Vrijdag, 7 februari, 2020

Geschreven door: Buurman, Peter
Artikel door: Verplancke, Marnix

Een goede nachtrust

Slapeloze nachten

De eerste zin:

“Toen de man wakker werd wist hij nog niet wie hij was.”

[Recensie] Wanneer een inbreker in het huis dat hij aan het leegroven is opeens een man aantreft, schrikt hij zich een hoedje. Maar de man blijft er rustig bij. “Kun je me geen glaasje water brengen?,” vraagt hij, waarop de inbreker, denkend dat dit toch niet meteen de juiste job is voor hem, enthousiast ingaat. De man zit daar al een tijd vast, zo blijkt, in zijn schrijverschap en zijn eenzaamheid, en de inbreker heeft hem bevrijd. “Zullen we samen een hapje gaan eten,” stelt de inbreker voor en dus stappen ze op zijn scooter en rijden ze naar een pitabar, waar ze Id aantreffen, de pitabakker, die al net zo vast zit als de schrijver, maar dan achter de toonbank van zijn restaurant, waar hij met een soort scheerapparaat flinters vleeshomp van het spit raspt.

In een tweede verhaallijn van Peter Buurmans volstrekt originele debuutroman Een goede nachtrust volgen we actrice Floor die het na zeven seizoenen de hoofdrol spelen in een succesrijke soap wel wat gehad heeft met haar personage. Er zit geen evolutie in, meent ze, de vrijheid en de creativiteit ontbreken en acteren is stilaan een sleur geworden. Ze trekt het zich zo aan dat ze er niet meer van kan slapen, een slaapcoach opzoekt en stilaan de grens kwijtraakt tussen realiteit en droom. En dat ondanks de slaapcoach, zou je bijna zeggen aangezien hij Floors dromen misschien al te veel van hun magische aura wil ontdoen.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Peter Buurman, redacteur van de satirische site De speld en tekstschrijver voor het komische tv-programma Zondag met Lubach, slaagt er met verve in deze twee verhaallijnen bij elkaar te brengen op de zaterdagnacht waarop het winteruur ingaat en de klok dus van drie naar twee wordt teruggedraaid, het gratis uur om zo te zeggen, of het uur van de waarheid. En die waarheid heeft veel met de vrijheid en creativiteit te maken die Floor zo mist in haar leven. Alleen wanneer we slapen en dromen kunnen we nog echt vrij zijn, geeft Buurman zijn lezers op vlotte, spitante en fantasierijke wijze mee. En dan nog, want we willen vandaag alles zozeer naar onze hand zetten, dat we ook die dromen hun vrijheid niet meer gunnen.

3 vragen aan Peter Buurman

Ik zie het zo voor me, je lag op een nacht wakker en dacht: laat me eens een boek schrijven over mensen die niet kunnen slapen. Juist?

Buurman: “Het is eigenlijk andersom gegaan, doordat ik erover schreef, begon ik na verloop van tijd soms wakker te liggen. Maar misschien kwam dat gewoon doordat schrijven een heel intensief proces is, en niet per se door het onderwerp van mijn boek. Hoe het ook zij, het was wel positief. Dit kan ik gebruiken, dacht ik.”

Alleen in onze slaap zijn we nog vrij, schrijf je. Wanneer we wakker zijn, moeten we ons voegen naar de regels van de maatschappelijke realiteit. Moeten we weer durven dromen, ook overdag?

Buurman: “Ik erger me er inderdaad wel eens aan hoe weinig vrijheid we nog hebben en hoe we zelfs onze dromen inpassen in het rationele discours. Een droom is niet logisch, zeggen we dan, en vervolgens googelen we er de betekenis van om er de logica van te achterhalen. Als je vaak droomt dat je je tanden verliest, dan ben je wellicht heel erg gestresst. En zo doden we onze eigen creatieve vrijheid. Stel dat we ons die creatieve vrijheid ook overdag zouden gunnen en niet alles meteen zouden dichttimmeren, dan zouden we meteen in een prettiger wereld leven, denk ik wel eens. Al weet ik tezelfdertijd ook dat als we allemaal dromers zouden zijn, we ook wel eens in de problemen zouden kunnen komen. Ik hunker naar de absolute vrijheid, maar besef dat die niet waar te maken is. Die tegenstelling behoort wellicht bij de tragiek van het leven.”

Mensen zijn vloeibaar, besluit de schrijver in je boek, en door over ze te schrijven worden ze vastgelegd. Doe jij dat uiteindelijk ook?

Buurman: “Zo weinig mogelijk. Vandaar dat ik het boek improviserend heb geschreven. Voor ik eraan begon, had ik het idee voor de eerste drie van de uiteindelijke vijfentwintig hoofdstukken. Ik wou nagaan of ik kon schrijven zoals we dromen, op de golven van het onderbewuste, zonder daarbij meteen zweverig te worden. Ik zat daarbij constant met de bezorgdheid hoe ik mijn personages de vrijheid kon geven. Door niet te beschrijven hoe ze eruitzien of over hun achtergrond te verzwijgen, ontdekte ik. Door ze grotendeels onbekend te laten dus. Wat mijn personages buiten het boek doen, blijft ook voor mij een mysterie en er zijn bepaalde zaken die ik ook niet helemaal snap.”

Eerder verschenen op Knack