Zaterdag, 10 november, 2018

Geschreven door: Jansen, Mike
Artikel door: Klein Haneveld, Johan

EdgeZero. De beste genreverhalen uit 2016

Goede SF-verhalen, maar niet altijd origineel

[Recensie] Disclaimer: er staat een verhaal van mij in deze bundel, maar vanzelfsprekend neem ik die niet mee in mijn beoordeling.

Dit is de tweede EdgeZero-bundel, na die van vorig jaar [2017/red.]. Samengesteld op basis van de gelijknamige wedstrijd waarin een jury uit meer dan 100 ingezonden verhalen (gepubliceerd in tijdschriften en bundels, of ingezonden voor wedstrijden) een shortlist selecteerde. Het is de bedoeling dat lezers van deze bundel hun top 3 mailen aan de EdgeZero-redactie, met onderbouwing, zodat de winnaar van de EgdeZero-award kan worden gekozen. Daarom worden de verhalen op meerdere manieren aangeboden, onder andere gratis via de EdgeZero-website. Maar ik ben van mening dat deze bundel thuishoort in de boekenkast van iedereen met interesse in de Nederlandse fantastische literatuur.

Vorig jaar had ik nog een beetje mijn twijfels bij sommige verhalen in de EdgeZero-bundel, alhoewel ik er uiteindelijk wel heel positief over oordeelde. Nu zijn ook die twijfels verdwenen. En ook al sprak niet elk verhaal me evenveel aan (dat kan natuurlijk ook nauwelijks), in elk zat wel iets waar ik van genoot. En het zijn ook nog eens meer verhalen dan vorige keer!
Een schuur vol vermogen van AnaĆÆd Haen is een mooi persoonlijk verhaal in een wereld waarin robots gemeengoed zijn. Een mooi plot, maar ik vond er geen helder SF-idee in terug (sterker nog, de wending van het verhaal had niets met genre te maken) en de robots zelf waren nogal ‘ouderwets’. Maar relaties beschrijven kan AnaĆÆd goed en helder.

Van de verhalen van Jan J.B. Kuipers moet je houden. Hij mengt historie met legende met fantasie, schrijft over karakters die op hun best ‘donkergrijs’ zijn en houdt zijn eindes nogal eens ambigu. Ik vind zijn schrijfstijl mooi, en de manier waarop hij een grimmige historische realiteit weet op te roepen, maar geniet eigenlijk vaak niet van de verhalen zelf. Ook hier liet het verhaal een nare smaak achter.
Donkere wolken van Wendy Torenvliet was een mooi spookverhaal, gebaseerd op tragedie, maakte mooi gebruik van Japanse mythologie en was sfeervol. Het einde was misschien voor een echt spookverhaal wat te positief.
Het verhaal van Tais Teng is kort, maar volgens mij is er niemand die in 1500 woorden zoveel weet te vatten als hij. Zoals gebruikelijk beeldend geschreven en met nieuwe ideeƫn in bijna elke zin.
Zielenroerselen van Tom Schoonbaert had ik al gelezen in de Fantastische Vertellingen. Het sprak me bij herlezing nog meer aan dan toen, dat heb je met sommige verhalen. De wereldbouw in dit verhaal is goed gedaan (een wereld waarin reĆÆncarnatie een feit is), maar hij liet bepaalde plotelementen (wie was Erwin?) open die ik graag beantwoord had gezien.
Django Matthijsen komt met een robotverhaal. Ook hier een goed gecomponeerd ouderwets SF-verhaal, maar ik vond er niet echt nieuwe ideeĆ«n in. Dit soort plots ken ik al van Data uit Star Trek – The Next Generation en het was hier wat voorspelbaar.

Wandelmagazine

Eekhoorns komen van Mars was origineel, een andere draai aan de kolonisatie van Mars dan ik ooit eerder had gelezen, en de karakters van de verschillende dieren waren mooi weergegeven. Hier struikelde ik er echter over dat het volgens mij eerder een fantasyverhaal in een SF-setting was dan werkelijke SF, want de kolonisten van Mars ademen hier stikstof en volgens mij kan dat niet. Want stikstof is inert en kan niks laten verbranden. Dat en volgens mij wat al te makkelijk verlopende transformaties aan het einde deden voor mij elke binding met de wetenschappelijke realiteit teniet. Als een soort van SF-parabel echter goed en goed geschreven.
Knielen in de weide was een mooi, kort verhaal.Ā Onder de rook van duizend zielenĀ van Mike Jansen en Nienke Pool was een beklemmend griezelverhaal, waarbij iemand in een soort kleurloos vagevuur terecht komt en zowel engelen als duivels niks goeds met de mensen voor hebben. Op de een of andere manier wil dit verhaal me niet echt bij blijven en het einde vind ik nog steeds niet echt sterk. De man met de holle ogen had uit het verhaal weggelaten kunnen worden.
Ik ben niet van alle verhalen van Jack Schlimazlnik even gecharmeerd, maar deze was wel heel goed. Een algoritme doet foto’s op computers vervagen alsof het echte foto’s zijn. Goed bedacht en met gevoel voor psychologie uitgewerkt, toch had ik graag meer willen zien wat de maatschappelijke gevolgen waren. Een samenleving zonder herinneringen stort toch in, zou ik zeggen? Meer nadruk daarop had mijn voorkeur gehad.
Het verhaal van Django en AnaĆÆd samen vond ik mooi – een goed gebruik van de relativiteitstheorie en twee geliefden die de consequenties moeten dragen van de ruimtereizen van een van hen. Ook hier vond ik het idee niet origineel, maar wel goed uitgewerkt en opnieuw toont AnaĆÆd (daar ga ik even van uit) hoe goed ze is in het weergeven van relaties. De laatste zin is een ‘gut punch’. Behalve dat het niet echt origineel is, toch een van de beste verhalen uit de bundel.
Hoop van Peter Kaptein was fantastisch. Complex van opbouw, een fantastische wereld met een rijke geschiedenis, een fascinerend plot. Niet een enkel SF-idee, wat ik wat jammer vond voor een kort verhaal, daarom dat dit verhaal ook net buiten mijn top drie zal vallen. Ik meen namelijk dat dit verhaal beter past in romanvorm (het leest ook een beetje als het begin van een roman) en ik ben erg benieuwd naar het vervolg en de verrassingen en onthullingen die daarin zouden volgen. Ik wil er zeker meer van lezen.
De lijkenkrabber is goed gruwelijk zoals we gewend zijn van de auteur. Drugs, graffiti, bloed en ingewanden. Je moet er een sterke maag voor hebben, want het is allemaal levendig beschreven. Het is echter vooral afkeer dat ik voelde, geen existentiƫle spanning. Dat is een ander type horror, maar dat ligt me wel iets beter dan dit.

Dode mannen dromen niet – dit verhaal was ontegenzeggelijk goed geschreven, een kruising van Pirates of the Caribbean en H.P. Lovecraft, waarin karakters uit Moby Dick ook nog eens hun opwachting maakten, net als Mack the Knife en anderen. Maar de schrijver wilde volgens mij iets te ‘slim’ overkomen, en daarom is het verhaal naar mijn mening net te complex en niet werkelijk spannend (maar ieder zijn ding – anderen waarderen dit verhaal mogelijk wel omdat het niet alles uitkauwt).
Teken van leven van Iris Versluijs kon mij wel bekoren. Een activiste wil voor een mediastunt met de gedoemde aarde (vol onder andere reuzenkakkerlakken) ten onder gaan, maar blijkt toch niet alleen. Actie, achtervolgingen, een paar goede grote SF-ideeƫn. Een belangrijk element lijkt echter wat veel op het plot van de film Wall-E en het komt allemaal wel erg op de laatste seconde aan.
Floris Kleijne is een bekroond schrijver en blijkens dit verhaal helemaal terecht. Goede hard SF in een post-apocalyptisch Nederland, dat thrillerelementen met vergevorderde technologie vermengt en een goede wending aan het eind bevat. Meerdere zelfs. Sterk gecomponeerd en een genot om te lezen. Ik hoop dat Kleijne meer in het Nederlands zal schrijven.
Jaap Boekestein levert betrouwbaar kwaliteit, zo ook hier. Romantische gruwel in het Japanse dodenrijk.
Meertens & Zn is een mooie psychologische horror. De spruitjesgeur klopt hier wel, want een oerhollandse slager krijgt te maken met een gruwelijk fenomeen: hij hoort het vlees krijsen als hij het aansnijdt. De relatie met zijn broer is volgens mij goed weergegeven en het einde was sterk.
In het verhaal van Mike Jansen komen achtergebleven laboratoria in post-apocalyptisch Nederland weer voor (net als in dat van Kleijne), meer zijn verhaal is wel heel anders dan het eerste. Hier zoekt een jongen in de ruĆÆnes van Eindhoven naar hoop voor zijn kleine gemeenschap. Wat hij vindt blijkt niet zo makkelijk te controleren als hij denkt. Het veranderde landschap is mooi beschreven, net als het ondergrondse lab, en er zit een gaaf SF-idee in het verhaal. Ook weer een sterk einde en een mooie afsluiting van de bundel.
Zoals je merkt uit deze recensie ben ik een liefhebber van SF. Ik vind verhalen die in een SF-omgeving spelen, zoals die van Peter Kaptein, erg tof (veel ideeƫn per pagina), maar als het om korte verhalen gaat geef ik de voorkeur aan een enkel sterk idee, dat goed is uitgewerkt en tot een verrassende conclusie leidt. Het is dan ook nog eens mooi als de ideeƫn aansluiten bij moderne gedachten in wetenschap en techniek, en niet al te bekende paden bewandelen (al vind ik dat je nog steeds verhalen over robots en tijdverschillen kunt schrijven, maar dan moet je er wel een moderne draai aan geven, denk ik). Gelukkig kwam ik in deze bundel wat mijn voorliefde voor harde SF betreft goed aan mijn trekken. Wat mij betreft dus zeker een aanrader!

Ā —
Ā Eerder verschenen op Hebban