Woensdag, 31 januari, 2018

Geschreven door: HØystad, Ole Martin
Artikel door: Leeuw, Karin de

De ziel, een cultuurgeschiedenis

Iedereen heeft er een, maar niemand weet wat het is

[Voorbeschouwing] De ziel wordt over het algemeen gezien als de afspiegeling van de individuele persoonlijkheid van een mens, als zijn essentie, voor sommigen hetgeen dat van een mens overblijft nadat het lichaam gestorven is. Anderen beweren daarentegen dat de ziel niet meer van deze tijd is. De ziel zou afgedaan hebben.

Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling van het nieuwste boek van de Noor Ole Martin Høystad: De ziel, een cultuurgeschiedenis. Voor wie zich zijn vorige grote boek nog herinnert – toen ging het om een cultuurgeschiedenis van het hart – is deze publicatie waarschijnlijk iets om naar uit te kijken. Høystad heeft in dit werk gekozen voor weer dezelfde aanpak. Vanuit de oudheid baant hij zich een weg door de geschiedenis van zijn studie-object. Uit allerlei tijden haalt hij niet alleen filosofische werken aan, maar maakt je ook duidelijk hoe de definities van theologen tot stand gekomen zijn over deze gevoelige onderwerpen als hart, ziel, individu en cultuur. Literaire figuren zijn bij uitstek goede voorbeelden om te tonen hoe mensen in een bepaalde tijd tegen de ziel aankeken. Via Homerus en Dante leidt de schrijver ons langs, Dostojewski, Kafka, Woolf en Coetzee om duidelijk te maken hoe mensen de ziel zien.

Want dat is het moeilijke bij een boek over de ziel: hoewel de meeste mensen menen dat ze een ziel hebben, weet toch bijna niemand te vertellen wat de ziel dan is. De ziel is op veel plaatsen in onze taal aanwezig: we zijn zielsgelukkig, iemand is een oprechte ziel en we hopen voor onszelf en voor overledenen op zielenrust. Socrates raadde de Atheners reeds aan goed voor hun ziel te zorgen en in het christendom worden we opgeroepen er voor te zorgen dat onze ziel behouden blijft. Begrafenisrituelen, zelfs reeds bij de Neanderthalers, wordt, door het meegeven van grafgiften, de indruk gewekt dat mensen al heel lang een gevoel koesteren dat iets van een mens blijft bestaan nadat zijn lichaam is overleden. Vaak noemt men dat de ziel.

Dan blijft echter toch de vraag: wat is de ziel? Is hij stof of gedachte, rede of gevoel, mogelijkheid of werkelijkheid? Is de ziel aangeboren? Ontwikkelt hij zich tijdens een leven? Is de ziel leerbaar? En stel dat de ziel een menselijk gedachtespinsel is, dan is het toch interessant om te weten waarom mensen een dergelijke constructie hebben gecreëerd.

Sociologie Magazine

Høystad beperkt zich niet tot hetgeen in de westerse cultuur hierover is gezegd. In een tijd waarin mensen met vele culturen en achtergronden in aanraking komen, zou een dergelijke analyse niet meer volstaan, schrijft hij zin zijn boek. Hij legt dan ook uit hoe de ziel bezien wordt in het Hindoeïsme en in de Islam. Voor moslims wordt de ziel aangeduid met nafs. Er is een uitgebreide theorie-vorming over nafs en onder welke voorwaarden die verlost kunnen worden. Dit is met name ook van belang voor het theologisch debat over jihad en het offer van de martelaren.

In het Westen heerst een opvatting dat sinds de Verlichting de ziel minder belangrijk is geworden. Het feit dat de ziel met de rede niet te begrijpen is en ook al niet fysiek te lokaliseren heeft zijn bestaansrecht ondermijnd. De rol van de ziel is teruggebracht tot iets waar gelovigen en religies iets mee hebben. Anderen zien de ziel als een ouderwetse naam voor wat Freud aanduidt met de psyche.

De ziel was in voorgaande eeuwen echter meer. Hij is weliswaar de kern van het individu, maar de ziel komt tot uitdrukking in de relatie van met de ander. De ziel is in die zin de spiegel hoe een mens (tot dan toe) geleefd heeft. Op grond daarvan noem je iemand een goede ziel, een dolende ziel of een rusteloze ziel.

Daarom, meent Hannah Arendt, wordt het lot van de ziel op het spel gezet wanneer mensen zich overgeven aan massabewegingen en totalitaire regimes die het individu schaden. Niet voor niets spreken we van ‘je ziel verkopen aan de duivel’.

Maar gemakkelijk heeft de moderne mens het ook niet, nu de ziel steeds minder tot het cultureel erfgoed behoort; het hebben van een diepe innerlijke kern vervangen is door het idee dat een mens maakbaar is en aan zijn eigen realisatie in de buitenwereld moet werken. Dat maakt, zoals Kierkegaard het formuleerde, dat niet iedereen geïnteresseerd is in “een binnenlandse reis in het eigen bewustzijn”. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen dat veel mensen juist dit gemis onderkennen. De aandacht voor mindfulness, engelenscholen en verhalen over hobbits en Harry Potter zouden daar op kunnen duiden.

Al deze opmerkingen worden gemaakt in een deel van de inleiding van dit boek. Het maakt behoorlijk benieuwd naar de rest. Sommigen gedachtelijnen zijn niet helemaal duidelijk, maar ik durf er op te vertrouwen dat dit in de volgende hoofdstukken helder wordt.

Ole Martin Høystad is emeritus hoogleraar cultuurgeschiedenis en filosofie van o.a. de universiteit van Telemark. Iets meer dan tien jaar geleden verscheen, zoals gezegd, zijn cultuurgeschiedenis van het hart uit. Naar mijn weten kwam daar toen geen Nederlandse vertaling van uit. Wel verscheen in het tijdschrift Dietse Warande en Belfort in 2007 een prachtige vertaling van Eva Gerlach van een stuk van Høystads over het denken en voelen over het hart in de Islam. Het boek over het hart is wel in het Duits en Engels beschikbaar. Voor de liefhebber is het dus mogelijk het geheel van Høystads studie te overzien.

–

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles