Vrijdag, 20 september, 2019

Geschreven door: Frye, Johan
Artikel door: Stoel, Jan

De zevende toon

Kunst geeft betekenis aan het leven

[Recensie] Tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden de nazi’s op grote schaal kunst. Hitler en Göring vulden zo hun eigen museumcollectie. Ze stroopten musea af en stalen de kunst of kochten ze voor een veel te lage prijs. Joden moesten hun kunst achterlaten als ze moesten vluchten of opgepakt werden. Soms gaven ze elkaar hun kunst in bewaring. Na de oorlog werd niet veel moeite gedaan om de rechtmatige eigenaren terug te vinden. Zo kon het gebeuren dat deze werken onbedoeld in museumcollecties terechtkwamen. Vanaf 1997 ging de commissie-Ekkart het kunstbezit van de Nederlandse staat onderzoeken.

In De zevende toon van auteur Johan Frye (1939) worden tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n tachtig zeer waardevolle schilderijen ontvreemd. Om dit gegeven heen geeft Frye een nieuw kunstwerk gebouwd: een roman waarin geschiedenis, persoonlijke ontwikkeling, zoeken naar de eigen identiteit, zelfvertrouwen, hebzucht, loyaliteit, (naasten)liefde en onvoorwaardelijke trouw thema’s zijn. Interessant is Fryes filosofische, goed onderbouwde theorie over de verbinding tussen beeldende kunst en muziek. Het levert een verhaal op dat je in de greep houdt, dat je in een ruk uitleest, dat dynamisch, ontroerend en spannend is. Het hoofdthema van het boek is dat kunst je leven betekenis geeft en het kan veranderen.

De zevende toon ontwikkelt zich lang drie verhaallijnen. Freek Verburg woont in Zandvoort in een NSB-gezin en wordt gekleineerd door zijn vader die zich heeft opgewerkt tot fanatiek kringleider van de NSB en ook kunst van de Joden heeft gestolen. Freek wordt uiteindelijk naar NSB-vrienden in Amsterdam gestuurd, een stad met “potentieel”. Hij wil gewaardeerd worden door zijn vader en wil daar alles voor doen, bijvoorbeeld door joden aan te brengen. Hij leert dat hij op een goede kans moet wachten. Die ontstaat als hij door een slimmigheid in contact komt met Max Goldstein, een jood met een fantastische kunstcollectie. Hij verzamelt met één duidelijk doel. Hij weet het vertrouwen van Goldstein te winnen, zuigt alles wat hij vertelt over zijn collectie en zijn manier van collectioneren in zich op, zorgt ervoor dat het gezin gedeporteerd wordt en komt in bezit van diens kunstcollectie. Hij kan immens rijk worden. De kunst krijgt Freek echter volledig in zijn greep. Hij ontwikkelt zich zelfs van crimineel tot kunstexpert en verwerft zo een ander soort rijkdom.

In de tweede verhaallijn staat Danny Goldstein centraal. Hij weet aan de deportatie van zijn ouders te ontsnappen en krijgt van zijn oppas Anneke een valse identiteit. Anneke voedt Danny op en wordt zijn “moeder”. Langzamerhand vertelt ze iets meer over zijn verleden. Danny heeft last van twee trauma’s waardoor hij in paniek raakt: een zwarte Mercedes die langzaam voorbijrijdt (in zo’n auto werden zijn ouders en zijn zusje weggevoerd) én verlatingsangst. Hij groeit op en ontwikkelt zich tot een gerenommeerd binnenhuisarchitect met grote belangstelling voor muziek en kunst. Hij ontmoet zijn geliefde, de archeologe Mélanie en via haar wordt zijn belangstelling breder. Hij leert over de herkomst van de dans de Tarantella, maakt kennis met het Kirkpinar-worstelen en leert door haar zijn angsten te overwinnen.

De derde verhaallijn is die van “het geheim van de zevende toon.” Om de schilderijen terug te krijgen of te gelde te maken is het nodig om de documenten die horen bij de schilderijen te overleggen. Dan pas kan het eigenaarschap vastgesteld worden. Maar waar zijn die documenten? Freek Verburg is er de rest van zijn leven op zoek naar en ontspoort daarbij regelmatig. Hij vindt ze niet en kan dus wel naar de schilderijen kijken, maar ze nooit verkopen. De sleutel van het geheim zit dichtbij Anneke en Danny.

Het samenkomen van deze drie verhaallijnen levert een zinderende ontknoping op , waarbij hulp uit een onverwachte hoek komt.

Op organische wijze heeft Frye (kunst)geschiedenis, kunstbeschouwing, feiten, gedachten van kunstenaars en wetenschappers in deze roman verwerkt. Zijn personages zijn levensecht. Hij hanteert een uitnodigende schrijfstijl, formuleert in heldere zinnen. Zijn overdenkingen, filosofische uitspraken doen de lezer even pauzeren om te reflecteren. Bijzonder zijn de cursieve passages waarin de lezer als het ware in het hoofd van een van de personages kruipt en deelgenoot wordt van diens gedachten, overwegingen, plannen. Frye heeft ook gedegen (bronnen)onderzoek gedaan. De locaties waar het verhaal zich afspeelt kloppen, tot aan de restaurants aan toe.

Onder die toegankelijke laag zit een tweede diepere laag die gaat over hoe kunst je leven kan veranderen, over de diepste waarde van het mens zijn.

“Als ik iets creëer vanuit mijn hart, dan wordt bijna alles goed, doe ik het van uit het verstand dan vrijwel nooit.”

Je ziet het bij Freek die gegrepen wordt door de kunst , die de motivatie en de filosofische ideeën van schilders gaat bestuderen erover gaat schrijven en zich ook in de muziek gaat verdiepen. Hij komt er achter dat “zonder liefde kunst, maar ook de spirituele ontwikkeling niet mogelijk is.” Hij komt erachter als hij getroffen wordt door het spel van een straatmuzikant en hem een forse donatie geeft om diens dochter een broodnodige geneeskundige behandeling te geven. Het is een vorm van loutering.

Goldstein verzamelt schilderijen die voor hem behoren bij de toonladder uit de muziek. Hij zoekt naar samenhang, de versterkende kracht van beeldende kunst in relatie met andere kunstvormen als literatuur, muziek en filosofie.

“Elke toon van de toonladder heeft een bijzondere betekenis en de volgorde neemt ons mee opeen soort reis van ons eenvoudig dagelijks bestaan naar de allerhoogste ervaring van eenheid. (…) Alles wordt herleid naar liefde, moederliefde, zelfkennis, naastenliefde, mededogen en het verlangen naar terugkeer in het paradijs.”

Deze gedachtegang wordt onderbouwd met schilderijen die achter in het boek staan afgedrukt. Het gaat om het proces dat iemand tijdens zijn leven kan doorlopen om zuiverheid te bereiken: niet voor niets is het achtste schilderij dat van de Barmhartige Samaritaan. Het schilderij waarmee je een octaaf hoger in je leven begint.

”Het getoonde mededogen opent de deur naar een tweede geboorte”.

Overal is over nagedacht in deze prachtig gecomponeerde roman. Aan het begin van het boek een blauwe lotusbloem afgebeeld. Dat is niet toevallig. De lotusbloem is het symbool van de overwinning van de geest over de intelligentie.

“Afval vormt het voedsel voor het rottingsproces. Maar in de drek onder het zwarte water wortelt de lotusbloem, die zich van de vieze setters weet te ontdoen. Ligt daar een boodschap in besloten? Schuld is als modder die kleeft, belemmert en stinkt.”

Wandelmagazine
De zevende toon is een verpletterend mooi en rijk boek.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles