Vrijdag, 6 november, 2020

Geschreven door: Boose, Johan de
Artikel door: Hylkema, Nico

Dondersteen

Adembenemend

[Recensie] Soms stuit je op een roman die je geregeld de adem beneemt. Niet alleen door het verhaal, maar wellicht nog meer door de stijl van vertellen. Dondersteen van de Vlaamse schrijver Johan de Boose is er zo eentje en wat voor een. Een indringend boek.

De hoofdpersoon doorkruist de Verenigde Staten als eerbetoon aan zijn vader, de rationele, aan aardwetenschap verslingerde leraar Robert en aan zijn alcoholische vriend Gary. Het relaas van de reis wisselt De Boose af met scenes uit zijn jeugd.

De Verenigde Staten door de ogen van De Boose is geen opwekkend land en dat is niet vanwege Trump dit keer, maar veeleer door een al te realistische beschrijving van het landschap, de mensen en het leven. De hoofdstukken over de vader zijn een eerbetoon, lijkt het. Zelfs heeft De Boose in een interview dat wel zo betiteld.

Tijdens zijn reis vanaf de Mexicaanse grens naar het Noorden ontmoet de hoofdpersoon – is het De Boose zelf, de foto´s suggereren dat wel – vooral de zelfkant van de Amerikaanse samenleving. De alcoholisten, de verlorenen.

Scènes

De verbeelding van het gehucht Gardner is Lowryaans. De bezoekers van de verlopen kroeg blijven lang in je hoofd hangen, net zoals de landschappen. De Boose beeldt die uit analoog aan de aardkundige lessen van zijn vader. “Een steen is niet zomaar een steen”.

Waar vader Robert een rechtlijnig, zorgvuldig persoon is, die als leidraad slechts de wetenschap erkent, is zoon Johan een romantische schrijver. Waar de vader slechts in hem toegestuurde gesteenten reisde, reist de zoon in het echt. Zich zeker afvragend, wat zijn vader van deze reis zou vinden. Terwijl hij zich laat vergezellen door de schedel van een aapje.

“Ik heb honderden keren naar mijn aapje gekeken tijdens mijn tocht hierheen, maar nu zie ik hem voor het eerst. Hij stond op mijn vaders bureau terwijl hij werkte, in het zelfde glazen kistje.”

Hij vindt uiteindelijk het graf van zijn vriend, hetgeen resulteert in de genoemde kroegscène in Gardner. Hoe hij uiteindelijk ook zijn vaders graf vindt is al net zo hallucinerend. De Boose lijkt hier bijna een magisch-realist. Om in een miljoenen jaren oud landschap geteisterd door natuurgeweld verder te zoeken:

“Het duurt uren. Wanneer de donder zo hard klinkt dat de aarde lijkt te klappen als een ballon, sluit ik mijn ogen. Er gaat een gloed door mij heen. Ik heb het ijskoud, maar het zweet gutst me van het lijf. Hier moeten straks de donderstenen te vinden zijn.”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles