Donderdag, 16 januari, 2020

Geschreven door: Wanders, Marcel
Artikel door: Veen, Evert van der

Rijks, masters of the Golden Age

Dit boek is een ware belevenis!

[Recensie] Er worden vele prachtige schilderijen – ook belicht in fraaie details – gepresenteerd en daar omheen zijn er kalligrafisch getinte citaten. De algehele uitvoering van dit boek maakt het tot een sieraad in de boekenkast en een lust voor het oog.

De schilderijen uit de Eregalerij van het Rijksmuseum krijgen bijzondere aandacht in vele close up’s waardoor de lezer/kijker dichter bij de voorstelling komt dan in werkelijkheid mogelijk is, cq. is toegestaan.

Deze schilderijen hebben allemaal een iconische status en architect Pierre Cuyper heeft de Eregalerij dan ook bewust als centrum element in het Rijksmuseum geplaatst. Dit museum is “niet alleen een huis voor kunst en historische educatie; het is een plaats van nationale identiteit en trots”. Het begin van de collectie dateert uit 1798.

De auteur van dit in het Engels geschreven boek heeft zelf een persoonlijke band met de stad en het Rijksmuseum en vanuit die liefde is dit boek dan ook ontstaan. Het zijn niet alleen de schilderijen die dit boek zo de moeite waard maken – die kan men in andere boeken ook wel vinden – maar het is vooral de algehele wijze waarop deze schilderijen in dit boek met allure worden gepresenteerd. Bijzonder zijn de eigentijdse foto’s bij een aantal schilderijen die zorgen voor contrastwerking en op die manier de toeschouwer aan het denken willen zetten.

Wandelmagazine

Dat doen ook degenen die gevraagd zijn om bij een schilderij stil te staan. Het zijn mooie en soms ook diepgravende beschouwingen waarbij het opvalt hoe niet-kunstkenners zinvolle opmerkingen maken en wijzen op vaak verborgen of onderbelichte aspecten van het desbetreffende schilderij.

Interessant is ook wat er over het Rijksmuseum wordt verteld. Bij de bouw in 1885 was dit het grootste gebouw in ons land en het telt momenteel 1.1 miljoen items.

Vele bekende schilderijen passeren de revue waaronder deze:

  • Johannes Vermeer: ‘Brieflezende vrouw’, ‘Liefdesbrief’, ‘Straatje in Delft’, ‘Melkmeisje’.
  • Pieter de Hooch: ‘Mensen op plein achter huis’, ‘Moeders taak’.
  • Meindert Hobbema: ‘Watermolen’.
  • Frans Hals: ‘Het echtpaar’ en ‘De vrolijke drinker’.
  • Jacob van Ruidael: ‘Watermolen bij Wijk bij Duurstede’.
  • Pieter Saenredam: ‘Interieur van de St. Odulphuskerk in Assendelft’, ‘Stadhuis van Amsterdam’ en ‘Interieur van de St. Bavokerk in Haarlem’.
  • Rembrandt van Rijn: ‘Joodse bruidje’, ‘De nachtwacht’, ‘Zelfportret als Paulus’, ‘Titus als monnik’ en ‘De verloochening van Petrus’.
  • Albert Cuyp: ‘Rivier met landschap’.
  • Govert Flinck: Isaac zegent Jakob’.
  • Jan Steen: ‘De vrolijke familie’.

Prachtig zijn de commentaren bij de schilderijen.

Iemand wijst erop dat de ‘Guirlande van fruit en bloemen’ van Jan de Heem de vorm van een schedel heeft en daarom duidt dit schilderij op onze sterfelijkheid. Het is een vorm om het memento mori uit te beelden.

Interessant is de duiding van ‘De bakker en zijn vrouw’ van Jan Steen door Lidewij Edelkoort. Haar valt op dat de broek van de bakker aan de voorkant een beetje kiert. Zij duidt dit sensueel, in samenspel met de vrouw die een broodje van zijn goedgevulde mand pakt.

Mooi zijn de woorden van Marlies Dekkers bij ‘De liefdesbrief’ van Johannes Vermeer over taal en de zeggingskracht van woorden: ‘lezen is een intense ervaring’. Zij beschouwt het schilderij vanuit een ‘intens voyeuristisch perspectief’. Peter Guidi, Italiaans musicus, kijkt met heel andere ogen naar dit schilderij en dan komen andere aspecten naar voren. Hij ziet dat de luit, die de vrouw in handen houdt, als instrument niet goed is afgebeeld en daarom veronderstelt hij dat Vermeer geen kennis van muziek heeft. Ook verbaast het hem dat er muziekbladen schijnbaar achteloos op de grond liggen terwijl muziekschrift in die tijd best kostbaar was. Guidi ziet ook dat de noten die erop staan, zonder betekenis zijn en dus geen muzikale inhoud hebben.

Een Amerikaan beschrijft zijn gang door het Rijksmuseum terwijl hij op weg is naar de Eregalerij, en dan in het bijzonder naar De nachtwacht. De lezer wordt helemaal meegenomen in de spanning naar het langverwachte moment om dit wereldberoemde schilderij met eigen ogen te mogen zien.

Alain de Botton staat stil bij ‘Het straatje in Delft’ van Vermeer en noemt dit “de Nederlandse bijdrage aan de wereld om te begrijpen wat geluk is”. Hij beschouwt dit schilderij als een ode aan het gewone leven. Een prachtige, diepzinnige overdenking die dit schilderij naar spirituele hoogte tilt.

Ook de woorden van Pierre Audi bij ‘Stilleven met zilveren kan en porseleinen schaal’ van Willem Kalf zijn de moeite waard:

“We hebben alles door het met onze vingers aan te raken maar uiteindelijk hebben we niets omdat we het vermogen om geconcentreerd te kijken, zijn verloren. Het is interessant om geconcentreerd naar de wereld om ons heen te kijken. Schilderijen als die van Kalf kunnen ons helpen om die vaardigheid te ontwikkelen of opnieuw te ontwikkelen”.

Zo herbergt dit boek diepere lagen en is het buitengewoon leerzaam om aan de hand van uiteenlopende mensen stil te staan bij de zeggingskracht van schilderijen. Het is bijzonder boeiend om als lezer te ervaren wat mensen in schilderijen zien en wat zij eraan beleven. Juist deze verhalen geven dit boek dan ook een eigen, waardevol karakter.

Interessant is het afsluitende hoofdstuk over Pierre Cuyper, de architect van het Rijksmuseum.

Van harte aanbevolen!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles