Vrijdag, 25 oktober, 2019

Geschreven door: Kumpfmüller, Michael
Artikel door: Nooij, Marjon

De heerlijkheid van het leven

Een jaar van liefde en verlies

Het is heel goed denkbaar dat de heerlijkheid van het leven
in al haar rijkdom rondom iedereen en altijd klaarligt,
maar versluierd, in de diepte, onzichtbaar, heel ver weg.
Maar ze ligt daar, niet vijandig, niet onwillig, niet doof.
Als je haar met de juiste woorden roept, bij de juiste naam, dan komt ze.
Dat is het wezen van de magie, die niet handelt, maar roept.

-Franz Kafka, Tagebücher, 1921

[Recensie] Met deze biografische roman heeft Michael Kumpfmüller het laatste jaar beschreven van Franz Kafka. Deze laatste leed aan een destijds niet te genezen vorm van tbc en strottenhoofdkanker. Kumpfmüller is diep de geschiedenis ingedoken om het verhaal te schrijven over de laatste liefde van Kafka. Hij heeft ook het nodige geciteerd uit Kafka’s eigen aantekeningen. Het resultaat van deze studie is een mooie roman die het laatste jaar beslaat waarin de relatie tussen de twee geliefden opbloeide. Ook heeft de auteur de plaatsen bezocht die ze hebben aangedaan, zoals de badplaats aan de Oostzee, sanatoria en Berlijn, dat toentertijd de hoofdstad was van de Weimarrepubliek.

Het verhaal is opgebouwd uit drie delen en wisselt steeds van perspectief, afwisselend vanuit het perspectief van Franz Kafka en dan weer Dora Diamant, waardoor het verhaal van twee kanten wordt belicht en je als lezer de kans krijgt in beide hoofden te kruipen.

Bazarow

Kafka werd op 3 juli 1883 geboren in Praag, in een Joods gezin en had een broze gezondheid. Toen hij in 1917 bloed begon op te geven werd er tuberculose gediagnosticeerd. Ook mentaal was hij niet een van de sterkste. Hij leed aan depressies, was in hoge mate hypochondrisch en had last van fobieën. In 1922 kon hij hierdoor op zijn negenendertigste vervroegd met pensioen. Om zijn gezondheid toch te bevorderen, bezocht hij in de zomer van 1923 de kust van de Oostzee, waar hij in Graal-Müritz in contact kwam met de vijfentwintigjarige Joods orthodoxe Poolse Dora Diamant, die haar beklemmende, strenge leven thuis is ontvlucht en als vrijwilliger werkt in een kindervakantiekolonie. In het begin van hun ontmoeting noemde ze hem volhardend; ‘de doctor’. De vonk sloeg meteen over en een aantal weken trokken ze met elkaar op. Weken waarin ze plannen begonnen te maken voor een leven samen, om te verhuizen naar Berlijn en later misschien zelfs Palestina.

“Een poosje leven ze als onder een stolp, niet geïnteresseerd in wat daarbuiten gebeurt, de ongelofelijke prijsstijgingen, die hen toch aangaan, de algemene onrust, het geestelijk bankroet. Alleen de verhuurster baart hem zorgen. Toen hij woensdag de sleutel kreeg, heeft hij Dora met geen woord genoemd, en nu zijn de twee elkaar al een paar keer tegengekomen, één keer is het tot een gesprekje gekomen, ze hebben zich vriendelijk aan elkaar voorgesteld, maar hij vermoedt dat dat van de ene op de andere dag kan veranderen.”

Een huwelijksaanzoek kon natuurlijk niet uitblijven, maar de vader van Diamant was niet van plan om zijn dochter weg te geven aan een man die in zijn ogen geen goede Jood was. Van een huwelijk is het uiteindelijk niet gekomen, want ook de progressieve ziekte van Kafka gooide roet in het eten.

Als ongehuwd stel hebben ze een Berlijn’s appartementje bewoond, waar hij steeds zieker werd en afhankelijker van haar goede zorgen. Het was een bitter moeilijke tijd op financieel gebied vanwege de inflatie, maar tevens door het opkomende antisemitisme. De koude winter doet Kafka ook geen goed.

Het derde deel is bijna helemaal gewiid aan het ziekbed en sterven van Franz.

s Avonds, als ze bij zijn bed iets zit te naaien of zit te kijken hoe hij ligt te slapen, vraagt ze zich af wie hij is. Is hij degene die ze ziet, een koortsige man met wie ze samenwoont, die ze kust, die haar dat grappige verhaal met de aap voorleest en af en toe een brief, als hij aan zijn ouders schrijft en doet alsof er niets aan de hand is. Hij heeft zich naar de muur gedraaid, daarom kan ze zijn gezicht niet zien, maar ze weet dat het sinds kort iets uitstraalt wat ze niet kent, een licht, voor haar gevoel, maar anders dan destijds in die nacht toen hij haar wakker maakte. Dit keer is het de ziekte, gelooft ze.”

Van de hypochondrische Kafka is in het boek niet veel te vinden. Hij ondergaat zijn lot, misschien zelfs wel wat gelaten en loopt over van liefde voor zijn Dora, die ook een transformatie lijkt te hebben ondergaan. Waar ze eerst een opstandige en zelfstandige vlucht uit haar ouderlijk huis ondernam, is ze in het jaar van hun samenzijn een vrouw die zich geheel en al in dienst stelt van haar zieke geliefde. Dat geduld een schone zaak is, heeft ze zich volledig eigen gemaakt. Ze weet dat ze geen toekomst samen hebben en leeft volledig bij de dag.

Het is hierdoor dat het verhaal geen rauwe randjes heeft, heel harmonieus overkomt en misschien zelfs wat zoet zou kunnen lijken. Kumpfmühller schrijft op een pretentieloze, ingetogen manier en het siert hem dat hij zonder enig oordeel door te laten schemeren, dit liefdevolle, verstillende verhaal heeft kunnen maken. Wat zo mooi is, is dat het geen standaard biografie is geworden, maar dat hij ervoor heeft gekozen om het in romanvorm te gieten. Nergens droge opsommingen van feiten en jaartallen, maar een prachtig chronologisch en meeslepend verhaal. Dialogen zijn sterk in de minderheid, maar de beschrijvingen zijn gedetailleerd en laten je niet alleen de tekst, maar ook de beelden zien.

“[…] hij (Kafka t.t.) maakt een tevreden indruk, houdt als hij in slaap valt lang haar hand vast, niet erg stevig, zodat ze soms vergeet dat er iets is, hij weegt bijna niets, alsof hij elk moment kan wegvliegen.”

Uiteindelijk is Kafka op 3 juni 1924 in een kliniek in Kierling gestorven in de armen van zijn geliefde Dora. De tbc was op zijn strottenhoofd overgeslagen en omdat hij niet meer zelf kon eten en slikken werd hij steeds magerder, teerde weg en het is aannemelijk dat hij niet alleen aan zijn ziekte is gestorven, maar ook verhongerd is.

Tegen de wens van haar geliefde in – hij vroeg haar vlak voor zijn dood om ze te verbranden, de rest had hij al aan zijn vriend Max Brod gegeven – heeft Diamant een groot deel van hun briefwisseling en aantekeningen van Kafka in haar bezit gehouden en gekoesterd, totdat de Gestapo ze in 1933 in beslag heeft genomen. Helaas is dit dan ook verloren gegaan. Diamant zelf is aan de klauwen van de nazi’s ontsnapt, verhuisde naar Londen, waar ze actrice en communiste werd. Op vierenvijftigjarige leeftijd is ze daar op 15 augustus 1952 overleden.

Eerder verschenen op metdeneusindeboeken.nl