Zaterdag, 21 september, 2019

Geschreven door: Linden, Vincent van der
Artikel door: Haneveld, Johan Klein

De Zendgraaf

Subtiele SF van Nederlandse bodem

[Recensie] Vincent van der Linden was een van de centrale figuren in de geschiedenis van de Nederlandse science fiction en fantasy. Niet alleen zorgde hij als uitgever bij Bruna ervoor dat boeken van Ballard, Stroegatski en Dick in het Nederlands werden uitgegeven en vertaalde hij later boeken voor Meulehoff, hij zorgde ook voor de samenstelling en publicatie van de Ganymedes-reeks tussen 1976 en 1986 waar Nederlands en Vlaams talent de kans kreeg verhalen met het publiek te delen. Onder andere Tais Teng, Eddy Bertin, Remco Meisner en Paul van Leeuwenkamp publiceerden in deze bundels, en ook Van der Linden zelf, onder het synoniem Thomas Wintner. Zijn invloed doet zich nog steeds gelden door bijvoorbeeld de opnieuw in het leven geroepen Ganymedes-reeks sinds 2013, waarvan elk nieuw deel nog steeds gesierd wordt door een schilderij van zijn hand op de cover, en door zijn boeken die nog steeds verkrijgbaar zijn bij uitgeverij Fantastische Vertellingen.

Alleen al hierom zou iedereen met interesse in de geschiedenis van het fantastische genre in Nederland iets van zijn hand gelezen moeten hebben, en deze bundel brengt een aantal van zijn verhalen uit Ganymedes, Holland SF en andere bundels en tijdschriften samen. Met een nawoord van Jeroen Kuypers dat zijn plek in het genre en zijn thematiek verduidelijkt. Ik heb de bundel met plezier gelezen, zelfs al behoor ik niet helemaal tot de doelgroep. Deze verhalen zijn heel anders dan die van bijvoorbeeld Tais Teng en Jaap Boekestein, en waar die meer neigen SF te schrijven met grote ideeĆ«n, wereldveranderende wetenschap, grote avonturen en transformatie, zijn die van Van der Linden kleinschaliger, ingetogen, subtiel. Van der Linden bevindt zich aan de meer literaire kant van het genre, waar de menselijke ervaring en de absurditeit daarvan centraal staan en dan met name gefocust op het burgerlijke huiselijke leven in Nederland, het gevoel gevangen te zitten in de verwachtingen en gewoontes die daarbij horen, en het onvermogen te ontsnappen uit patronen die groter zijn dan je zelf. Soms vindt een karakter door meditatie een uitweg in onthechting en acceptatie, soms wordt die acceptatie ze opgedrongen. In dit opzicht doen de verhalen wel denken aan de boeken van W.F. Hermans of De Avonden – er is een protest tegen de typisch Nederlandse ‘groente, vlees en aardappelen’-mentaliteit die aan de lezer wordt overgebracht niet door het protest te beschrijven, maar dat waartegen geprotesteerd wordt. Het zijn hier dan ook niet in de eerste plaats de wetenschappelijke ideeĆ«n die het verhaal drijven en ontdekkingen leiden niet tot transformatie, eerder tonen de verhalen aan dat hoe meer er verandert, hoe meer er gelijk blijft. Je kunt een robot aan je huishouden toevoegen, maar de echtelijke ruzies blijven hetzelfde, en je kunt in een postapocalyptisch Utrecht leven waar Hoog Catherijne een heilige plek is geworden, toch blijven je dagelijkse rituelen even leeg. Alles is opgeschreven in prachtig taalgebruik, dat ondanks een grote woordenschat een grote helderheid bevat. Van der Linden beheerst de Nederlandse taal net zo goed als Teng, maar gebruikt het om te verfijnen en te verstillen. Ook in dat opzicht een aanrader. Het is aan de verhalen natuurlijk wel te merken dat ze uit de jaren ’70 en ’80 stammen en hun thematiek is niet al te modern, maar als tijdbeeld en kennismaking met het oeuvre van een belangrijke Nederlandse genreschrijver is dit een aanrader. Verwacht echter geen hoogdravende SF vol escapades en ruimtemonsters…

Eerder verschenen op Hebban

Boekenkrant