Maandag, 8 mei, 2017

Geschreven door: Howard, Jules
Artikel door: Thole, Esther

Death on Earth

Met een dode ekster in de trein

Jules Howard probeert in Death on Earth het wezen van de dood te doorgronden

[Recensie] Wie interesse heeft in het leven, moet ook de dood op een normale manier behandelen, vindt Jules Howard. Maar waarom lukt ons dat nauwelijks? En waarom bestaat de dood eigenlijk? In zijn boek Death on Earth gaat Howard op onderzoek uit langs ongewenste rupsen en ontbindende varkens. Het levert geestige anekdotes op, maar helaas geen coherent verhaal.

Dood. Ontbinding. Karkassen. Maden. Stank. Niet meteen de termen waarmee je hordes enthousiaste lezers trekt. Praten over de dood mag dan meer en meer uit de taboesfeer komen, maar over het fysieke proces van sterven en vergaan denken de meeste mensen liever niet na.

De Britse schrijver, blogger en zelfverklaard natuurliefhebber Jules Howard heeft gelukkig het lef (net als zijn uitgever) om dat wel te doen. Howard studeerde biologie, schreef eerder het boek Sex on Earth en zijn favoriete onderwerpen zijn (wilde) dieren en natuurbescherming.

Hij geeft meteen toe dat ook hij bang is voor de dood en er eigenlijk niet bij stil wil staan. Tegelijkertijd is hij gefascineerd door de evolutie en dan kun je – volgens hem – niet om de dood heen. Wie van het leven in al zijn vormen houdt, moet ook de dood serieus nemen.

Pf

Want, zo vraagt hij zich af, waarom bestaat de dood eigenlijk nog? Dankzij de evolutie hebben we nu een ontelbare hoeveelheid levensvormen die zich in de meest uiteenlopende omstandigheden kunnen handhaven en voortplanten.

Al het leven op aarde deelt een doel: nog meer leven maken. Maar waarom heeft dat niet geleid tot het omzeilen van de dood? Wie langer gezond en vruchtbaar is, kan zich langer voortplanten. Dat zou toch een drijvende kracht achter de natuurlijke selectie moeten zijn, aldus Howard.

Vanuit die gedachte gaat hij in Death on Earth: Adventures in Evolution and Mortality op zoek naar antwoorden. Niet vanachter zijn bureau, maar hij trekt er dapper op uit om van alles te leren over de dood.

Zo gaat hij bijvoorbeeld kijken bij een forensisch onderzoeker die de ontbinding van varkenskadevers tot in detail onderzoekt. Howard beschrijft openhartig dat hij – hoe zeer hij z’n best ook doet – de neiging tot kokhalzen niet kan onderdrukken bij de confrontatie met hopen krioelende maden.

Tegelijkertijd ontdekt hij hoe gestructureerd de ontbinding van een kadaver verloopt. Verschillende insectensoorten wisselen elkaar keurig af om een deel van de buit op te eisen. Een kadaver blijkt zo geen dooie en treurige boel, maar een bruisend ecosysteem waar veel nieuw leven uit voortkomt.

Dode ekster en oude schelp

Howard gaat ook langs bij een mierenonderzoeker, haalt met de trein een dode ekster op bij een vrouw die de vogel via Twitter aanbiedt, bezoekt een beurs voor mensen die langer jong/mooi willen blijven en neemt een kijkje bij Ming, een noordkromp (schelpdier) die maar liefst 507 jaar oud is geworden. Al deze uitstapjes en de vele gesprekken met uiteenlopende mensen maakt Death on Earth tot een – sorry voor de woordspeling – levendig boek, maar helaas komt de zoektocht nogal willekeurig over.

De hoofdstukken lezen allemaal vlot weg, maar de samenhang is ver te zoeken. Het is heel sympathiek van Howard dat hij het uitgebreid opneemt voor onheus bejegende rupsen en spinnen, maar waarom dat zo belangrijk is in relatie tot zijn vragen over de dood komt niet uit de verf. Zijn redenering dat we onaardig zijn tegen deze beestjes omdat ze ons aan de dood doen denken (en dus in dit boek horen?) komt op mij nogal gezocht over. Ook zijn uitgebreid beschreven pogingen om de dood aan zijn dochtertje uit te leggen schieten hun doel voorbij. Dat is jammer, want nu blijf je als lezer met een onbestemd gevoel achter. Als Howard (of zijn redacteur) meer had gelet op de inhoudelijke samenhang en minder had gepoogd vooral geestig en persoonlijk te zijn, had dat een beter boek opgeleverd.

Eerder verschenen op Kennislink