak softly, but carry a big stick,ā€ was niet toevallig zijn levensmotto.

Roofzuchtig kapitalisme

De reden waarom Roosevelt zijn land een nieuwe koers gaf is volgens Robert Kaplan te vinden in zijn liefde voor het Amerikaanse binnenland. In De verovering van de Rockies beschrijft Kaplan hoe deze geboren New Yorker na de dood van zijn eerste vrouw naar de Great Plains trok. Hij liet zich overweldigen door de natuur, sprak uitvoerig met de rauwe bevolking van North en South Dakota en begon te beseffen wat de Amerikanen voor hem doorstaan hadden om dit immense land tussen Atlantische en Stille Oceaan te veroveren. Die verovering had hen gehard en gevormd. Zij had van arme gelukzoekers pioniers gemaakt, individualisten die beseften dat ze het alleen door samen te werken zouden halen tegen de onverbiddelijke elementen. Op dat moment werd Roosevelt een imperialist tegen wil en dank, suggereert Kaplan. Niet dat hij ervan droomde het Romeinse Rijk nog eens dunnetjes over te doen. Dat avontuur was immers weinig gracieus afgelopen. Hij besefte echter dat wilde Amerika groot blijven, het voorbij zijn fysieke grenzen moest kijken. Op economisch vlak natuurlijk, door middel van een roofzuchtig kapitalisme, maar ook militair, want om dat kapitalisme slaagkansen te geven was een stabiele wereld nodig.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Robert Kaplan is een no-nonsens politiek denker en reisjournalist. ā€œIk woon in Massachusetts,ā€ schrijft hij in De verovering van de Rockies. ā€œGeld verdienen was er altijd al belangrijker dan grote utopische theorieĆ«n verkopen. Die lieten we over aan de Europeanen.ā€ Nee, geef hem maar een flinke portie gezond verstand. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Kaplan eerder een doener is dan een denker. In zijn meer dan veertig jaar omspannende carriĆØre heeft hij zowat de hele wereld afgereisd, waarbij hij een voorliefde aan de dag legde voor gebieden die op barsten stonden. Zo bezocht hij rond 1990 de Balkan. Maandenlang praatte hij er met Jan en alleman, van academici tot de uitbater van een krantenkiosk, en hij kwam tot de conclusie dat het voormalige JoegoslaviĆ« een tijd van burgeroorlogen tegemoet ging die gebaseerd zouden zijn op de geesten uit de geschiedenis. Hij schreef er een boek over, Balkan Ghosts, dat aanvankelijk niemand wou publiceren, tot de boel in de Balkan echt ontplofte. Toen werd president Bill Clinton gespot met een exemplaar onder de arm. Op dezelfde manier, waarbij hij ervan uitgaat dat het heden het kind is van het verleden en dat mensen voor een groot deel bepaald worden door de geografie van hun land, schreef Kaplan over Afghanistan, het Midden-Oosten en delen van Afrika. Hij deed dat zo goed dat hij als raadgever opgevist werd door tal van thinktanks en het Pentagon.

In zijn nieuwste boek bekijkt hij zijn eigen Amerika zoals hij in het verleden andere landen bekeek. Hoe heeft de geografie de Amerikaan gemaakt tot wie hij vandaag is, vraagt hij zich af, en de invloed is volgens hem duidelijk. De Amerikaan is nog steeds een man van de frontier, die in een land woont met maar twee buren, waardoor hij tijd en energie heeft om voorbij de grenzen te kijken. Dat er in de VS meer kilometer bevaarbare rivieren zijn dan in de rest van de wereld samen, maakte het land voorbestemd om een handelsnatie te worden.

Identiteitsloze boutiquehotel

Kaplan is de zoon van een vrachtwagenchauffeur die tijdens zijn carriĆØre 43 Amerikaanse staten doorkruiste en met veel vaart en inlevingsvermogen vertelde over zijn avonturen. Kleine Robert hing meteen aan zijn lippen en wou niets liever dan ook op reis gaan. De laatste keer dat hij de VS doorkruiste was in 1990. Voor De verovering van de Rockies wou hij het nog een keer doen, en noteren wat veranderd was. Dus vertrok hij in 2015 vanuit Massachusetts met bestemming California en ontdekte hij waarom Donald Trump een jaar later president zou worden. Opnieuw bezocht hij dus een land dat op ontploffen stond, maar deze keer was het het zijne.

