Vrijdag, 29 maart, 2019

Geschreven door: Wortel, Maartje
Artikel door: Verplancke, Marnix

Dennie is een star

Schrijf nooit over je kat

De eerste zin

“Op een dag zei iemand die ik heel serieus neem – en dat komt niet zo vaak voor, ik neem om te beginnen mensen die zichzelf serieus nemen al niet serieus en iedereen neemt zichzelf vandaag de dag serieus – tegen mij: Jij leeft niet in de tijd, Ted.”

Recensie

Ted – “Mijn familie is niet zo goed in naamgeving,” voegt ze er steeds aan toe – is een jonge vrouw die lijdt aan het leven. Ze is bang voor kiespijn en gesprekken, voor het allergrootste en het allerkleinste, voor droogte en overstromingen en natuurlijk ook voor fijnstof. Van de weeromstuit klampt ze zich vast aan de mensen in haar omgeving, zoals aan haar vriendin Daan , een succesvolle dirigente waarmee ze een bevredigende relatie had tot deze haar verliet. “‘Als jij een fles water was, zat er maar een piepklein gaatje in je fles waaruit ik kon drinken,’ zei Ted tegen Daan, ‘En ik heb dorst.’” Waarop Daan voor ze de deur achter zich dichtgooide antwoordde: “‘Als jij een fles met water was, klotste je zo alles in één keer in mijn gezicht. En ik drink juist liever rustig. Ik hou niet van lurken.’”

Pf

Misschien moet Ted de wereld en de tijd wat loslaten, geeft iedereen haar de raad. Misschien moet ze een huisdier nemen, en dan geen aangelijnde hond, maar wel zo’n vrijpostige kat, een Dennie dus. Lang voor Dennie er werkelijk is, heeft Ted het al met haar vrienden over hem. Dennie wordt de belofte van een zorgeloos leven en van een glorieuze, vrije toekomst. Wanneer Ted op een boerderij op een ziek katje met een ontstoken oogje stoot, is Dennie terecht en er gaat een hele nieuwe wereld voor haar open.

Maartje Wortel is eindeloos grappig en genadeloos spits in haar nieuwe roman Dennie is een star. Het is een psychologisch portret waarin je een paar trekken van de schrijfster herkent en waaruit je zou willen blijven citeren en parafraseren. Zo schrijft ze helemaal in het begin dat ze aan de Rietveld Academie les kreeg van Wim Brands. Schrijf nooit over je kat, drukte hij iedereen op het hart, want dat leidt nooit tot goeie literatuur. Wat een misvatting, denk je na het lezen van Dennie is een star. Wat bijvoorbeeld met Rudy Kousbroek? Of T.S. Eliot? Om nog maar over die Maartje te zwijgen.

3 vragen aan Maartje Wortel

Ook al lijkt in je boek op het eerste zicht een kat centraal te staan, in werkelijkheid gaat het over de futiliteit van het menselijk verlangen en alle menselijk streven, toch?

Wortel: “Mijn personages zijn inderdaad altijd op zoek naar iets, naar liefde, god of dat wat mensen met elkaar verbindt. Ze willen altijd alles weten en dat zit hun welbevinden in de weg. Wanneer je verliefd bent, moet je uitspraken doen over je identiteit, wie je bent en wie je samen wil worden. Dat vind ik lastig en beknellend. Ik denk daarentegen dat wanneer je alle ideeën loslaat, je dichter bij het ervaren van de realiteit komt. In mijn boek wil ik de lezer dat aan den lijve laten voelen. Het heeft geen plot die van het begin naar het einde loopt, maar is eerder een stapeling waarin allerhande onderwerpen aan bod komen, wat tijd is bijvoorbeeld en wat realiteit. Mijn boek is eerder een vrije val, iets ongrijpbaars.”

Je roman bulkt inderdaad van de non-fictie. Hij gaat over wetenschap, kunst en filosofie. Is dat gewoon zoals je bent of is het een manier van schrijven?

Wortel: “Ik denk heel springerig. Toen ik begon te schrijven merkte ik dat ik dat springerige eruit haalde, wat ik zonde vond, omdat ik er dan een bepaalde beweging uithaalde. In dit boek wou ik die beweging bewaren. Ik ben dus veel meer Dennie is een star dan ik in indertijd IJstijd was. Ik denk zoals dit boek geschreven is, associatief en paradoxaal. Ik kan bijvoorbeeld wel zeggen dat ik dingen wil loslaten en geen greep wil hebben op de werkelijkheid, maar intussen is niemand zo’n controlefreak als ikzelf. Dat is mijn manier van leven en creëren. In de fysica heb je deeltjes en antideeltjes die elkaar in stand houden. In mij is dat ook zo.”

Zie jij je behoren tot een nieuwe generatie Nederlandse schrijfsters, samen met Niña Weijers en Hanna Bervoets?

Wortel: “We schieten inderdaad heel goed op met elkaar, maar wellicht komt dat precies doordat we zo verschillend bezig zijn. Ieder heeft zijn eigen stijl. De enige lijn die ik zie is dat er nu meer vrouwelijke schrijvers zijn die zichzelf kunnen zijn. Toen ik begon te schrijven wou ik niet te zacht schrijven omdat ik vreesde in een hoek weggezet te worden. Nu is die vrees weg en doe ik gewoon mijn zin.”

Eerder verschenen in Knack Focus