Zaterdag, 23 februari, 2008

Geschreven door: Peek, Gustaaf
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Dover

Eenzaamheid in het gezelschap van velen

Ze zijn allemaal op de vlucht. Ze fingeren verledens, verzinnen nieuwe namen, zwijgen, aanvaarden, proberen te leven ondanks alles. De personages die Gustaaf Peeks tweede boek Dover bevolken, zijn ontworteld, eenzaam. En op zoek? Ja, maar zo cliché als het klinkt, zo is het niet, de toenaderingen ontstaan heel natuurlijk, zijn onaf, lijden onder de vrees voor te hoge verwachtingen. De eenzaamheid en onuitgesproken angsten blijven de ondertoon, bij alles. Hoe veilig de situatie ook is, hoe mooi de prille romances ook zijn, een gevoel van indefiniteit overheerst. Het is een realisme dat past bij Peeks sobere, poëtische stijl.

‘Iets had de straat schoongeveegd. Links en rechts zag hij geblakerde daken, huizen met zwarte krassen, gaten. Hij was al wakker, dat was het niet. Licht scheen door het raam op zijn lichaam. Maar de straat was weer verlaten en de huizen lokten hem met hun zwarte monden. Hij was op zoek naar de plek. Ze hadden haar weer weggehaald. Ze had hier ergens gelegen. Hij had haar naam geroepen ook al wist hij dat ze niet zou reageren, maar hij had geroepen en ze hadden hem op de wagen gehesen. Ze was weg. Hij wist niet wie haar had meegenomen. Geklop op de deur. Zijn kamer. Zijn lichaam bewoog in het zonlicht. Zijn hete dekens lieten hem los.’

Vreemde plekken die vertrouwde nachtmerries oproepen. Marlon ontvluchtte zijn vaderland Indonesië toen bij rellen zijn hele familie verdween; hij was getuige van de dood van zijn zus. In Nederland is hij illegaal, onder de hoede van restauranthouder en mensensmokkelaar Mr. Chow, en wordt hij Tony genoemd. Zijn leven is simpel nu: ’s avonds koken in het restaurant, slapen in zijn gordijnloze kamer, ’s ochtends koffie drinken met huisgenoot Bas (voorheen, net zo goed gefingeerd, Sebastian Sidibé – de achternaam is die van een van zijn slachtoffers), zo vaak mogelijk naar de film, altijd dromen van zijn huisgenote, de Nederlandse Kiki, die ‘s nachts gebouwen fotografeert. Hun eerste ontmoetingen zijn van een vertederende onhandigheid, maar krijgen geen kans op een vertrouwd vervolg door Tony’s (onaangekondigde) vertrek naar Dover. Ook Bas, ook Kiki zijn op de vlucht, maar in hoeverre zij slachtoffer zijn…

Bij Bernard Friss, asielrechtadvocaat, is dat duidelijker. Hij helpt mensen, maar zijn vermogen onvolledige verhalen te geloven en daarmee asielaanvragen erdoor te krijgen, wordt twee vrouwen fataal. Een van zijn voormalige cliënten komt om bij een auto-ongeluk, net als twee Oost-Europese vrouwen. Alles wijst op vrouwenhandel, prostitutie. Friss valt. Hij verlaat het grote kantoor waar hij werkte, zijn vrouw verlaat hem, de zaken die hij doet worden steeds smoezeliger, met mannetjes als Mr. Chow. Hij redt de zwangere Aylin van prostitutie, maar organiseert tegelijkertijd een containersmokkel met illegalen. Friss is interessant: zijn idealen en de weerbarstige praktijk weerhouden hem niet van handelen. Hij overweegt, twijfelt, handelt en maakt fouten. Maar hij doet tenminste wat.

Kookboeken Nieuws

Is de passiviteit van de anderen nu zo passend voor het thema, of heeft Peek zijn personages gewoon te weinig kleur gegeven? Hoewel de asielproblematiek verstrekkender is, meer personen raakt – daarom is de mozaïekstructuur hier ook zo zinnig -, raakt Dover je minder dan Peeks eersteling Armin. Dat boek, over drie generaties wortelloze, geadopteerde mannen, was vol onbegrepen drijfveren, met frustraties gevulde eenzaamheid. Armin was tragischer, hoewel of misschien juist omdat ieder van de personages zijn dood aan zichzelf te wijten had, aan niemand anders. Armin was overzichtelijker, misschien.

Dat Dover een minder boek is, wil niet zeggen dat het een slecht boek is. Peek heeft niet de volle potentie van zijn personages, van zijn thema weten te bereiken. Maar hij is stilistisch sterk, hij weet in weinig woorden veel over te brengen, is bij tijd en wijle poëtisch (‘Hij wilde geloven dat hij de achtervolging van het fluisterende verkeer achter hem verzon’, als Bas bang is herkend te zijn door een landgenoot; bij Tony’s eerste ontmoeting met de Noordzee: ‘De zee wentelde zich wit onder zijn ogen. Golven rolden en vielen op het strand. Alles was minder blauw dan hij eerder had gedacht. Hij stond stil op de top van het duin. Voor het eerst dacht hij na over de geur van water.’), en schetst een realistisch en concreet beeld van de problematiek, met personages die misschien niet helemaal ingevuld zijn, maar uiterst menselijk zijn. Daarmee is Dover vooral een tweede stap in een hopelijk omvangrijk oeuvre, dat abstracte, impopulaire onderwerpen laat zien als dingen die iedereen raken. Een oeuvre dat zoekt naar dat wat de mensen van nu bindt: eenzaamheid in het gezelschap van velen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *