Zondag, 19 juli, 2020

Geschreven door: Alders, Kees
Artikel door: Hulspas, Marcel

De wereld v贸贸r God

“Blijf de aarde trouw”

[Essay] In 1945 verscheen Bertrand Russells聽A History of Western Philosophy. Het boek was direct een geweldig succes. Dat had waarschijnlijk alles te maken met het feit dat het het levenslicht zag in het laatste oorlogsjaar. Na de waanzin van de Tweede Wereldoorlog bracht de beroemde filosoof een hoopvolle boodschap.聽A History聽was een hoopgevende samenvatting van de groei van het westerse filosofische denken, van de tijd van Socrates tot aan鈥 Russell聽himself. Jazeker, er bestond vooruitgang. Russell schetste een lange keten van denkers die op elkaars inzichten hadden voortgebouwd, die ons denken hadden verdiept, en die leidde naar de moderne filosofen die door middel van lingu茂stische analyse de laatste filosofische vragen zouden kunnen oplossen. Voor dat stralende vooruitzicht (eigenlijk voor zijn hele oeuvre, maar de jury noemde expliciet聽A History) kreeg Bertrand Russell in 1950 de Nobelprijs voor de literatuur.

Russells boek maakte de geschiedenis van de filosofie tot een huiskameronderwerp. Maar het had uiteindelijk hetzelfde effect als Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire.

Latere auteurs konden niet anders dan eer betonen aan deze voorganger, aan zijn fraaie stijl, zijn overzicht en rechtlijnige visie. Hier lag een niet te negeren monument van wijsheid. Elke geschiedenis van de filosofie werd daar voortaan ter controle langs gelegd. En het was een boek met een niet te negeren boodschap: filosofie is een uniek westers concept, en een ongehoord succesverhaal. Vrijwel alle latere auteurs moesten zich daarnaar gedragen.聽‘What more was there to tell?’

Hoe heilzaam ook in die eerste naoorlogse jaren; de laatste decennia begint het raamwerk van Russell aan te voelen als een keurslijf, en begint het aan alle kanten te knellen en te scheuren. Het canonieke Russelliaanse vertoog is t茅 bekend geworden; de namen, de verhalen, de idee毛n 鈥 ze zijn gaan vervelen. Bovendien wordt te westers bevonden, en klinkt het verdacht. Zo鈥檔 lange stoet respectabele dode blanke mannen, daar kun je tegenwoordig niet meer mee aankomen. Je kunt er vast iets mee bewijzen (zie hierboven) maar de moderne filosofieconsument 鈥榲oelt鈥 dat hij of zij een t茅 gepolijst verhaal voorgeschoteld krijgt. Dat er m茅茅r moet zijn.

Wordt Vervolgd

Er is meer

Sinds een aantal jaren wordt het Grote Verhaal van de filosofie daarom vaak aangevuld met terzijdes die dat moeten compenseren. Met hoofdstukjes over de oudste, 鈥極osterse鈥, Afrikaanse, Indiase filosofie, en ga zo maar. Dergelijke uitstapjes worden vaak gekenmerkt door koudwatervrees en onkunde. Een van de problemen is dat in het niet-westerse denken God, of het bovennatuurlijke, een centrale plaats inneemt, terwijl de westerse filosofische traditie er juist trots op is dat ze God buiten de deur heeft weten te werken. Zodra hier een denker 鈥楪od鈥 erbij haalt, is het geen 鈥榚chte鈥 filosofie meer. Een tweede probleem is dat onze kennis van het niet-westerse denken heel beperkt en schematisch is. We kennen grote lijnen, maar wat betreft de ontwikkeling van dat denken, en de onderlinge uitwisseling van idee毛n (ook met het Westen) weten we vaak bitter weinig. Hierdoor blijven die extra hoofdstukken op zichzelf staande, starre verstarde Fremdk枚rper. Aanhangsels bij dat grote verhaal 鈥 waardoor dergelijke werken vaak onbedoeld het negentiende-eeuwse clich茅 bevestigen dat 鈥榃est鈥 synoniem is met verandering, met dynamiek, terwijl men elders op aarde al eeuwenlang hetzelfde doet en denkt.

Een uitdaging

Maar even terug naar die saaiheid, die voorspelbaarheid. Dat de geschiedenis van de filosofie vaak saai wordt gebracht, dat realiseert Kees Alders zich ook. Alders (een medewerker van Sargasso) schreef ongeveer een jaar geleden [2018/red.] zijn eigen geschiedenis van de filosofie van de oudheid, De wereld v贸贸r God. Veel van die boeken zijn 鈥榚rg droog鈥,聽 schrijft hij in de inleiding van zijn eigen boek, en 鈥榣astig te verteren鈥. Andere boeken proberen weer leuk te zijn maar bereiken dat door oppervlakkig te blijven, “wat heel erg jammer is, want filosofen gaan nu eenmaal graag de diepte in”. Dat gebrek aan diepgang zorgt er volgens hem voor dat de meeste inleidingen in de filosofie niet gaan 鈥榣even鈥. Alders belooft dat hij zijn uiterste best zal doen beknopt en begrijpelijk te blijven. “Best een uitdaging, denk ik, aan jou straks het oordeel of het mij gelukt is.” Inderdaad, hij spreekt de lezer aan met jou.

Begrijpelijk is zijn boek zeker. Wie een vlot leesbare inleiding in de klassieke filosofie zoekt, kan prima terecht bij De wereld v贸贸r God. (De titel is verwarrend; God is in dit boek ruimschoots aanwezig.) Alders is in staat om abstracte filosofische idee毛n helder uit te leggen, al kan ik persoonlijk niet echt bespeuren dat hij daarbij de diepgang zoekt. Of zijn verhaal de filosofie doet 鈥榣even鈥, het oordeel daarover laat ik graag aan elke lezer over. Persoonlijk ligt zijn relaas me nog te dicht bij wat we al weten uit eerdere werken. Alders geeft korte historische inkijkjes (die vaak nogal knullig overkomen), en maakt zo nu en dan een uitstapje naar de recente geschiedenis of moderne wetenschap, maar het zijn geen substanti毛le stappen聽out of the box. Hij komt zoals velen met een paar aparte hoofdstukjes over wat er elders werd geloofd of gedacht 鈥 met het reeds aangestipte effect. En zo, nauwelijks tredend buiten het oude 鈥楻usselliaanse鈥 vertoog, wordt het heel lastig om niet saai te zijn. Maar ja,聽what more is there to tell? Welnu, heel veel. Al kan het nog heel lang duren voordat dat verhaal ook w茅rkelijk verteld zal worden.

Een achterwaarts geconstrueerde keten van Grote Denkers

We zullen ooit afscheid nemen van dat enge keurslijf van de rechtlijnige, superieure 鈥榳esterse filosofie鈥. Er is immers zo veel meer. Binnen 茅n buiten het Westen. Het probleem is dat de belangstelling daarvoor, en het onderzoek daarnaar, nog in de kinderschoenen staat. De 鈥榳esterse filosofie鈥 bestaat uit een lange reeks denkers die geselecteerd en gegroepeerd zijn als betrof het 茅茅n continue causale keten van toenemende diepgang en subtiliteit. Die keten is ten tijde van de Verlichting achterwaarts 鈥榞ereconstrueerd鈥. Daarbij werd en wordt het werk van eerdere filosofen zodanig ge茂nterpreteerd dat hij in die keten opgenomen kan worden. Plato was de eerste relativist; Aristoteles de eerste wetenschapper; Descartes 鈥榚igenlijk鈥 de eerste athe茂st 鈥 enzovoorts. Bij dit snoeiproces vielen niet alleen niet-westerse culturen buiten de boot maar ook een groot aantal westerse denkers en stromingen. Om diezelfde reden werden en worden vele eeuwen simpelweg verwijderd omdat er 鈥榥iks鈥 zou zijn gebeurd. Dat wil zeggen, het denken in die tijd past niet in die geconstrueerde ontwikkelingslijn. 鈥楪od鈥 vormde (en vormt) daarbij een grote Steen des Aanstoots. Denk aan het 鈥榲erval鈥 van de filosofie door de versmelting van laatantieke filosofie en christelijke theologie in de eerste eeuwen van de jaartelling; of denk aan de magisch-occulte filosofie ten tijde van de Renaissance. Magie is geen kennis, zo werd naderhand besloten, dus kon ook dat kind met het badwater weggegooid. Of neem de middeleeuwse scholastiek 鈥 een grensgeval want Thomas van Aquino had immers Aristoteles 鈥榞ered鈥. (Russell heeft een hoofdstukje over hem, om die reden, maar hij sluit dat af met een verwerping.) Het liefst springen auteurs van geschiedenissen in 茅茅n keer van het sto茂cisme van Seneca naar Descartes (gereduceerd tot een athe茂st, wat hij niet was.) Het westerse denken heeft, kortom, allemaal muurtjes opgetrokken om de eigen rationele superioriteit aan te tonen. Alles wat daarbuiten valt, is academisch niet respectabel en daardoor veelal onbekend. We weten er veel te weinig van. En dan krijg je van die hulpeloze achterafstraatjes in je boeken. En dan geldt voor velen 贸贸k nog het adagium: wat we niet kennen zal ook wel niet belangrijk zijn.

Buiten onze westerse oogkleppen

Alders ontkomt ook niet aan die nauwe definitie. Hij beschouwt de opkomst van het christendom als een bron van verval: “Eigenlijk kan men zeggen dat dat na de derde eeuw niet zozeer aan het Romeinse rijk, maar eerder aan de cultuur van de oudheid een einde kwam” (p. 336). Ja, men kan het zeggen. Maar het is niet erg slim. En op pagina 340: “Na het tijdperk van de patristiek [van de Kerkvaders, MH] volgde een lange periode van intellectuele stilstand, tot in de elfde eeuw het tijdperk van de scholastiek zou aanbreken.” De scholastiek mag van hem blijkbaar meedoen, dat valt mee, maar verder gaan hier vele eeuwen en vele grote denkers hopsakee de vuilnisbak in. Wat er mis is met die eeuwen is uiteraard niet dat er niks interessants gebeurde, maar dat ze nooit behoorlijk onderzocht zijn. Ze vallen buiten onze westerse oogkleppen. Het was toch allemaal verval toen, niet dan? En elders鈥 ach, daar was men nog niet zo ver dat men filosofie kon scheiden van religie? Daar stond men stil, eigenlijk. Gelukkig komt er de laatste decennia verandering in deze houding. Steeds meer onderzoekers schrikken niet terug voor andere gezichtspunten, die eerder irrationeel en verwerpelijk werden gevonden. Maar het ontsluiten van de primaire bronnen moet in veel gevallen nog van de grond komen. Het kan nog h茅茅l lang duren voordat we die verworpen eeuwen op waarde weten te schatten. Als het ooit zo ver komt.

Doorbreek traditionele grenzen

Ik ben het dus eens met Alders dat verreweg de meeste boeken over de geschiedenis van de filosofie erg saai zijn. Maar dat komt volgens mij niet doordat ze droog zijn of oppervlakkig. Ik vind ze saai omdat ze ons niets nieuws vertellen. We kennen het verhaal al. En we weten inmiddels donders goed dat er een veel groter en interessanter verhaal te vertellen valt. Daarvoor moeten auteurs die achteraf geconstrueerde keten van filosofen loslaten, ze moeten hun afkeer van religie overwinnen en ze moeten buiten de westerse intellectuele grenzen gaan kijken. Dan zouden ze een compleet nieuwe kosmos van opvattingen over de mens ontdekken. Nogmaals, het onderzoek dat daarvoor noodzakelijk is, staat nog in de kinderschoenen. Het ontbreekt aan belangstelling, prestige en dus geld. Ik neem het Alders zeker niet kwalijk dat hij geen poging waagt om de traditionele grenzen te doorbreken, en nu eens buiten de lijntjes te kleuren. Maar wat mij betreft is d谩t de enige weg uit de saaiheid.

“Blijf de aarde trouw”

In zijn slothoofdstuk komt Alders bij de vraag wat voor nut de klassieke filosofie zou kunnen hebben. Die vraag leidt tot een aantal bespiegelingen rond de 鈥榢lassieke鈥 filosofische vraag hoe te leven (“Deze vraag heeft veel mensen tot waanzin gedreven,” lezen we.) Alders stelt dat klassieke filosofen veel subtieler over God dachten dan bijvoorbeeld athe茂sten en 鈥榠etsisten鈥, die filosofisch 鈥榣ui鈥 zouden zijn. Maar hij stelt ook dat we de klassieke kritiek op de metafysica (een werkelijkheid 谩chter de werkelijkheid) niet moeten vergeten. We doen er goed aan doen om het adagium van Nietzsche “blijf de aarde trouw!” te blijven volgen. (Dat is wat athe茂sten doen.) Om vervolgens te concluderen dat het panthe茂sme (God is alles, alles is God) eigenlijk niet te weerleggen valt. En na deze verwarrende聽‘merry go round’聽besluit hij met de conclusie (het is zijn laatste zin): de klassieke filosofie kan “een richtlijn zijn voor de moderne tijd”. Ongetwijfeld. Maar hebben we die oude filosofen daar ook 茅cht voor nodig? En zijn er niet veel meer inzichten waar we iets van kunnen opsteken? Laten we daar oog voor krijgen.

Eerder verschenen op Sargasso