Wat Kaplan zag is weinig opbeurend. Eens de drukke oostkust achter de rug bereikte hij de verwoeste gewesten. Neem bijvoorbeeld Wheeling, West-Virginia. In 1940 woonden er 61.000 mensen, nu nog 28.000. Twee op de drie winkelpanden in het centrum staan leeg. Er loopt niemand over straat en het is er stil. Mensen leven er niet meer. Ze overleven. Wanneer de politiek het heeft over de verdwijnende middenklasse, schrijft Kaplan, toont ze hoe wereldvreemd ze is. Die middenklasse is immers al lang verdwenen. Het grootste deel ervan is teruggevallen tot de grotendeels werkloze arbeidersklasse, terwijl een klein deel is opgeklommen tot de grootstedelijke elite. Het is een fenomeen dat hij overal ziet. Amerika loopt leeg. Kleine steden sterven en de grote worden alsmaar groter. Des Moines en Salt Lake City groeien als kool en de ene glazen wolkenkrabber verrijst er naast het andere identiteitsloze boutiquehotel.

Het ware verhaal van continentaal Amerika gaat over economische turbulentie, aldus Kaplan, en de cultuurstrijd waarmee deze gepaard gaat. In de grote steden krijgen we te maken met een gezichtsloze wereldcultuur. De achterblijvers op het platteland, die niet geslaagd, niet knap, niet progressief en vaak obees zijn, verzetten zich tegen die eenheidsworst en graven zich steeds dieper in. In hun wereld verlenen een geweer en een pick-uptruck mannen een identiteit, maar het is ook een verdwijnende wereld.

De elite uit Washington is grofweg in drie strekkingen te verdelen, aldus Kaplan. Er zijn Wilsonians die de democratie internationaal willen promoten. Daarnaast heb je Hamiltonians die alleen geloven in internationale handel en Jeffersonians die hun aandacht vooral willen besteden aan het bevorderen van de binnenlandse democratie. Het grootste deel van de platteland-Amerikanen zegt dat allemaal niets. Hun interesse gaat niet verder dan hun kleine leefwereld en welke rol de VS zouden moeten spelen op wereldvlak – louter economisch of ook politiek – is gewoonweg geen gespreksonderwerp. Zij zijn als Andrew Jackson, de zevende en eerste echt populistische president van Amerika. Zij geloven in eer, God en een sterk leger. Dit is het land van Trump, impliceert Kaplan. We zien hier de laatste en daardoor ook de lelijkste stuiptrekkingen van een stervend land.

En dat stemt Kaplan niet blij, want met die frontiermentaliteit gaat ook iets verloren. Kaplan is een aanhanger van het Amerikaanse exceptionalisme. Op basis van haar geografie heeft Amerika de taak de politieman van de wereld te zijn. In Des Moines en Salt Lake City wil men dat steeds minder omdat getwijfeld wordt aan de Amerikaanse waarden, maar niet zo Kaplan. En hij gaat daar ver in. Sinds Vietnam is een bepaald soort geschiedschrijving ongewenst aan de universiteiten, zegt hij, die van de verovering van het westen en de gezamenlijke Amerikaanse identiteit. ā€œAls we helemaal geen geschiedenis meer hebben om trots op te zijn, kunnen we ook geen geopolitiek ten goede meer bedrijven. Hoe weten we wat we moeten doen als we geen voorbeeld aan het verleden kunnen nemen? We hebben een evenwichtig verhaal nodig.ā€ Daarom verdedigt hij een gematigd nationalisme. Wereldwijd trouwens, want de Europese malaise wijt hij aan het verdwijnen van de nationale identiteiten alhier. Wanneer hij op zijn reis doorheen Amerika Mount Rushmore passeert, de vier verguisde presidentenkoppen uitgehouwen uit een voor de indianen heilige berg, schrijft hij gedurfd dat dit een monument is dat de Amerikaan laat zien waar hij voor staat. Het is een ode aan de Amerikaanse expansiedrang, beseft hij, maar zou die wereld zoveel beter geweest zijn zonder die drang? Is het Chinese of Russische alternatief voor die expansiedrang dan te verkiezen?

Differentiedenken

Robert Kaplan is een pragmaticus. In een onrustige wereld verliezen we allemaal en daarom komt hij op voor machtsevenwichten. Amerika heeft een internationale rol te spelen en protectionisme is uit den boze. Het westen is veroverd door een combinatie van individualisme en gemeenschapszin. Amerika moet het dus uit zijn hoofd zetten dat het alles alleen kan doen. Het heeft partners nodig, zoals die te vinden zijn binnen de NAVO. En het moet luisteren naar de wereld. Op binnenlands vlak roept hij de Amerikaanse politieke klasse op niet te spuwen op de ā€˜basket of deplorablesā€™ zoals Hillary Clinton hen noemde: ā€œWaar het nu om draait is niet dat de ene politieke stroming het wint van de andere, maar dat de gemondialiseerde helft van de bevolking respect krijgt voor en steun werft van de nationalistische helft.ā€ Amerika dreigt ten onder te gaan aan het differentiedenken dat zwarten opzet tegen blanken, heteroā€™s tegen homoā€™s, armen tegen rijken en ga zo maar door. De Amerikaan is de band met zijn land kwijt, aldus Kaplan en daardoor denkt hij alleen nog aan zijn persoonlijke gekrenkte trots.

Eerder verschenen in De Morgen