Zaterdag, 19 januari, 2013

Geschreven door: Gerritsen, Esther
Artikel door: Bordewijk, Johan

Dorst

Drentelende dialogen

Elisabeth is nooit een warme, empathische vrouw geweest. In Dorst, de vijfde en nieuwste roman van Esther Gerritsen, blijkt dat ze ongeneeslijk ziek is. Elisabeth neemt dat voor kennisgeving aan; terloops informeert ze haar familie. Dochter Coco trekt bij haar in, om haar tot steun te zijn. Het is echter de vraag hoe onbaatzuchtig die hulp is, houdt Coco er geen geheime agenda op na?

Lees op Athenaeum.nl een fragment uit Dorst

Elisabeth probeert hopeloos grip te houden op haar leven: ze wil gewoon doorgaan en ontkennen wat er aan de hand is. Dat haar ex-man, werkgever en dochter haar met zorg omringen is dan ook nauwelijks te verdragen. Vooral de plotselinge aanwezigheid van Coco, die door een opvoeding met weinig moederliefde ook niet de meest liefdevolle persoon geworden is, leidt tot onrust. Coco wil zich belangrijk maken voor haar moeder, ze wil ertoe doen, ze wil dat haar moeder haar nodig heeft. Maar Elisabeth is vooral met zichzelf bezig en voelt zich opgesloten door al die aandacht. Gerritsen wekt de indruk dat het om iemand gaat met het syndroom van Asperger.

Dialogen

De dialogen zijn vaak ergerlijk simpel, de personages laten soms plompverloren woorden vallen. Soms ook lijken ze op een doelloos pingpongspel waarin de woorden heen en weer kaatsen. Waar dit in een boek meestal tot wrevel leidt bij de lezer, heeft het bij Gerritsen een duidelijk doel. Het illustreert de manier waarop de personages om elkaar heen drentelen zonder dat ze erin slagen elkaar te bereiken. Zo gebruikt zijn de houterige dialogen een prachtig stijlmiddel om het gevoel van de ongemak van de karakters ook bij de lezer teweeg te brengen.

Boekenkrant

Soms ook is er ineens een dialoog die wel veel inhoud heeft. Met een paar zinnen weet Gerritsen een veelomvattend en treffend beeld neer te zetten.

‘”Mocht jij weg van haar?”
“Dat bepaal ik zelf.”
Elisabeth lacht.
“Waarom lach je?”
“Zegt zij dat? Zegt zij: ‘Dat bepaal je natuurlijk zelf’? Zegt ze dat?”
“Dat is toch ook zo.”
“Je bent een hond die geen hond wil zijn.”
“Ik ben geen … Godver.”
“Je wilt geen hond zijn, ik weet het.”‘

Ook zonder dat je iets van de context weet roept dit fragment de slaafsheid van haar ex (en zijn ontkenning daarvan) op, maar vooral laat het zien hoe Elisabeth hem treitert. De scheiding heeft zij duidelijk niet verwerkt.

Omslachtig

Coco is ook een zonderling portret, dat hopeloos op zoek naar geborgenheid liefde met seks verwart. Ze vraagt mannen met haar te neuken, pijpt een cafébaas en gaat met Jan en alleman mee naar huis. De navrante sfeer van in zichzelf opgesloten, gemankeerde en om elkaar heen draaiende personages blijft het boek beheersen. Zo nadrukkelijk dat het gaat vervelen. Aanvankelijk is de stunteligheid van de personages bij tijd en wijle humoristisch, bijna absurdistisch. Dat grappige aspect opgeteld bij de uitvergrote ellende geeft de personages diepte. Maar na verloop van tijd wordt het aanvankelijke stijlmiddel van richtingloze dialogen een omslachtige manier om te ontwijken wat er echt aan de hand is. Het geneuzel gaat maar door en door, dat irriteert, vooral omdat de plot verder niet veel voorstelt. Moeder en dochter zitten elkaar in de weg en dat blijft zo, een patstelling. Er zijn geen openingen, geen ontsnappingen. Het verhaal gaat dan ook nergens meer naar toe en eindigt weinig verrassend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *