Vrijdag, 7 augustus, 2020

Geschreven door: Sebald, W.G.
Artikel door: Heij, Thomas

Duizelingen

In het spoor van Sebald

[Recensie] In het uiterste zuiden van Duitsland slingert langs een klaterend, koel bergbeekje tussen de hoge naaldbomen en frisgroene heuvels een wandelpad. Dat pad is de ‘Sebald-Weg’. Het voert naar Wertach im Allgaü, het geboortedorp van de schrijver W.G. Sebald. De route is gebaseerd op Sebalds debuutroman Duizelingen, die onlangs opnieuw is uitgegeven. Afgelopen zomer was ik in de Allgaü en liep ik de Sebald-Weg. Welke inzichten levert dat op?

Sebald was, meer nog dan menig schrijver, een auteur die zijn lezer uitdaagde hem na te lopen. Zijn verhalen zijn een intrigerende mengeling van autobiografische herinneringen, historische en literaire verhalen, en contemplatieve reisverslagen. Om die unieke stijl werd hij bewonderd en geprezen door bijvoorbeeld Susan Sontag, A.S. Byatt, Patti Smith en Robert Macfarlane.

Van V naar W

In Duizelingen is dat nalopen zowel figuurlijk als letterlijk op te vatten. Figuurlijk vanwege de vele verwijzingen die Sebald erin gestopt heeft. Zo heet het slotdeel Il ritorno in Patria: een verwijzing naar de opera Il ritorno d’Ulisse in patria (‘De terugkeer van Odysseus in zijn thuisland’) die Monteverdi voor de Venetiaanse opera componeerde. De verteller, die zo’n beetje samenvalt met Sebald, reist ook vanuit Venetië naar zijn geboortegrond. Daar is hij letterlijk na te lopen, dankzij de precieze beschrijving van zijn wandeling naar Wertach. Of eigenlijk naar ‘W.’, zoals hij het noemt – en dat lijkt weer een verwijzing naar ‘provinciestadje N.’ zoals we ze bij Gogol en Tsjechov aantreffen.

De Sebald-Weg begint naast het oude, inmiddels verlaten, douanekantoor op de staatsgrens met Oostenrijk. Pas nu ik ter plekke ben, valt me op hoe vreemd deze onderneming van de verteller in Duizelingen is. Nu is het zomer en is de route bewegwijzerd, maar in het boek is het november, begint de schemering te vallen en dreigt het te sneeuwen. Wat bezielde Sebald deze tocht te maken?

Bazarow

Het eerste stuk van de wandeling is idyllisch. Je loopt er langs de beek het dal in. Langs de route staan een aantal palen met tekstfragmenten uit Duizelingen. In het eerste fragment schetst Sebald dat de bergkloof is vervuld van doodstille duisternis en dat er boven hem een sneeuwjacht losbarst. Hoe anders is het nu: in de zon liggen drie kalfjes op een helling te herkauwen en hun bellen klingelen vredig.

Duizelingen

Iets voorbij de bosrand ligt een simpel maar keurig witgepleisterd kapelletje. Sebald schuilt er even voor de sneeuw en ervaart er een ‘duizeling’:

“Ik zat een poosje in dat gemetselde gebouwtje. Achter het kleine raampje dreven de sneeuwvlokken voorbij, en weldra had ik het gevoel dat ik op reis was in een bootje en een groot water overstak (…) Ik kon en kan mij niet herinneren of ik als kind met mijn grootvader, die mij overal mee naar toe nam, ooit in de kapel van Krummenbach ben geweest. Maar kapellen zoals die van Krummenbach waren er in groten getale in de buurt van W. (…) En ik zag Tiepolo, die [in 1750] waarschijnlijk tegen de zestig liep en al ernstig aan jicht leed, in de kou van de wintermaanden boven op de steiger liggen (…) Met dergelijke fantasieën in mijn hoofd en ook indachtig de Krummenbacher schilder, die misschien in de wintertijd van hetzelfde jaar niet minder zijn best had gedaan op zijn veertien kleine kruiswegstaties dan Tiepolo op zijn grote plafondschildering, wandelde ik vervolgens, het was waarschijnlijk al tegen drieën, door de weiden (…)”

Zo vermengt hij, in een alinea die maar liefst vier pagina’s beslaat, een dagdroom met een jeugdherinnering en speculatie over een beroemdheid die hem is voorgegaan: een typische Sebaldscène.

De feiten die ik op locatie kan natrekken kloppen grotendeels: het kapelletje is open, er past inderdaad maar een handjevol mensen in en de schilderijtjes met kruiswegstaties zijn dan misschien niet meer beschimmeld, maar wel aandoenlijk slecht geschilderd. Als ik uit het raam kijk, kost het me door de golvende heuvels weinig moeite te zien waar Sebalds dagdroom vandaan komt.

Vernietiging, verval en vergankelijkheid

De weg voert verder langs de groene glooiingen van verlaten skipistes, via het dorpje Unterjoch richting een bos. Daar introduceert Sebald zijn bekende thema’s: vernietiging, verval en vergankelijkheid – niet zelden gekoppeld aan de Tweede Wereldoorlog.

Bij een drukke kruising waar nu de BMW’s voorbijrazen weet Sebald te vermelden dat daar in april 1945 een viertal jongens omkwam in een laatste gevecht. Volgens Sebald staat er op het kerkhof van Wertach een gedenkkruis met de tekst dat zij stierven voor het vaderland. Op de plek zelf is daar niets van te zien, dus ik vermoed dat Sebald het kruis eerst heeft ontdekt en pas daarna de bijbehorende geschiedenis heeft opgezocht om het in zijn verhaal in te passen.

Weer iets verder op de weg – Sebald kan na tien kilometer lopen in de kou zijn voeten nauwelijks meer optillen van vermoeidheid – staat de zagerij die volgens Sebald “in de jaren vijftig, toen ik net op school zat, compleet met de hele houtopslagplaats in vlammen was opgegaan bij een grote brand die het hele dal verlichtte.”

Aan de rand van Wertach staat de laatste markeringspaal met tekst: “Op een braakliggend terrein naast de brug, waar waterwilg, wolfskers, klissen, koningskaarsen, ijzerhard en bijvoet groeiden, was in de zomermaanden van de jaren na de oorlog altijd een zigeunerkamp geweest.” Volgens Sebald had geen dorpsbewoner een woord tot hen gericht en het is hem een raadsel hoe de zigeuners de oorlog hebben doorstaan. Nu is er geen spoor meer van te vinden.

Wertach

Andere Sebald-fans schrijven wel eens dat hij geboren is in een idyllisch dorp. Wertach is niet idyllisch. Wel is er een VVV, een kerkje en een bakkerij die in het boek Mayrbeck heet maar in het echt (of inmiddels) ‘Bäckerei Mayr’. Middenin het dorp staat, verscholen achter pizzeria Colloseum, het geboortehuis van Sebald. Voorheen was dit een herberg, nu is er een armoedige taxicentrale en een simpel plaket met de tekst ‘In diesem Haus wurde der Schrifsteller W.G. Sebald geboren.’ Ergens past dit wel bij een op verval gespitste auteur.

In Duizelingen zoekt Sebald hier een oude bekende op die hem de voor de hand liggende vraag stelt: “Wat heeft je na zoveel jaren weer naar W. gevoerd, en dat uitgerekend in november?” Een echt antwoord geeft Sebald niet in de tekst: “Tot mijn verbazing begreep hij mijn omslachtige en gedeeltelijk tegenstrijdige uitleg zonder meer. Met name knikte hij instemmend toen ik zei dat ik in mijn hoofd allerlei reconstructies had gemaakt, dat de dingen daardoor echter niet duidelijker, maar juist raadselachtiger waren geworden.”

Terugkeren naar het dorp van zijn jeugd om te zien wat er nog hetzelfde is, wat er is veranderd en welke herinneringen kloppen: dat is waarschijnlijk Sebalds motief geweest om deze reis te maken. Was dit niet de Sebald-Weg geweest, dan was het alsnog best een aardige wandeling door een mooi landschap, maar het zijn Sebalds duizelingen – zijn herinneringen en associaties, en de betekenisverbanden die hij legt – die de route interessant maken.

Nareizen

Had het ook een andere route kunnen zijn? In bepaalde opzichten wel. Het procédé van Duizelingen vinden we ook terug in Sebalds latere verhalen. En was Sebald niet vanuit Venetië en Oostenrijk gekomen, maar vanaf de Duitse kant – zoals ik – dan was hij over een pas gekomen met misselijkmakende bochten en voorheen een dito naam: de Adolf-Hitler-Paß. Vlakbij in Oberjoch was een politieskischool waar SS’ers leerden skiën. Trotse Ariërs suisden er als kleine, nietige stipjes langs de bergwand naar beneden. Het zijn details die Sebald onmogelijk ontschoten zouden zijn: zijn werk zit er vol mee.

Nareizen gebeurt bij andere boeken en schrijvers natuurlijk ook. Je leert dan wat echt is en wat fictie, hoe de schrijver het werk in elkaar heeft gezet, welke indrukken hij of zij wel en niet selecteert en om welke reden. Maar wie Sebald naloopt volgt niet alleen een auteur, maar spiegelt ook wat er in Duizelingen gebeurt: je treedt in de voetsporen van een beroemde gids, brengt de omgeving in verband met literatuur en ontdekt welke geschiedenis er in het landschap sluimert.

Eerder verschenen op de Nexus Leestafel en op Thomas Heij