Vrijdag, 5 februari, 2021

Geschreven door: Rhys, Jean
Artikel door: Kempen, Michiel van

De wijde Sargassozee

De dreiging van het koloniale geheugen

[Recensie] Van Jean Rhys, deze ster aan het firmament van de CaraĂŻbische literatuur, bezit ik een tot bescheidenheid aanmanende druk van haar absolute meesterwerk Wide Sargosso Sea. Het is de tweede druk, uit hetzelfde jaar 1966 als de eerste druk, de “hard back binding in publisher’s original raspberry cloth covers, gilt title and author lettering to the spine”, met het “handsome double-spread pictorial dust wrapper designed by Eric Thomas”.

Wie helemaal bij wil zijn, leze deze beschrijving van de eerste druk die men graag voor u vanuit Florida verscheept, indien u daar 3250 US dollar voor over heeft: London: Andre Deutsch, Date: 1966. First edition of this “tour de force” (New York Times Book Review). Octavo, original cloth. Signed by Jean Rhys. Fine in a near fine dust jacket with a touch of shelfwear. Introduction by Francis Wyndham. Jacket design by Eric Thomas. Rare and desirable signed.

Nu, mijn exemplaar is niet desirable signed, maar verder in alle opzichten identiek aan de eerste druk die een paar maanden eerder was uitgekomen, het heeft de linnen band in aardbeienkleur, het heeft het stofomslag dat doorloopt over voor- en achterzijde, maar het heeft ook nog iets méér: die hatelijke kleine lettertjes second impression. Waarde van mijn exemplaar: een paar tientjes. Moraal van dit verhaal: koop nooit een tweede druk, niks waard. Maar ik ben er blij mee.

Verontrusting

Heaven

Er is nu een nieuwe editie van de Nederlandse vertaling uitgekomen en daar is iets bijzonders mee aan de hand: de uitgever is de vertaalster kwijtgeraakt. De vertaling kwam namelijk in 1974 uit bij uitgeverij Bruna & Zoon, simpelweg als Sargasso Zee, en was van de hand van W.A. Dorsman-Vos. In 1983 verscheen van die vertaling de derde druk onder de titel De wijde Sargasso zee, die werd in 2006 nog eens in de Muntinga Pockets uitgebracht, en dan is er nu de nieuwe editie waarin Ă©Ă©n spatie is gesneuveld: De wijde Sargassozee en die nieuwe druk vermeldt dat de vertaling is gemoderniseerd. Wat dat behalve de gesneuvelde spatie betekent, weet ik niet, want ik heb geen van de oudere vertalingen van Dorsman-Vos. Maar goed, de vertaalster (of ‘vertaler’ zoals de uitgeverij zegt) wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met uitgeverij Orlando.

Deze dame (ik neem aan althans aan dat het een dame is) heeft ook werk van Sylvia Plath, V.S. Naipaul en James Baldwin vertaald, en ook verschillende romans van Jane Austen, maar nĂ­et – wat toch heel wel in deze reeks gepast had – Jane Eyre van Charlotte BrontĂ«. En dat laatste is belangrijk, want Jean Rhys heeft met Wide Sargasso Sea het “CaraĂŻbische antwoord” willen geven op het waanzinnige-vrouw-op-zolder-verhaal dat deel uitmaakt van Jane Eyre.

Het boek van Charlotte Brontë is inmiddels negen keer door verschillende vertalers naar het Nederlands vertaald; van het boek van Jean Rhys circuleert nog altijd de eerste vertaling. Dorsman-Vos heeft dan ook uitstekend werk afgeleverd, en dat verbaast niet als je ook auteurs als Henry James kunt vertalen. Het vertalen van Wide Sargasso Sea lijkt op het eerste gezicht geen razend moeilijke klus, want Jean Rhys heeft haar roman met telkens nieuwe versies uitgebeend tot op het bot. Tegelijkertijd is het hele taalspinsel van Rhys zo ragfijn opgebouwd, dat je als lezer voortdurend een onbenoembare verontrusting voelt, zoals bij een dreigende, nauwelijks hoorbare lage toon in een thrillerfilm. Ik heb de roman ooit eens in één keer uitgelezen op een nachtlucht van Suriname naar Nederland en ik denk dat het geronk van de zware vliegtuigmotoren voor het perfecte sounddecor bij het lezen zorgde.

Calypso

In zijn voorwoord, ontleend aan zijn boek Het eiland van Jean Rhys, karakteriseert Jan Brokken de stijl van Jean Rhys heel goed, wanneer hij wijst op de kortademige, bijna staccato zinnen, waarmee de auteur een heel andere feeling meegaf aan haar boek dan Charlotte BrontĂ«, met haar lange zinnen – Rhys vond haar maar prekerig en langdradig. Jan Brokken hoort de calypso in de taal van Jean Rhys: ‘[
] altijd hoor je de klop van de drum op de achtergrond, en altijd is de muziek explosief. Hoe wit van huid Rhys ook was, in haar manier van vertellen liet ze Afrikaanse elementen toe. De herhalingen. Het zangerige. Het ritmische.’

Hoe zit dat nu met De wijde Sargassozee en Jane Eyre? De roman van Charlotte BrontĂ« speelt zich voor een flink deel af in en rond het landhuis Thornfield Hall, waar de gouvernante Jane werkt. Maar diep in de krochten van het landhuis heeft de landheer, Rochester, de vrouw verborgen die hij op Jamaica heeft gehuwd, Bertha Mason. Zij bleek niet goed bij haar hoofd en Rochester heeft haar opgeborgen in een kamer. Zij is de ‘dreigende lage toon’ van het verhaal en zal ook het landhuis in brand steken.

Jean Rhys was buitengewoon ontstemd over de manier waarop BrontĂ« de creoolse Bertha en ook de weinig gevoelvolle Rochester heeft neergezet – creoolse overigens in de betekenis van ‘in het CaraĂŻbisch gebied geborene’: Bertha is wit. En dus werkte Jean Rhys aan de prequel van Brontë’s boek: wat ging er vooraf aan die trieste geschiedenis? En zo schetst zij het verhaal van een passievolle Brit die naar een ver CaraĂŻbisch eiland afreist en een vrouw die zij de naam Antoinette Cosway geeft, die buitengewoon verknocht is aan haar omgeving, maar die zij ook in alle opzichten ziet vervallen. De plantage en het huis worden overgenomen door de onbarmhartige vegetatie, zoals ook de ooit zo hoopgevende relatie met Rochester vervalt – in haar hoofd en in haar omgeving verliest zij steeds meer vastigheid en zij hoort gaandeweg hoe Rochester haar Bertha noemt. De zwarte mensen die in het verhaal voorbijschuiven zijn vooral dreigend, met uitzondering van de huishoudster Christophine die niet van het eiland is maar van Martinique komt, waar ook de familieroots van Antoinette liggen.

Dominica

En wat is dat eiland dan? Volgens mijn ouwe prof Karel Meeuwesse zou ik mij nu strikt aan de grenzen van de tekst moeten houden – de ‘autonomie van de tekst’! – en moeten volhouden dat het om Jamaica gaat. Maar mijn ouwe prof kwam nooit verder dan Bergen-aan-Zee en ik lees in elke porie van dit verhaal dat het gaat om het eiland Dominica, waar Rhys geboren werd en waarover zij haar leven lang bleef mijmeren.

Dominica: dat landerige, vergeten eiland aan de oostzijde van de Caribische Zee, waar de eeuwen van slavenverdriet sluimeren onder de wantrouwende blikken van mensen aan wie de welvaart van de wereld voorbij is gegaan. De witte hoofdfiguren van het verhaal staan helemaal buiten die samenleving, die broeit van ressentiment, maar die hen toch in hun greep houdt. En de zweterig-loerende seksualiteit trekt ook hun relatie naar de afgrond, al zal die afgrond uiteindelijk uitkomen in Engeland.

Wat het boek zo geweldig maakt, is hoe Jean Rhys weet voelbaar te maken hoe de migratie mensen kan verwarren, maar zonder dat je er als lezer eigenlijk goed de vinger op kunt leggen: “Ze beweren dat ik in Engeland ben maar ik geloof ze niet. We zijn de weg kwijtgeraakt toen we naar Engeland gingen. Wanneer? Waar? Ik herinner het me niet meer, maar we zijn de weg kwijtgeraakt.” De wijde Sargossezee is geen slavernijroman, maar de slavernij blijft in het geheugen hangen als een stok in een boom. Het failliet van de koloniale geschiedenis is in weinig romans zo indringend voelbaar gemaakt.

Eerder verschenen op Caribisch Uitzicht