Dinsdag, 9 mei, 2017

Geschreven door: Visscher, Marco
Artikel door: Jaspers, Arnout

Ecomodernisme

Ketters in de groene kerk

Ecomodernisten vinden dat groei voorrang moet krijgen op verduurzaming

[Recensie] Weg met de taboes op kernenergie, kunstmest, gentech en economische groei. De mens moet juist niet in harmonie met de natuur leven, maar daarvan ontkoppeld worden. Dat is de boodschap van de zeven journalisten die de bundel Ecomodernisme schreven. Zij gaan de strijd aan met de dogma’s van de milieubeweging en de duurzaamheidsprofeten. Of je het me ze eens bent of niet, de bundel zet aan tot nadenken.

‘Groen’ en ‘duurzaam’ staan bij sommige mensen voor een wereldbeeld met religieuze trekjes: kleinschalig en lokaal is altijd beter dan grootschalig en mondiaal. Kernenergie en het Amerikaanse biotechnologie-bedrijf Monsanto zijn van de duivel. Gentech en fossiele brandstof helpen de wereld naar de knoppen. De planeet is niet meer te redden, tenzij morgen de groene revolutie uitbreekt.

Modieus groen

Archeologie Magazine

‘Ecomodernisme’ is een vrij nieuwe stroming, die zich verzet tegen deze irrationele, anti-wetenschappelijke aspecten van ‘modieus groen’. Zeven Nederlandse journalisten proclameren zich nu ook tot ecomodernist. In zestien opstellen, verdeeld over de thema’s energie, landbouw en voeding, natuur, armoede en ontwikkeling, wordt tegen de heilige huisjes van groene revolutionairen aangeschopt.

Volgens de journalisten verhindert de zeer invloedrijke ‘groene’ hetze arme landen om zichzelf uit de honger en armoede omhoog te trekken. Snelle economische groei, desnoods door meer kolencentrales te bouwen, is daar volgens de ecomodernisten urgenter dan de opwarming van de aarde onder de twee graden houden.

Sleutelbegrip ontkoppeling

De ecomodernisten verwerpen het idee, dat de mens weer in harmonie met de natuur moet gaan leven. De mensheid is juist zo succesvol omdat we steeds minder afhankelijk werden van de natuur. Een verdere ontkoppeling van mens en natuur is voor het ecomodernisme een sleutelbegrip.

Hidde Boersma en Joost van Kasteren zetten uiteen wat dit betekent voor onze voedselvoorziening: intensieve landbouw, inclusief genetische modificatie, kunstmest en chemische insecticiden en pesticiden. Dit is de enige manier om de snel groeiende en welvarender wordende wereldbevolking te voeden, zonder dat alle nog ongerepte natuur wordt opgeslokt. Organische landbouw levert daarvoor te weinig op per hectare en is zo arbeidsintensief dat het een groot deel van de bevolking veroordeelt tot een pauperbestaan op het land.

Dit standpunt raakt een open zenuw bij alle romantici die vinden dat we qua landbouw terug moeten naar een mythisch verleden dat nooit bestaan heeft. Boersma schreef hier recent ook artikelen over op de ‘progressieve’ abonneewebsite De Correspondent. Onder de leden brak zo ongeveer een volksopstand uit; menigeen vond dat deze ketter en lakei van Monsanto het zwijgen opgelegd moest worden.

De ecomodernisten zeggen zelf dat ze het onderling niet over alles eens zijn, en hun bundel is daarom ook een oproep tot een rationeel debat over deze kwesties. Zelf vind ik dat ze wat betreft klimaat, kernenergie, intensieve landbouw, gentech en biodiversiteit argumenten aanvoeren waar niemand zomaar omheen kan, zeker niet degenen die zeggen zich zorgen te maken over welke aarde wij aan onze kleinkinderen nalaten.

Ongeloofwaardig

Dubieuzer is de manier waarop wind- en zonne-energie worden afgeserveerd (‘een sprookje’, volgens auteur Bart Coenen). Zijn berekening van de kosten van energie-opslag is simplistisch (en bevat een elementaire rekenfout), en hij verwijst naar een zeer ongeloofwaardige studie waaruit zou blijken dat de productie en aanleg van zonnepanelen meer energie kost dan ze gedurende hun levensduur opwekken.

Zijn bevooroordeelde benadering zie je ook terug in losse opmerkingen als ‘dat voor wind- en zonne-energie ongeveer honderd keer meer land nodig is dan voor fossiele energiecentrales en kerncentrales’. Alsof alle windmolenparken op land staan. Alsof je het land waarop een windmolenpark staat nergens anders meer voor kunt gebruiken, en alsof je zonnecellen niet kunt neerzetten bovenop plekken die al voor wat anders gebruikt worden, zoals daken, en op plekken die nergens voor gebruikt worden.

Zo’n hoofdstuk is een gemiste kans, want er wordt door ‘modieus groen’ inderdaad naïef en te optimistisch gedaan over grootschalige zonne- en wind-energie. Maar beperk je dan tot de meest reële bezwaren.

Biodiversiteit

Waar deze zeven ecomodernisten ook niet heel duidelijk over zijn, is de ultieme rechtvaardiging voor hun programma. Is het doel de grootst mogelijke welvaart en geluk voor zoveel mogelijk mensen, voorkómen dat het mondiale ecosysteem instort, of zoveel mogelijk biodiversiteit behouden? Dat zijn drie overlappende, maar verschillende doelen.

Illustratief voor deze onduidelijkheid is het betoog van Ralf Bodelier en Marco Visscher ten gunste van verstedelijking, inclusief de krottenwijken waarin over dertig jaar naar verwachting drie miljard (!) mensen zullen wonen. Ze maken op zich een interessant punt: wonen in het groen is niet per se ‘groen’ qua energie- en grondstoffengebruik. Mensen op elkaar stapelen is potentieel een stuk milieuvriendelijker. Maar is het ook prettig voor mensen? Dat lijkt voor hen geen overweging: ‘als meer mensen in grote steden wonen, kan er meer landoppervlak worden teruggegeven aan de natuur’.

Wonen in een krottenwijk is geen pretje, geven zij toe, maar altijd nog beter dan wonen op het platteland, met zijn armoede, slechte gezondheidszorg en ouderwetse sociale normen. Stedelingen hebben vaker elektriciteit, gemiddeld een hoger inkomen en leven langer. Ze presenteren deze statistiek alsof het evident is dat het platteland an sich ziek, arm en achterlijk maakt, en de stad vanzelf welvarend, gezond en creatief. Wat de auteurs lijkt te ontgaan, is dat stad en platteland communicerende vaten zijn in een zeer divers en dynamisch evenwicht, dat wel degelijk ernstig verstoord kan raken.

Preuts zwijgen

Het zwakst vind ik het hoofdstuk ‘Bevolkingsgroei is het probleem niet’, van dezelfde auteurs. Wat dit betreft zijn de ecomodernisten het blijkbaar eens met de Verenigde Naties, ontwikkelingsorganisaties en een groot deel van de milieubeweging. Die omarmen namelijk het idee, dat de bevolkingsgroei al over zijn hoogtepunt heen is en dat het probleem vanzelf verdwijnt. Vandaar dat over de mondiale voortplanting in deze kringen al sinds de jaren negentig preuts gezwegen wordt. Tekent zich al een kentering af? Afgelopen maand publiceerde vakblad Science een review waarin deze ‘komt vanzelf goed’ benadering gehekeld wordt.

Ter onderbouwing dat er niets aan de hand is, beginnen Bodelier en Visscher met een argument dat te kinderlijk is om op in te gaan: de hele wereldbevolking kan nog een staanplaats vinden in Zuid-Nederland. Vervolgens stellen ze dat het groeitempo van de wereldbevolking, na het hoogtepunt in de jaren zeventig, al decennia lang afneemt.

Dit hoor je vaak, maar dat geldt alleen voor de groei als percentage van het totaal. Als je kijkt hoeveel mensen er jaarlijks bijkomen – tachtig miljoen – dan is dit cijfer al sinds de jaren zestig vrijwel constant, en de trend is licht stijgend. In dit tempo groeit de mensheid tot 15 miljard in 2100. Erger is nog, dat het leeuwendeel van die groei, dreigt plaats te vinden in Afrika ten zuiden van de Sahara, het werelddeel dat nu al het slechtst in staat is voor de eigen bevolking te zorgen en waaruit mensen massaal wegtrekken.

Dalende kindersterfte

Hoe moet dat nog goed komen? “De snelle groei van de Afrikaanse bevolking laat zien dat we steeds beter in staat zijn om ellende te bestrijden”, schrijven ze, waarna een lofzang volgt op zaken als dalende kindersterfte en betere gezondheidszorg. Dat dit voor een aanzienlijk deel tot stand gekomen is door hulp van buiten Afrika, laten ze buiten beschouwing. Dus is er ook in de toekomst niets aan de hand: ‘Hoe meer mensen, des te meer vreugd’. Zo verklaren ze in een bizar staaltje twisted logic de oorzaken van overbevolking simpelweg tot redenen waarom we ons er niet druk over hoeven te maken.

Een gemis vond ik tenslotte, dat de bundel geen infographics en grafieken bevat. Zeker bij zulke onderwerpen geven die een bijna onmisbare extra dimensie. Het zal wel een budgetkwestie geweest zijn; als Ecomodernisme een succes wordt, kan dat misschien in een latere druk nog worden rechtgezet.

Eerder verschenen op Kennislink