Zaterdag, 25 mei, 2019

Geschreven door: McDonald, Bernadette
Artikel door: Vonk, Bert

Der Weg zur Spitze

Sloveens alpinisme

[Recensie] Toegegeven, toen deze kroniek van het Sloveense alpinisme in mijn brievenbus plofte, was mijn eerste gedachte: wat moet ik hiermee. Slovenië is immers na Liechtenstein het kleinste Alpenlandje en ik kon me niet voorstellen dat in deze vlek met krap 2 miljoen inwoners alpiene heldendaden verricht waren die de moeite van het vermelden waard waren. Maar vanaf de eerste bladzijde werd me duidelijk dat ik me volkomen vergist had. Het boek beschrijft de ontwikkeling van het Sloveense himalayaklimmen sinds de Tweede Wereldoorlog en die is ronduit duizelingwekkend.

Bij de eerste beklimmingen van achtduizenders in het midden van de vorige eeuw spelen de Slovenen nog geen enkele rol: ze zijn bezig de trauma’s van de oorlog en de bloedige nasleep ervan te verwerken. Maar het klimmen zit dit bergvolk in de genen en zodra de omstandigheden het enigszins toelaten stelt de Sloveense alpenvereniging, die dit jaar [2018/red.] zijn 125ste verjaardag viert, een trainingsprogramma voor getalenteerde klimmers op dat op korte termijn zijn vruchten begint af te werpen. In het jaar 1972, als het wandklimmen in de Himalaya nog maar net in de mode is, doet een sterk team onder leiding van de visionaire Aleš Kunaver een eerste poging op de meer dan 2000 meter hoge Makalu-zuidwand. Op dat moment heeft nog geen enkele Sloveen een achtduizender via de normaalroute beklommen. Deze ternauwernood mislukte expeditie is de opmaat voor
een ongekende reeks successen. In de daaropvolgende tien jaar bedwingen Slovenen de Makalu-zuidwand (1975), de directe Westgraat op de Mount Everest (1979), de Lhotse-zuidwand (1981, topgraat) en de Dhaulagiri-zuidwand (1981, topgraat).

Ook bij de ontwikkeling van het lichtgewicht- en soloklimmen in de Himalaya spelen de Slovenen een belangrijke rol. Met omstreden prestaties die veel media-aandacht genereerden, zijn Tomo Esen en Tomaž Humar op de Jannu-noordwand, de Lhotse-zuidwand (Esen), de Dhaulagirizuidwand en de Nanga Parbat Rupalwand (Humar) bij het grote publiek het bekendstgeworden. Maar daarnaast zijn er in Slovenië gelukkig tot op de dag van vandaag een aantal fantastische alpinisten die met hun successen veel bijval oogsten onder hun collega-klimmers. Het herhaaldelijk in de wacht slepen van de Piolet d’Or voor de meest aansprekende beklimming van het jaar door een Sloveen is daarvan het bestem bewijs.

Deze ontwikkeling wordt door Bernadette McDonald, een internationaal erkende autoriteit op het gebied van de klimgeschiedenis en zelf actief alpiniste, uitvoerig en meeslepend beschreven in haar ruim 400 pagina’s dikke boek. McDonald is een rasvertelster; in bijna elk van de twintig hoofdstukken wordt een expeditieverhaal vaak zo plastisch verteld, dat je het gevoel hebt er zelf bij te zijn. Haar boek is meer dan een verzameling spannende klimverhalen. Ze gaat in op de veelbewogen recente geschiedenis van Slovenië en laat overtuigend zien hoe die de mentaliteit van de Sloveense klimmers heeft beïnvloed. En ze weeft op ingenieuze wijze citaten uit de Sloveense klimbijbel Pot (de weg) door haar verhaal. Pot is geschreven door de in 1983 verongelukte himalayaklimmer Nejc Zaplotnik, die met zijn enorme dadendrang in de gouden jaren een rolmodel was voor collega-klimmers uit zijn land. De citaten roepen een beeld op van een zeer veelzijdig mens, een gedreven alpinist maar ook een dichterlijke ziel, die zich evenzeer liet inspireren door hoge doelen als door kleine, dagelijkse gebeurtenissen. Daarnaast was Zaplotnik een scherp analyticus, die de drijfveren van moderne topklimmers tot op het bot ontleedde en voorzag hoe een aantal van hen het streven naar steeds moeilijker beklimmingen met de dood zou moeten bekopen.

Boekenkrant

Samenvattend: dit is een geweldig boek dat de uren voorbij laat vliegen als je ingesneeuwd raakt in een berghut. Het boek is ook verkrijgbaar in de originele Engelse taal en heet dan Alpine Warriors.

Eerder verschenen in Bergen Magazine