Dinsdag, 19 januari, 2021

Geschreven door: Bassant, Patrick
Artikel door: Goedgezelschap, Guido

De vlinder in de inktpot

Pro o contra? No es un término medio dorado

(Voor of tegen? Er is geen gulden middenweg)

[Recensie] Op 26 april 1937, bombarderen de nazi’s het Baskische stadje Guernica. De ravage is verschrikkelijk. Een bommenregen van drie en een half uur zorgde voor de verschrikkelijke gevolgen. De Spaanse krant El Pais kopte:

“De bewoners van Guernica zijn uitgeroeid door de vijandelijke luchtmacht.” (bron Wikipedia).

Deze gebeurtenis is de aanleiding voor een schilderij (Guernica) van Pablo Picasso uit 1937 dat hij schilderde voor de Wereldtentoonstelling in Parijs (1937), in de schaduw van de Eiffeltoren, waar de adelaar boven op het Duitse paviljoen zijn minachtende blik liet vallen over de Franse hoofdstad. Wat moest door gaan voor een pacifistisch feest kende het tegenovergestelde effect: drie jaar later wapperde de nazivlag boven op l’Arc de Triomphe, het Franse overwinnigssymbool bij uitstek.

Het immense doek is te bekijken in Museo Reina Sofia in Madrid. Het staat symbool voor de gebeurtenissen in Guernica en geldt als één van de belangrijkste kunstwerken van de twintigste eeuw, representatief voor het leed dat twee wereldoorlogen gebracht hebben.

Boekenkrant

De Spaanse Burgeroorlog (19 juli 1936 – 01 april 1939) laat Spanje verscheurd en desolaat achter in de handen van het fascistische regime van Franco. Na de nederlaag van Hitler in 1945 wordt Spanje voor vele jaren geïsoleerd van de rest van de wereld.

Dit en nog veel meer vormt de basis en de achtergrond voor De vlinder in de inktpot van Patrick Bassant (Amsterdam, 1997). Hij studeerde Nederlands in Amsterdam en Leuven, is redacteur van het literaire tijdschrift DWB en publiceerde in tal van tijdschriften. In 2012 verscheen zijn uitstekend ontvangen roman Joy. De semi-fictieve roman De vlinder in de inktpot verscheen in 2020.

“Alle oorlogen zitten vol verhalen die fictie konden zijn”
– Javier Cercas, soldaten van Salamis

Bleekpoeier Pit, een fictief hoofdpersonage, is een werkloze havenarbeider/matroos. Hij leeft van zijn stempelgeld en verdoet zijn dagen in Amsterdam met, … niets doen. Op een dag ontmoet hij zijn oude vriend Mark De Ritselaar en samen belanden ze bij Scheltema, een verzamelplaats voor journalisten waar altijd over politiek wordt geleuterd en liters bier worden verzwolgen. Europa kreunt onder het oprukkende rechtse geweld: Mussolini in Italië, Hitler in Duitsland en Franco in Spanje, maar Pit is zijn aanvankelijke interesse, woede, en verontwaardiging kwijtgeraakt. Een fotograaf, Ferno, die met hen een tafeltje deelt slaagt er in om Pit warm te maken om als fotograaf naar Spanje te gaan. Ferno is een steeds weerkerende figuur in het verhaal, te pas en te onpas. Hij lijkt wel een soort ‘beschermengel’ van Pit.

“Het epicentrum van alle links-rechtsconflicten, of gewoon de dichtstbijzijnde oorlog tegen de fascisten, was Spanje. […] De tafelgenoten verzekerden hem dat Spanje de enige hoop op succes was, dat het daar en nu moest gebeuren als ze ergens pal wilden   staan tegen het oprukkende rechtse geweld.” Blz. 27

Gewapend met een tweedehands fototoestel trekt Pit naar Spanje, weliswaar met een tussenstop in Parijs, waar de voorbereidingen lopen voor de Wereldtentoonstelling van 1937. Hij ontmoet er Pablo Picasso die er zijn Guernica schildert.

“‘Maar schilderen is toch niet bedoeld om je huis te verfraaien. Het is een wapen, een aanvalswapen of voor mijn part een verdedigingswapen, ’sprak de schilder dan boos. ‘Het is geen trucje voor de sier, maar het is magie die ontwikkeld is om te bemiddelen tussen ons en deze vreemde en vijandelijke wereld.’” Blz. 105

Pit is niet gerust over de hele onderneming en wanneer hij tijdens een zware, levensgevaarlijke nachtelijke tocht door de Pyreneeën op een vreemde manier zijn fototoestel verliest, twijfelt hij aan de betrouwbaarheid van zijn kompanen. Er rest hem nu niets anders meer dan de duurbetaalde maar slechte wapens, geleverd door Stalin, ter hand te nemen, de strijd aan te gaan tegen de fascisten en vooral op zijn hoede te zijn voor schijnbare vrienden. Wanneer hij gewond raakt krijgt hij de mogelijkheid om weer te doen waarvoor hij gekomen was: de heldendaden van de republikeinen en de wandaden van de falangisten vastleggen op de gevoelige plaat.

Johan Brouwer (1898, Rotterdam – 1943, vermoord door de nazi’s, Haarlem), hispanoloog en auteur, was een verzetsstrijder tijdens WOII. In 1921 vermoordde hij een getuige van een bankoverval die Brouwer samen met zijn broer pleegde. Aanvankelijk publiceerde hij voor een rechtse krant, maar door zijn aanwezigheid in Spanje, tijdens de Burgeroorlog, kreeg hij andere inzichten. Daardoor creëerde hij voor zichzelf een moeilijke situatie. Overlopers werden al vlug bestempeld als verraders en spionnen en de weg naar de wurgpaal of een dodelijke kogel was dan niet ver af.

Pit en Brouwer ontmoeten elkaar in Spanje, net zoals zij daar vele andere kunstenaars hebben ontmoet: dichter-kapitein Jef Last, Gerda Taro, André Malraux, Joris Ivens, La Passionaria, André Gide , Robert Capa en Ernest Hemingway. Zij streden allemaal voor ‘de goede zaak’ aan de zijde van de republikeinen/communisten, gesteund door Stalin, met het wapen en/of met de pen. Als vooraanstaand intellectueel was Brouwer bekend en gekend in kringen van schrijvers, journalisten, dichters en schrijvers. Hij moest wel voortdurend op zijn hoede zijn want men kende zijn eerdere empathie voor de opstandelingen van Franco. En Stalin, die in deze oorlog een vuile rol speelde, was meedogenloos: voor of tegen, er is geen gulden middenweg.

Vooral Hemingway krijgt in dit boek wat meer aandacht toebedeeld. We leren hem kennen als een verbruiker van vloeistoffen die vooral veel alcohol bevatten, maar ook als verhalenverteller. Het waren verhalen die je met een korreltje zout moest nemen, want Ernest nam vaak een loopje met de waarheid om zijn aandeel in de strijd te verheerlijken.

En dan, in volle Burgeroorlog, 1937, Madrid, … ‘Het tweede Internationale Congres van Antifascistische Schrijvers’.  Het was de bedoeling om daar iedereen op één lijn te krijgen en twijfelachtige auteurs te verstoten. André Gide was de gebeten hond, want met zijn boek Retouches à mon Retour de l’U.R.S.S had hij kritiek geuit op het communisme. Jef Last nam het voor hem op tijdens het congres en hij wilde de ingediende resolutie tegen Gide niet bespreekbaar maken.

“Last leek te beseffen wat hij zojuist had gedaan: hij had een vriend verdedigd door zijn eigen hoofd op het hakblok te leggen.” Blz. 16

Bassant zit in dit boek niet verlegen om thema’s die tot de verbeelding spreken.

De Spaanse Burgeroorlog is het strijdtoneel waar twee machtsblokken tegenover elkaar staan: het republikeinse/communistische blok met steun van dictator Stalin, tegenover het in Europa oprukkende fascisme.

Verraad, collaboratie en spionage zijn tijdens een oorlog natuurlijk nooit ver weg. Eind jaren dertig staken deze fenomenen ook in Nederland en België de neus aan het venster; het leven werd er niet gemakkelijker op.

Pers en fotografie zijn in verband met propaganda zeer belangrijke, vaak bepalende factoren. De beeldvorming was een belangrijk wapen. Maar let op: foto’s en beelden laten niet altijd de realiteit zien, …

Kunst en cultuur in al zijn vormen zijn pertinent aanwezig in De vlinder in de inktpot. Getuige daarvan zijn de talrijk aanwezige kunstenaars, meestal in dienst van de republikeinen, die lichamelijk aanwezig zijn tijdens het conflict. Toch is het opletten geblazen: de pen mag niet altijd de meningen en gedachten van de auteur neerschrijven: onder andere Stalin en de bolsjewieken, maar ook de fascisten kijken over de schouders van de artiest mee.

Alcoholisme in kunstenaarskringen en de daaraan verbonden grootsprakerigheid wordt door de interventies van Ernest Hemingway door de auteur goed in beeld gebracht.

Vriendschap of vermeende vriendschap: tijdens een oorlog kan die zeer sterk aanwezig en broodnodig zijn, maar vaak blijken de basis en de fundamenten van die verbondenheid van het breekbaarste porselein.

In Appendix I en II, blz.401-412,  staat een enorme lijst naslagwerken en beeldmateriaal vermeld. Opvallend hoeveel er telkens weer over oorlogen geschreven en verfilmd wordt. Hoeveel leed en ellende oorlogen ook met zich meebrengen: boeken en filmen gaan altijd weer als zoete koek over de toonbank. Dat is natuurlijk te verantwoorden vanuit geschiedkundig oogpunt, maar heeft het ook niet te maken met een soort voyeurisme dat bij elk van ons zit ingebakken? Nieuwsgierig naar het leed van soldaten, burgers, … die alle ellende lijfelijk ondervonden?

Is dit een oorlogsverhaal? Neen. Het is vooral een verhaal over mensen die vanop de eerste rij de bloedige jaren in Spanje hebben meegemaakt, zowel Spanjaarden als buitenlanders. Want er streden daar heel wat partijen tijdens dat zinloze geweld. Té veel misschien want de strijd van de republikeinen verliep in chaos, desorganisatie en gebrek aan degelijke wapens: het was de kroniek van een aangekondigde ondergang. En keuzes maken, …

“Daar moest Pit misschien wel het meest aan wennen: dat er hier in Spanje altijd meer verhalen waren, nooit was er simpelweg één waarheid. En hoe naïef je ook was, je kon niet alles geloven. Soms moet je kiezen. Niet te veel vragen stellen, daar werden mensen alleen maar nerveuzer van.” Blz. 231

Als neutrale lezer is het best mogelijk dat er heel wat vraagtekens overblijven na het lezen van dit boek. Een belangrijke vraag in deze context: waar zaten de geallieerden U.S.A., Groot-Brittannië en Frankrijk? Waarom hebben zij zich niet gemengd in het interne Spaanse conflict? Hebben zij door hun afzijdige houding de deur wagenwijd opengezet voor het fascisme van Hitler die daardoor voor de tweede keer in twintig jaar de wereld in brand kon zetten? Hadden de geallieerden schrik om zelf conflicten uit te lokken, bijvoorbeeld met het Rusland van Stalin?

Patrick Bassant schrijft hier een indrukwekkende semi-fictie roman. Het is een opmerkelijk concept om een fictief en een non-fictief hoofdpersonage te laten acteren in één verhaal. Maar daardoor wordt het thema wel veel interessanter want als auteur krijg je meer vrijheid door een fictieve rol in te schakelen: het is geen zuiver gedateerde geschiedenis meer, geen verslag van een strijd maar een vrij vlot verhaal in de marge van de Burgeroorlog die niet alleen met wapens wordt uitgevochten, een verhaal van mensen die opkomen voor cultuurbehoud tegen de vernietiging daarvan door extreem rechtse invloeden. ( kijk maar naar de boekverbranding van de nazi’s).  Bassant gebruikt heel wat personages, die hij perfect typeerde en plaatste in hallucinante en nauwkeurig beschreven omgevingen, en dat heeft wel eens een negatieve invloed op de vlotte leesbaarheid van het boek: het is haast onmogelijk om het boek eens zo maar eventjes uit te lezen. Dat komt ook door de diepgang en de standpunten die de personages innemen, welke beslissingen ze nemen en waar die toe leiden. Het verhaal verloopt vrijwel chronologisch met hier en daar een flash-back om meer inzicht te krijgen in het doen en laten van de personages en de gebeurtenissen die er plaats vinden. De schrijver gebruikt een verzorgde, vlotte taal en met De vlinder in de inktpot bewijst hij te beschikken over een enorm talent als verhalenverteller: het lijkt aanvankelijk wat stroef te zullen verlopen maar eenmaal je in het verhaal zit neemt de auteur je vlotjes mee doorheen het boek. Bassant krijgt trouwens een dikke pluim voor zijn onderzoekswerk. Het moet geen niemendalletje zijn om je weg te vinden tussen de publicaties over dit thema en daaruit het bruikbare voor een boek als dit te filteren.

Heb je voorkennis nodig voor wat betreft het thema? Neen, al is dat natuurlijk mooi meegenomen. Het gaat vooral om interesse in het onderwerp. Daarom is het goed te weten dat het geen zuiver oorlogsverhaal is, maar een strijd van vooral kunstenaars in alle geledingen van de bevolking en met om het even welke specialiteit tegen de vernielende kracht van het fascisme. Je zou als het ware kunnen zeggen dat Patrick Bassant ons de Burgeroorlog laat zien vanuit een ander standpunt. Dat zij allen, om ons cultureel erfgoed te beschermen, hiervoor de communistische kant moesten kiezen is een opmerkelijk feit, maar de oorzaak daarvan is te zoeken in de laksheid van de grootste democratieën.

Ik heb het boek met zeer veel aandacht en interesse gelezen. De bijzondere aanpak en de verhalende kracht in het verhaal nemen de lezer mee vanuit een desolaat ogend Amsterdam langs Picasso’s Guernica en via de loopgraven en de gruwel naar het ‘Antifascistische Schrijverscongres’ waar toen nog maar eens duidelijk gebleken is hoe moeilijk het is om een eenzijdig standpunt in te nemen. Het internationale karakter van het congres en de uiteenlopende ideologische stromingen zijn daar zeker niet vreemd aan. Zeker de moeite waard om te lezen.

In de marge

Michael Portillo (26 mei 1953)is een voormalig conservatief parlementslid en kabinetsminister. Zijn roots liggen in Spanje en hij is vooral bekend voor zijn BBC-documentaires Great British / Continental Railway Journeys en zijn Bradshawgidsen die hij daarvoor gebruikt. In zijn reportage Van Salamanca tot Canfranc komt hij vaak in contact met de Spaanse Burgeroorlog. Portillo komt onder andere terecht in een bewaard archief waarin de gegevens zitten van 3.000.000 Spaanse burgers die als vijandig tegenover het regime van Franco werden bestempeld en dus ten dode opgeschreven waren. Pikante details: de gegevens van de vader van Michael, Luis Gabriel (1907-1998) zijn daar ook opgeslagen. Deze laatste vluchtte voor het fascisme naar Groot-Brittannië en de vijf broers van Luis Gabriel kozen allemaal voor, … het fascisme van generaal Franco, … tja, … burgeroorlog!

Ook zijn reportage Van Orléans tot Reims zitten er linken naar de Spaanse Burgeroorlog, onder andere de Wereldtentoonstellingvan Parijs in 1937.
Zeker de moeite waard om deze documentaires eens te bekijken.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles