Vrijdag, 9 juni, 2017

Geschreven door: Cardoso, Rafael
Artikel door: Reinewald, Chris

De vlucht van de familie Simon

Waarheen, waarvoor

[Recensie] In een lijvige familiegeschiedenis reconstrueert de Braziliaan Rafael Cardoso (1964) zijn (over)grootouders belevenissen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als links-liberale, intellectuele Joden moesten zij Duitsland ontvluchtten. Hun contacten in de culturele en politieke elite en ook een waardevolle kunstverzameling bleven achter. Onder aangenomen identiteiten bouwden ze in de Braziliaanse landbouw een nieuw bestaan op.

Hun (achter)kleinzoon vond rond 1980 een kist vol nagelaten papieren: het uitgangspunt van deze avonturenroman.

Ook Cardoso’s overgrootvader en hoofdfiguur Hugo Simon (1880-1950) schreef een boek. In die ongepubliceerde autobiografie vergeleek hij zich met een zijderups. Dat is een mooie metafoor. Als 62-jarige raakte hij geïnteresseerd in de teelt van zijderupsen en hun gedaanteverwisselingen. Dat deden Simon, zijn vrouw, twee dochters en schoonzoon Wolf alias André ook om uit de handen van hun voormalige landgenoten en hun concentratiekampen te blijven. Zoals bekend moet een rups in het laatste stadium sterven voordat anderen er zijde uit kunnen spinnen.

Simon vlucht met Gertrud, zijn vrouw vanuit Nazi-Duitsland via ballingschappen in Frankrijk en Spanje naar het onbekende Zuid-Amerika. Onderweg doet hij zich voor als Tsjech: Hubert Studenic. Gertrud heet Garina. Vanwege de Duitse inlijving is Tsjecho-Slowakije als staat verdwenen. Natuurlijk kun je nog wel een gevluchte bewoner van deze niet meer bestaande natie zijn.

Boekenkrant

Achterin in zijn boek vertelt Cardoso dat hij met zijn armzalige kennis van het Duits en de dikte van het overgrootvaderlijk manuscript Seidenraupen (Zijderups) niet kon lezen – op een paar fragmenten na. Cardoso’s oorspronkelijk Braziliaans-Portugeestalige boek O Remanescente heet in het Engels The remnant (de nalatenschap) en in het Duits, passend en poetisch Das Vermächtnis der Seidenraupen: (de nalatenschap van de zijderups). De goede Nederlandse vertaling, ofschoon via het Engels, heet zakelijk De vlucht van de familie Simon.

Het verliefde, jonge stel op de omslag toont trouwens niet Cardoso’s overgrootvader, over wie het meest verteld wordt, maar diens dochter en schoonzoon; oma en opa van de schrijver.

De afgedrukte stamboom en namenregisters achterin komen goed van pas; zeker vanwege de schuilnamen. Anders dan de stamvader gingen opa en oma en haar zuster en zoontje door voor Frans. Ze woonden lang als balling in Parijs en Montauban dus was dat geen groot probleem. Ofschoon vader, moeder, dochters, schoonzoon en kleinzoon vaak gelijktijdig vluchtten of ergens verbleven hielden ze geheim dat ze elkaars familie waren. Duits spreken deden ze niet meer.

Hugo Simon was bang om in gezelschap een echte Tsjech te treffen, want dan kwam uit dat hij het Tsjechisch niet beheerste. Ontmoette hij een echte landgenoot dan vermeed hij die taal omdat het meestal een Nazi was: ook die aardige IG-Farben-vertegenwoordiger op de boot naar Brazilië.

Dikke portemonnee

Cardoso schreef zijn relaas als – rustige – avonturenroman. De uitgever benadrukt Simons grote kunstcollectie en zijn sociale contacten met de wetenschapper Einstein en literatoren als Zweig en Thomas Mann.  Simon bezat schilderijen van Duitse expressionisten en de pastelversie van Munchs De schreeuw. De kunst speelt echter amper een rol. Belangrijker waren zijn politieke contacten als kortstondig minister van Financiën in Pruisen. Hij zette die in ballingschap voort tot ouderdom of onmin hun tol eisten.

Cardoso wisselt de belevenissen van Simon en zijn schoonzoon af. Het langste en verreweg sterkte hoofdstuk gaat over hoe Wolf via de Pyreneeën naar Spanje vlucht. Prachtig beschrijft Cardoso zijn barre tocht; bijna per meter. Wolfs schoonouders en zijn vrouw kiezen ervoor om voor veel geld een boot te nemen. Wolf, als jong aankomend beeldhouwer ooit assistent van Aristide Maillol, is daarvoor te armlastig. Simons vluchtverhaal bevat veel Kafkaeske situaties – lang wachten op kantoren waar niemand te spreken is. Niet uitermate spannend als wel beklemmend. Met politieke diplomatie, zijn afgebrokkelde, maatschappelijke aanzien of toch met een dikke portemonnee moet hij vervalste paspoorten en overtochten lospraten en er fiks voor betalen. Simon is over de 60 maar moet dynamisch genoeg zijn om belangrijke mensen te vinden en ze voor zich te winnen. Bereid zijn nieuwe bruggen over te steken en die even snel weer achter zich te verbranden.

Aan het eind wacht hopelijk een betaalde betrekking, op het veilige platteland. In hun Europa, steeds verder weg, loeit een wereldoorlog die misschien de tijdelijke thuisbasis bereikt. Ook Brazilië heeft een Führer en bestaat antisemitisme.

Treffend typeert Cardoso de banneling die, tegen zijn zin, weer op pad gaat: “Als je niet op je plaats bent in de wereld kan een afgelegen oord een plek van een ongeëvenaarde troost zijn.”

Consequentie van een waar gebeurd familieverhaal is het respect van de schrijver. Zo ook bij Cardoso. Met een in- en uitleiding en intermezzi aan het eind van een hoofdstuk op weg naar een nieuwe passage schetst hij hoe zijn interesse in zijn voorouders ontstond. Dat siert hem, maar stoort het verhaal. Het boek geeft een overtuigend tijdsbeeld maar de toon is ook wel wat vlak. De drieste openingstoon verstomt al gauw.

Was het verstandig om zowel Simon/Hubert als Wolf/André te volgen? Laat Cardoso kansen liggen? De meest bizarre locatie waar Simon belandt is een Finse Walden-achtige Utopische landbouwgemeenschap in een Braziliaanse ‘middle of nowhere’. Simons voortvarende plannen voor het redden van de landbouw vallen in verkeerde aarde. (Al googlend blijkt de Wikipedia-achtige waarheid nog veel gekker. De norse leider, die een onpersoonlijke God in de natuur meende te beleven, bedelde thuis in Finland om geld waarmee hij zijn Braziliaanse non-economische community wilde financieren. Toen schuldeisers ter plaatse hun geld wilden ophalen – dat er niet was – konden zij zelf ook zelf niet meer terug naar Finland. Pas nu floreert het dorp: als exotische, Finse toeristenlocatie!) Wat hadden daar mooie surrealistische scènes in gezeten, maar Cardoso blijft correct. Misschien is hij net zo diplomatiek als zijn overgrootvader. Als die na de bevrijding naar de Oude Wereld kan terugkeren, bedankt hij. Ook zo’n reis betekent weer de zoveelste vlucht. En waarheen? Waarvoor moet een ontwortelde naar zijn kapotte vaderland?

Met zijn zijderupskwekerij in Brazilië wil de oude nep-Tsjech Hubert Studenic alleen maar Hugo Simon, zijn eigen identiteit zijn. Maar waarom? Zijn Braziliaanse (achter)kleinkinderen weten niets van dat vreemde verleden dat alleen op foto’s en op papieren bestaat.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles