Vrijdag, 3 april, 2020

Geschreven door: Skorobogatov, Aleksandr
Artikel door: Verplancke, Marnix

De wasbeer

Wat het is om mens te zijn

De eerste zin:

“De wasbeer waarvan sprake zal zijn in deze wonderlijke vertelling, was voor zijn leeftijd tenger en klein gebouwd – ofwel wegens ondervoeding, ofwel om redenen waarover hij maar niet kon nadenken.”

[Recensie] Een wasbeer gaat solliciteren bij een bank. “Weet u iets af van aandelen?” vraagt de directeur. “Hoe zit het met uw talenkennis? En kan u persoverzichten maken?” Het zijn vragen waar de wasbeer stil van wordt en de bankdirecteur wanhopig. Tot deze er een stapeltje papier bij haalt, de wasbeer zijn muil laat opendoen, er het stapeltje tussen steekt en hard op de neus van het diertje slaat. “Nee,” zegt de directeur wanneer hij de elf onregelmatig aangebrachte gaatjes ziet, “als perforator deug je ook al niet,” en dus wordt de wasbeer genadeloos uit het raam gegooid.

Aleksandr Skorobogatov toont in zijn nieuwste roman De wasbeer nog maar eens dat hij altijd een Rus zal blijven, ook al woont hij inmiddels al 27 jaar in Vlaanderen. En gelukkig maar, want dat komt de Vlaamse literatuur alleen maar ten goede. Waar Skorobogatov in zijn vorige roman CocaĆÆne volgens velen te ver was gegaan in zijn delirische uitwijdingen waardoor nog amper te snappen was dat die in feite over het weinig benijdenswaardige lot van de hedendaagse immigrant ging, houdt hij hier de teugels een stuk strakker. Dit boek gaat weliswaar over een wasbeer, en is een ode aan de traditie van dierenfabels en volksvertellingen die de Russische literatuur rijk is, maar in feite gaat het natuurlijk over ons, over dat tengere en klein gebouwde wezen uit de openingszin dus. De wasbeer gaat over wat het betekent om een mens te zijn, en getergd te worden door het bestaan.

Archeologie Magazine

En dan blijkt alleen humor van het absurde Daniil Charms-type soelaas te bieden tegen de tranen. Zo worstelt de wasbeer met de ethische kwestie of hij vlooien mag doden – het zijn immers toch ook levende wezens? – of lees je een tussentitel als ā€˜En plots begint het volgende hoofdstukā€™, waarna het volgende hoofdstuk plots begint. Op zijn tocht door de wereld, immer getooid met zijn spoorwegkepie met gouden kokarde, probeert de wasbeer als Icarus te vliegen en als Adam komt hij samen met zijn uit de opgezette toestand herrezen geliefde in het paradijs terecht, waar hij een potje gaat golfen met God. Spits, volstrekt onvoorspelbaar, maar jammer genoeg ook wat buiten proportie.

3 vragen aan Aleksandr Skorobogatov

Een wasbeer?

Skorobogatov: “Waarom weet ik in feite ook niet. Zo werken mijn hersenen. Ik plan nooit iets wanneer ik begin te schrijven. Ik kijk wat er komt en sta vaak zelf versteld. De eerste zin bepaalt in feite alles, net zoals bij Tolstoj. Ik had geen keuze, maar wanneer ik erover nadenk heeft het misschien iets met de kwetsbaarheid van de wasbeer te maken. Het is een ontzettend grappig dier dat heel sterk op een mens lijkt. Ik had in theorie ook een muis kunnen kiezen, nog kwetsbaarder, maar dat is in feite ongedierte dat ziektes verspreidt, en dat wou ik niet.”

Die wasbeer is dus een metafoor?

Skorobogatov: “Sinds Poesjkin, Gogol en Lermontov is de kleine man die onophoudelijk klappen krijgt het meest geliefde personage in de Russische literatuur. Het heeft een tijdje geduurd voor ik besefte dat De wasbeer daarover ging. Hij was trouwens een oude bekende voor mij. Na de moord op mijn zoon in 2003 ben ik obsessief beginnen schrijven. In een paar maanden zette ik Portret van een onbekend meisje op papier. Maar veel mislukte omdat ik me per se wou bewijzen en de tekst niet vanuit mezelf kwam. Heel vaak gruwde ik ook van mijn eigen gedachten. Zo begon ik een verhaal over een wasbeer die een kepie vond die vastgenageld zat aan het hoofd van een conducteur. Er zwaar over, dacht ik, dus legde ik het verhaal weg. Nadien heb ik het weer opgepikt en dat werd het begin van de roman.”

Zou een Rus dit boek anders lezen dan een Vlaming?

Skorobogatov: “Ik schrijf in het Russisch. Daarom zijn mijn eerste proeflezers ook altijd Russen. Ik stuurde dit manuscript naar een oude vriend van me, uit de tijd dat ik in Moskou woonde, die ondertussen naar Spanje was verhuisd. Een week later belde hij me op en zei: ā€œJij hebt een roman over mij geschreven.ā€ Nadien stuurde ik het naar een andere vriend, die bij Apple werkt in CaliforniĆ«. Heel lang hoorde ik niets, maandenlang, tot ik hem zelf contacteerde. ā€œIk lees het heel traag,ā€ zei hij, ā€œomdat ik het wil sparen, want je hebt een roman over mij geschreven.ā€ Ik was daar heel blij mee, want het lijkt erop dat ik voor het eerst iets geschreven heb wat voor ieder van ons herkenbaar is. We zijn immers allemaal kwetsbaar, en we moeten allemaal klappen incasseren.”

Eerder verschenen op Knack