Woensdag, 5 augustus, 2020

Geschreven door: Rozendaal, Simon
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

De winkel van mijn vader

Liefdevol portret van een koopman op Katendrecht

[Recensie] Wetenschapsjournalist Simon Rozendaal schreef met De winkel van mijn vader een liefdevol portret van zijn vader en naamgenoot die op Katendrecht (“in Katendrecht” zeggen is vloeken in de Rotterdamse kerk) vanaf 1949 tot en met de jaren zeventig van de vorige eeuw een groentewinkel dreef. Rozendaal (het is goed te melden dat ik Rozendaal persoonlijk ken, hij was een van mijn leermeesters in de wetenschapsjournalistiek) voerde een groot aantal gesprekken met zijn hoogbejaarde vader en dook in de geschiedenis van Rotterdam en van de wijk Katendrecht. Het levert een aller vermakelijkst boek op met een mooie inkijk in de familie Rozendaal en de ontwikkeling van Rotterdam in de vorige eeuw.

We lezen over het vak van de groenteboer. “Mijn vader gebruikt reuk, smaak en zicht om groenten en fruit te beoordelen. ‘Daar ben ik echt goed in.’ Aardbeien kan hij op de reuk inschatten; sperzieboontjes proefde hij rauw alvorens ze te kopen. Die ambachtelijke instelling zit in zijn genen. Ook zijn vader had alleen goed spul. ‘Hij kocht nooit een peer met putjes. Ze moesten glad en zwaar van sap zijn.'” Rozendaal merkt weemoedig op dat het beroep van groenteboer vrijwel verdwenen is, alleen Turkse en Marokkaanse winkeltjes verkopen nog zelf verse groeten en fruit, de rest is allemaal overgenomen door de supermarkten. “De geschiedenis herhaalt zich, schrijft Rozendaal. Mijn grootvader was griendwerker, een beroep dat definitief uitgestorven is; mijn vader is groenteboer, een beroep dat kwijnend is; en ik ben journalist, een beroep dat door internet wordt bedreigd.” Dat laatste waag ik te betwijfelen en de succesvolle Rozendaal is zelf een goed voorbeeld van het tegendeel. Ondanks zijn pensionering bij Elsevier, waar hij dertig jaar werkte, is hij nog elke dag actief als journalist. Zo hield hij tijdens de eerste coronagolf een blog bij en scheidde hij voor een groeiende groep lezers de zin en onzin rond de coronaberichtgeving.

Die wetenschapsjournalistieke houding zit ook in De winkel van mijn vader. Focussen de meeste geschiedenisboeken op politieke en economische ontwikkelingen, bij Rozendaal worden we ook getrakteerd op natuurwetenschappelijke feitjes. Zoals hoe het zit met de stroomsnelheid in de Maas in Rotterdam en waarom de rivier daar eigenlijk niet de Maas is. We lezen over de bodem in onze delta: “onze grond is zo vruchtbaar omdat de met mineralen beladen klompjes aarde uit het buitenland bezinken. Wij boeren op de bodem van de buren.”

Prostitutie

Wandelmagazine

Het meeste staat Rozendaal stil bij de dames van lichte zeden, door hem vrij consequent aangeduid als paradijsvogels, die Katendrecht bevolkten. Katendrecht was bijna een eeuw dè rosse buurt van Rotterdam. En de dames waren vaste klanten in de groentewinkel van Simons vader. De kleine Simon, maar ook zijn vader keken hun ogen uit als de mooie opgedirkte vrouwen langskwamen. De grote Simon trakteert ons op een sociobiologische verhandeling over de relatie tussen vrouwen en mannen. Het is maar een kleine scheidslijn tussen prostitutie en het huwelijk betoogt hij. In beide gevallen, althans zo was het vele eeuwen, had de vrouw wat te koop en de man betaalde daar voor. Bij de hoeren was het kortstondig en eenmalig, in een huwelijk langdurig. Kozen jonge vrouwen in vroegere tijden bewust om een tijd lang prostitué te zijn, als start om een eigen winkel of kapperszaak te beginnen, tegenwoordig is ook prostitutie verworden tot criminaliteit, met pooiers en vrouwenhandel van met name buitenlandse vrouwen. Een keerzijde van het feminisme, volgens Rozendaal, want vrouwen in Nederland kunnen nu studeren en elk beroep kiezen wat ze willen. Ik vraag me af of Rozendaals beeld van de prostitutie van weleer niet al te positief is. Wat hij wel duidelijk maak is dat de Rozendaals goed hebben verdiend aan de hoeren. (“Aan mijn wieg stonden hoerenmadammen,” zo begint het boek). Zeer waarschijnlijk heeft dat zijn positieve beeld beïnvloed.

Rozendaal is vol lof over zijn vader, hoe hij zijn winkel runde, hoe hij zijn kinderen opvoedde, hoe hij in het leven stond. Maar dat was niet altijd zo. Toen Rozendaal bij de NRC ging werken veranderde hij zijn roepnaam Siem in Simon, Siem vond hij te volks. Maar gaande weg veranderde dat: “Tegenwoordig ben ik trots op mijn vader, trots op mijn volkse komaf, trots op Katendrecht, trots op de cafés, trots op de hoeren en trots op de Chinezen (Katendrecht was ook lange tijd de Chinatown van Rotterdam).”

Als je voor een komende Vaderdag geen goed cadeau kunt bedenken, geef dan dit boek cadeau, je kunt er dan bij zeggen: “Pa, als ik zou kunnen schrijven, had ik zo’n boek over jou geschreven.” Ik weet zeker dat het cadeau in de smaak zal vallen, zeker als het vaders zijn uit Rotterdam en omstreken.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles