Vrijdag, 27 december, 2019

Geschreven door: Mann, Thomas
Artikel door: Lierop, Tea van

Doctor Faustus

Taal, Tijd en Toon

[Recensie] Deze roman is het verhaal van een genie die zijn ziel verkoopt aan de duivel. Thomas Mann begon aan dit werk in 1943 en voltooide het in 1947, het jaar waarin het ook gepubliceerd werd. Maar zijn eerste aantekeningen dateren al van 1901. De oorspronkelijke titel luidt: Doktor Faustus, Das Leben des deutschen Tonsetzers Adrian Leverk├╝hn erz├Ąhlt von einem Freunde.

In het boek vertelt┬áSerenus Zeitblum, humanist, de levensgeschiedenis van toondichter Adrian Leverk├╝hn. De naam Zeitblum verwijst naar ‘tijd’ en Mann koos deze niet voor niets. Het moment waarop Thomas Mann zijn roman begint te schrijven is ook het begin van de verteltijd in de roman, midden in WOII. Met de beschrijving van Adrians leven gaat hij terug naar hun gezamenlijke jeugd en geeft hij de feiten van historisch Duitsland in de aanloop naar WOI.
“Maar niets, ook mijn eigen zwakheid niet, zal mij beletten voort te gaan om haar te vervullen,- en dus knoop ik weer aan bij de opmerking dat het ons canon-zingen met Hanne-van-de-stal was, waardoor Adriaan bij mijn weten voor het eerst met de sfeer van de muziek in aanraking werd gebracht.” (pag 37)
Wanneer Adrian het gymnasium bezoekt komt hij terecht bij zijn oom. Deze is vioolbouwer en heeft een muziekinstrumentenhandel. Tijdens dit verblijf raakt hij bevangen door de kunstgrepen van de harmonieleer en komt in aanraking met Wendell Kretschmar, de plaatselijke organist. Deze Kretschmar is van grote invloed op Adrian, behalve muzieklessen geeft hij ook lezingen. Adrian beweert dat muziek hem niet persoonlijk raakt, het is een wonderlijk fenomeen waarover hij met distantie spreekt. Maar na twee jaar theologie besluit Adrian compositie te gaan studeren.

De vele uitgebreide passages over muziek kunnen soms wat technisch aandoen. In hoofdstuk 22 staat bijvoorbeeld een verhandeling over twaalftoons muziek, dit is een wijze van componeren en wordt toegeschreven aan Arnold Sch├Ânberg.

Hoofdstuk 25 is helemaal gewijd aan de duivel en is tevens een kantelpunt in het boek. Door Adrians geestesgesteldheid, een gevolg van een bordeelbezoek, is hij ontvankelijk voor zo’n personage. In diverse uitdossingen verschijnt de diabolische verleider in de kamer van Adrian. Deze ontmoeting vindt plaats in het Italiaanse plaatsje Palestrina.

Zeitblum is op de hoogte van deze ervaring door een geheim document waarin Leverk├╝hn zijn ontmoeting met de verleider heeft opgetekend.
“Daar voel ik mij eensklaps door snijdende koude getroffen, als zat iemand in de winterwarme kamer en ging opeens een raam open naar buiten naar het vriesweer. Kwam echter niet van achter mij, waar de ramen zijn, maar valt mij van voren aan. Schiet omhoog van het boek en kijk in de zaal , zie daar Sch. Zeker al teruggekomen is, want ik ben niet meer alleen: Iemand zit in de schemering op de paardenharen canap├ę, die met tafels en stoelen bij de deur ongeveer midden in het vertrek staat, waar wij des morgens het ontbijt gebruiken, – zit in de hoek van de canap├ę met het ene been over het andere, maar het is Sch. niet, het is een ander, kleiner dan hij, lang zo fors niet en hoegenaamd geen echte heer” (pag. 246).
Het pact met de duivel houdt in dat Leverk├╝hn een creatief leven mag leiden, maar dan zal hij de liefde moeten afzweren; zijn leven zal zo koud zijn [ÔÇŽ] “dat de vlammen van het produceren nauwelijks heet genoeg zullen zijn om je erin te verwarmen” [ÔÇŽ] (pag. 275)
Het personage Adrian is deels gebaseerd op Nietzsche. Er zijn een aantal overeenkomsten te melden zoals het bordeelbezoek, de besmetting met syfilis, de psychische aandoening en het citaat uit Nietzsches Ecco homo: “waarbij alles als zalig dictaat wordt ontvangen”, zelfs de leeftijden waarop beide heren slachtoffer werden van de besmetting en de aandoening komen overeen. Het hele boek is doorspekt met teksten van anderen, Mann streefde ernaar die geleende teksten zo organisch mogelijk te verweven met zijn fictie.
Boven de piano van Adrian hangt de gravure Melacolia 1 van D├╝rer met daarop het magisch vierkant. De som van vier getallen in het vierkant van zestien vlakken bedraagt altijd 34. Dit getal zien we terug bij Luther, die op 34 jarige leeftijd zijn 95 stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg spijkert, Adolf Hitler is 34 jaar wanneer hij in 1923 zijn Novemberputsch onderneemt en Leverk├╝hn is 34 jaar wanneer hij ‘Apocalipsis cum figuris‘ componeert.
Andere merkwaardige overeenkomsten zijn te vinden in het getal 39. Luthers vertaling van het Nieuwe Testament verscheen toen hij 39 jaar was, in 1522. Hitler voltooide in 1928 zijn ‘geheime boek‘, hij was toen 39 jaar, Leverk├╝hn voltooide op 39 jarige leeftijd zijn ‘geheim opus‘ in 1924.
In het nawoord van G.A. von Winter van mijn exemplaar staat een zeer interessante uiteenzetting over het vervangen van cijfers door letters, hieruit komen vele verrassende resultaten, een puzzel voor de liefhebber.
Maar wat is nu het verband met Adrian Leverk├╝hns compositietechniek? Het antwoord is te vinden in het boek en wordt in het nawoord verder verklaard. Hierin gaat G.A. von Winter nog een stapje verder door de grondvorm van Leverk├╝hn te vergelijken met de grondvorm in het werk van Thomas Mann.

Het motto

“De dag ging heen, en de invallende duisternis verloste de levende wezens op aarde van al hun zorgen en inspanningen. En ik, ik maakte me als enige op om de gevaren van de reis en de kwellingen bij het zien van zoveel ellende te trotseren: ervaringen die de herinnering waarheidsgetrouw zal weergeven. O Muzen, o verheven talent, kom mij te hulp! O geheugen, dat vastlegde wat ik zag, nu zal uw ware adel blijken!” ( tweede Zang uit het Inferno, De goddelijke komedie – Dante Alighieri, vertaald door Frans van Dooren)
De ondergang die geschetst wordt in deze tweede Zang lijkt op het historisch Duitsland tot en met het vernietigende nationaalsocialisme. Het verschil met Dante is dat in de roman van Mann geen verlossing kwam.
Het boek eindigt met:
‘Wanneer zal uit de uiterste hopeloosheid een wonder dat het geloof te boven gaat, het licht van de hoop opgaan? Een eenzaam man vouwt zijn handen en spreekt : God zij jullie arme ziel genadig, mijn vriend, mijn vaderland.’ (pag. 558)
Dit boek is dichtgeslagen, maar uitgelezen is een groot woord. Ja, ik las alles, genoot intens van veel passages en vond veel achtergrondinformatie. Er waren ook technische essay-achtige stukken bij die ik niet helemaal oppikte, ze waren ingewikkeld vanwege het technische aspect. Maar dat neemt niet weg dat ook van die stukken delen zijn blijven hangen. Door dit boek is in elk geval mijn bewondering voor Thomas Mann nog groter geworden. Ook genoot ik van de gedetailleerdheid en het zeer dichte weefwerk van politiek en muziek.

1 reactie op “Doctor Faustus

  1. Een monument van een boek – ik heb het zojuist weer gelezen – de eerste keer dat ik het las dateert van plm. 6 jaar geleden en maakte opnieuw een diepe indruk op me. Nu heb ik het weer gelezen, langzaam, zorgvuldig. En ik heb diverse keren opnieuw de regels gelezen die Thea van Lierop ook citeert: ÔÇśWanneer zal uit de uiterste hopeloosheid een wonder dat het geloof te boven gaat, het licht van de hoop opgaan? Een eenzaam man vouwt zijn handen en spreekt : God zij jullie arme ziel genadig, mijn vriend, mijn vaderland.ÔÇÖ (pag. 558) En al die keren kreeg ik tranen in de ogen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.