Donderdag, 21 november, 2019

Geschreven door: Frenkel, Anja
Artikel door: Stoel, Jan

Rinske Former op zoek naar Tír na nÓg

Dichten met foto’s

De Stichting Van Vlissingen Art Foundation ondersteunt sinds 2008 talentvolle, Nederlandse beeldende kunstenaars door de belangstelling voor hun werk in bredere kring te stimuleren. Men zendt de kunstenaars naar een plek die inspiratie moet bieden voor nieuw werk. Die reis wordt vastgelegd in een publicatie. Fotograaf Rinske Former bezocht zo Ierland.

[Recensie] Rinske Former (1991) uit het Noord-Brabantse Riel, vlakbij Tilburg, studeert momenteel fotografie aan het Masters-programma van St. Joost in Breda. In 2016  studeerde ze af afgestudeerd als documentair fotograaf aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag). Ze maakte een reis naar Ierland, het land van de legende van Tír na nÓg (het land van de eeuwige jeugd).

“Ik zie mijzelf als moderne romanticus. Als kunstenaar onderzoek ik de grenzen van het menselijk bestaan. Ik ben geïnteresseerd in mythen en sagen, verhalen en sprookjes. Door het verlangen tastbaar en visueel te maken probeer ik grip te krijgen op het ongrijpbare.”

Je zou die uitspraak van de kunstenares als de kern van het boek kunnen beschouwen. Steeds is er die afwisseling tussen de persoonlijke impressies van Rinske in tekst én in beeld. Het een is complementair aan het ander. Rinske is, zoals veel mensen, op zoek en de mythen van Ierland inspireren haar. Ze hoort voor het eerst in 2017 van Tír na nÓg, het land van de altijd jonge mensen. Het verhaal gaat dat Oisín, een dappere krijger, als hij aan het zwemmen in de buurt van Killarney, de wonderschone Niamh ziet. Hij verlaat zijn vader en zijn medestrijders en volgt haar naar het ‘paradijs’, een plek waar de tijd stil lijkt te staan. Maar hij mist zijn oude makkers en zijn vader in Ierland en wil terug. Niamh geeft hem een magisch paard, maar hij mag de grond niet aanraken, want dan kan hij niet terugkeren. Als Oisín terugkomt in Ierland wordt hij niet herkend, alles is veranderd, zijn vader is dood. Hij valt van zijn paard en verandert in een oude, kwetsbare man en sterft. De tijd heeft hem ingehaald.

Kookboeken Nieuws

“Ik ben doodsbang om ouder te worden,
Bang om dat kinderlijke in me te verliezen
Bang dat ik te serieus wordt.
(…)
Misschien dat ik daarom wel zo graag geloof in Tír na nÓg
Ik heb zo’n wereld nodig”

Rinske verdiept zich eerst in de Ierse mythen en sagen, leest over seanchais (storytellers), stippelt een route uit en begint aan een reis van twee weken met haar goede vriendin en fotografe Vivian Bax door drie graafschappen in Ierland. Ze gaan op zoek naar het land van Tír na nÓg. Ze bezoeken Lough Leane waar Oisín in zwom, de poort naar Tír na nÓg. Via de drie seanchais die ze ontmoeten horen ze verschillende versies van het verhaal. Ze ontmoeten locals, luisteren naar verhalen ervaren het indrukwekkende landschap met onder meer de 214 meter hoge kliffenkust van Moher, het plaatsje Gort, aan de zuidrand van Galway waar het ’s nachts zo donker is dat ze het licht in de badkamer aanlaat omdat ze anders niet durft te gaan slapen, de hoogveengebieden aan de westkust. En uiteindelijk vindt ze Tír na nÓg in zichzelf.

De foto’s van de landschappen ademen ruimte, rust, weidsheid uit, maar ook een haast mythische sfeer: een boom, een waterval, een meer. Ze geven de innerlijke gevoelens en emoties van de kunstenares weer. Als rode draad zijn er de afbeeldingen van de drie seanchais en de foto’s van gipsen handen, die ze in haar eigen atelier gemaakt heeft, handen die verwijzen naar de gebaren die de vertellers maken bij hun story’s. En dan zijn er de foto’s van het kijken naar de toekomst (staand op een rots uitkijkend in de verte) of een wijwatervaatje (met een bruin geworden ‘palm’ takje erachter) dat weer subtiel verwijst naar de verteller die het verhaal van Oisín met het christendom verbindt. Het spelen met het licht en de compositie zorgen voor een narratieve reportage en tonen de gevoeligheid van de kunstenares ten volle. De foto’s roepen een andere wereld dan de hectiek van alledag op, een wereld waarin rust en reflectie belangrijk is.

Het boek heeft ook alle kenmerken van een monografie. Er wordt stilgestaan bij haar persoonlijke en artistieke ontwikkeling, de fotografen (onder meer Sophie Calle, Peter Stavast, Joika Hanzlova) én dichters (Emily Dickinson en Ted Hughes) die haar inspireren, haar manier van werken. Ook ander werk van Rinske krijgt de aandacht en ze toont dat ze in een paar beelden een heel verhaal kan vertellen dat aan kracht wint in combinatie met haar teksten. Ze kijkt op een andere manier naar de werkelijkheid, wil zo dicht mogelijk bij de kern van het mens-zijn komen. Een voorbeeld is het verwerken van de dood van haar moeder. Zij werd ter aarde besteld op een natuurbegraafplaats en Rinske maakt foto’s van ankerpunten in de natuur die ze tegenkomt als ze naar de plek waar haar moeder begraven is. De dood van haar moeder heeft een enorme impact gehad. Rinske knipte een jaar lang haar haar niet. Het was 24,8 cm gegroeid. In Georgië liet ze het stylen door vrouwen, als een vorm van afscheid nemen. Het is een bijzondere manier om de moeder-kind-verhouding vorm te geven. Beide reportages zijn als het ware rituelen.

Het past allemaal in de queeste naar ‘die andere wereld’ waarmee Rinske Former bezig is. De laatste foto in het boek: de kunstenares gezien op de rug met een rugzakje op lopend over een weg die steeds onscherper wordt is veelzeggend. Het boek zet de verbeelding van de lezer zeker aan het werk. De vormgeving van het boek is van Jan Slagter, de teksten zijn van Anja Frenkel: met liefde gedaan.  Dit boek is een beauty: poëtische fotografie.

Expositie Rinske Former: 16 november t/m 8 december 2019, Pulchri Studio Den Haag

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles