Vrijdag, 23 april, 2021

Geschreven door: Osipov, Maxim
Artikel door: Dabrowski, Alek

De wereld is niet stuk te krijgen

Meesterlijke Russische verhalen waarin het lot van de personages direct al vast ligt

[Recensie] Maxim Osipov (1963) is een Russische schrijver van korte verhalen en essays. Hij is daarnaast arts, wat terug te lezen is in zijn werk, waar nogal wat artsen en ziekenhuizen voorbij komen. Werk van Osipov is inmiddels vertaald in vele talen. De verhalen in De wereld is niet stuk te krijgen zijn in het Nederlands vertaald door Yolanda Bloemen en Seijo Epema. Het is niet duidelijk of deze bundeling in het Russisch ook als geheel is uitgegeven of dat de keuze van deze verzameling is gemaakt door de vertalers of de uitgever. Het prachtige voorwoord is uit 2010, maar veel verhalen zijn van jaren later. Het geheel vormt zeker een eenheid. 

Het voorwoord is getiteld De roep van een tamme vogel met als ondertitel In de plaats van een voorwoord. De eerste zinnen zijn erg goed.

“De provincie is als een warm en niet al te schoon huis dat toevallig wel je eigen huis is. Je kunt het ook anders bekijken, oppervlakkig, als buitenstaander. Dat is wat veel mensen die er niet uit vrije wil zijn komen wonen doen: de provincie, dat is vieze natte sneeuw, duisternis. Nog het aardigste dat je over de bewoners kunt zeggen is dat ze niet te benijden zijn.”

De meeste verhalen spelen in kleine provinciesteden. De hoofdpersoon in een verhaal is een arts op weg naar een congres. Hij wordt bij toeval betrokken bij een ruwe arrestatie. Of een verhaal dat draait om een violiste die als motto bij zich draagt dat alleen liefde boven de muziek uitstijgt. Zij verzint een Poolse vriend, die opduikt als zij hem nodig heeft. Wanneer de liefde zich in het echt aandient is zij geheel van slag.

TijdvoorTijdschriften

De arts in een trein probeert goed te doen, maar zijn handelen zorgt juist voor extra leed. Een man wordt onwel in de trein. Als arts ziet hij dat er een delirium dreigt. De man wordt door de politie uit de trein gehaald en volledig afgetuigd. Later onderzoekt de arts wat er met het slachtoffer is gebeurd en hoort dan dat hij en zijn maat zware misdadigers zijn. Maakt dit zijn schuldgevoel minder? Zijn handelen heeft misschien geen enkele invloed gehad op wat de man overkwam. Het is het lot, een verzuchting die vaker klinkt in deze verhalen, zo ook bij de violiste. In dit verhaal wordt in kort bestek het hele leven van deze vrouw neergezet. Er lijkt geen ontkomen aan. Het is geen droevig leven, maar het einde staat bij het begin van het verhaal al vast. Er gebeurt heel veel in het verhaal maar tegelijkertijd zit er geen ontwikkeling in het karakter. 

Op de achterflap van de mooi uitgegeven bundel staat dat recensenten Osipov hebben vergeleken met Tsjechov. Misschien omdat Tsjechov ook arts was, maar met zo’n vergelijking sla je de plank een beetje mis. Dit ligt vooral aan de manier van vertellen van Osipov. Hij gebruikt een aantal technieken die van een verhaal een afgerond geheel maken, maar het personage komt er niet beter uit tevoorschijn, het leert niets. Hij beschrijft het lot van zijn personage. Zo laat Osipov een verhaal in de tijd verspringen zonder dit aan te kondigen. Gebeurtenissen vallen soms uit de lucht. Als lezer denk je regelmatig: waar gaat dit over? Later vult hij in wat er aan een gebeurtenis vooraf ging en dan begrijp je pas het verhaal. Een demente vrouw aan het einde van haar leven denkt terug aan vroeger, maar het verhaal speelt ook meteen in dit verleden. Osipov brengt geen breuken aan die aangeven wanneer het heden overgaat in het verleden of de toekomst. De demente vrouw is een voor de hand liggend personage voor zo’n vermenging van tijden, maar hij doet het ook bij andere hoofdpersonen. Bij Tsjechov heeft een verhaal meer chronologie, de personages zijn minder talrijk en zijn stijl is veel vloeiender. 

De manier van schrijven van Osipov is eigenlijk het schetsen van iemands lotsbestemming en zorgt voor een nostalgische en soms droevige toon. Je weet dat het niet goed zal aflopen met iemand. Bij elk personage, hoe rooskleurig ook geïntroduceerd, vermoed je al dat het fout afloopt, of dat het ieder geval niet gaat zoals hij of zij zelf verwacht. Mooi is dat Osipov geruststellende opmerkingen door zijn verhalen strooit, die je juist helemaal niet geruststellen. Een succesvolle vrouw ontdekt dat zij een zus heeft in Berlijn. Zij zoekt haar op en heeft hoge verwachtingen van de ontmoeting. Tegen zichzelf zegt zij: “Het  komt allemaal goed, dat zegt haar gevoel.” Als lezer ben je dan meteen overtuigd van het tegendeel. Leuk is dat Osipov vaker een personage iets laat zeggen dat eigenlijk óver het verhaal gaat. Een van de mooiste verhalen is De mijnstad Eeuwigheid. Aantekeningen van een dramaturg. De gebeurtenissen in de stad Eeuwigheid draaien om een theatergezelschap, een milieu dat meer voorkomt in het werk van Osipov. Het einde van de hele stad is al aangekondigd. De verteller weet soms niet hoe hij alles wat er gebeurt moet verwoorden. ”Ja, het waren drukke dagen, mijn beste jaren in Eeuwigheid, vraag me alleen niet naar de chronologie.” Elders schrijft Osipov (of de verteller): Met horten en stoten gaat het verhaal verder.” Soms relativeren de personages iedere ontwikkeling of kans op geluk weg. Iemand vertelt dat zijn moeder hem alleen heeft gebaard en opgevoed. “En wat heeft dat overgeleverd? We hadden net zo goed niet kunnen leven. Geen gezin. Geen huis. Geen beroep.”

De verhalen van Maxim Osipov zijn ondanks deze wat berustende sfeer bijzonder rijk. Hoe hij kort de kern van iemands persoon kan weergeven, hoe in kleine vileine opmerkingen het regime wordt bekritiseerd en de vele absurde wendingen maken hem een meesterverteller. De verhalen zit propvol citaten en verwijzingen – de vertalers verklaren een deel in de aantekeningen achterin – maar deze hoef je niet helemaal te vatten om te kunnen genieten van zijn werk. Tot slot zit er veel humor in zijn verhalen. De artsen die in zijn verhalen rondlopen hebben vaak eenzelfde soort berusting over zich als de patiënten. “De diagnose ‘ouderdom’, die is nu eenmaal van alle tijden.” Ik heb deze zin overigens eerder gelezen, maar ik weet niet meer bij wie. Het zou zomaar Tsjechov kunnen zijn. Een andere patiënt ligt op een zaal. Hij raakt in gesprek met iemand die naast hem ligt, achter een scherm. Hij vraagt hoe het gaat: “Het gaat al beter. Wat is alles toch leeg, wat is de werkelijkheid toch onbeduidend en oppervlakkig!” Hij denkt: “O. Duidelijk een intellectueel.”

Eerder verschenen op Uitgelezen boeken