Vrijdag, 30 augustus, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Trouwborst, Jannie

De wolkenkijker

Het leven van een Zeeuwse held

[Recensie] De wolkenkijker van Marja Visscher gaat over Frans Naerebout (1748-1818). Naerebout  is bepaald geen onbekende in Zeeland. Het is tweehonderd jaar geleden dat hij overleed en nog altijd is bij koninklijk besluit bepaald dat minstens één vaartuig van het Nederlandse loodswezen de naam Frans Naerebout zal dragen. Verder is er een standbeeld voor hem geplaatst op de boulevard van Vlissingen, ligt hij begraven in de grote kerk van Goes en komt zijn naam voor in het Zeeuwse volkslied. Maar hoe zag zijn leven eruit? Marja Visscher belicht dat aan de hand van zijn echtgenote Sara Hoevenaar. Deze historische roman neemt je mee naar het Vlissingen van de achttiende eeuw.

De heldendaden die de loods en garnalenvisser Frans Naerebout verrichtte en die uiteindelijk tot zijn roem leiden (weliswaar slechts ten dele tijdens zijn leven) komen stuk voor stuk ter sprake in het verhaal dat vanuit het perspectief van Sara Hoevenaar, zijn echtgenote, verteld wordt. Hoewel het verhaal van Sara een interpretatie van haar leven is door de schrijfster (er is weinig bekend over Sara zelf), komt er een compleet beeld te voorschijn van haar man Frans en het leven in Vlissingen in de beschreven periode. De armoede onder de bevolking, de houding van de bewindvoerders van de VOC, het ronselen van weeskinderen voor hun schepen, de crisis door de oorlog met Engeland en de opkomst van Napoleon. Door er een spannende affaire aan toe te voegen, blijft het verhaal boeien tot het einde.

Het verhaal is chronologisch opgebouwd en maakt af en toe een flinke sprong vooruit. Sara als persoon spreekt aan en maakt het geheel tot een vlot leesbaar en herkenbaar verhaal. Een vrouw met universele twijfels, gevoelens en verlangens. Die, ondanks de angst hem te verliezen,  achter haar man staat en haar gezin, met 6 eigen kinderen en 3 kinderen van haar overleden schoonzus en met de zorg voor haar schoonvader, met liefde draaiende houdt. Ook in de perioden dat Naerebout voor zijn werk, soms jaren, ver weg op zee verblijft. Haar gedrag is wellicht soms wat te modern voor de 18de eeuw, maar dat stoort niet echt.

In het nawoord komt ter sprake, dat de schrijfster (1951) een rechtstreekse afstammelinge is van Frans Naerebout. Er is veel historisch en nauwkeurig genealogisch onderzoek aan het schrijven van het boek vooraf gegaan.

Ons Amsterdam

Het blijft natuurlijk een streekroman, met de daarbij behorende stijl. Die weliswaar vlot en luchtig leest, maar waarin je nogal wat clichés tegenkomt en geen treffende beeldspraken hoeft te verwachten. En waarbij de opgesomde, diepe gevoelens en gedachtestromen soms wat te zoetsappig en teveel worden. Maar wie daar niet mee zit en graag streekromans leest, heeft hier een mooi en geregeld spannend verhaal te pakken, met een terloopse aanvulling van historische kennis.

Eerder verschenen op Mijnboekenkast