Zondag, 31 januari, 2021

Geschreven door: Jong, Stephan de
Artikel door: Veen, Evert van der

Een kleine geschiedenis van het wonder

Ons wonderlijke bestaan

[Recensie] Wonderen intrigeren en irriteren. Ze fascineren mensen met een open mind en kunnen hen met nieuwe indrukken verrijken. Ze verruimen hun blik op de wereld om hen heen en geven nieuwe impulsen aan het alledaagse leven dat soms een sleur wordt. Mensen die leven vanuit hun hart, met een rijk gevoelsleven en ontvankelijk zijn voor wat er om hen heen gebeurt, zullen dankbaar zijn voor wonderen die zij mogen ervaren.

Wonderen kunnen ook ergernis oproepen bij mensen die meer rationeel zijn ingesteld en zoeken naar oorzaken en graag gebeurtenissen logisch willen verklaren. Zij ‘kunnen’ niet zo veel met wonderen omdat ze afwijken van wat – volgens hen – binnen de gangbare werkelijkheid valt. Deze mensen zullen gauw geneigd zijn om wonderen met een kritisch oordeel als onmogelijk af te serveren.

Stephan de Jong, predikant binnen de PKN, geeft in dit boek een kleíne geschiedenis van het wonder. Hij beperkt zich tot de westerse traditie en laat de wonderen in de bijbel goeddeels buiten beschouwing. In vier tijdvakken vertelt hij wonderverhalen en geeft hij visies op het wonder weer. Daaruit blijkt dat er door de eeuwen heen altijd een zekere fascinatie voor wonderen is geweest. Duidelijk wordt ook dat mensen tot aan de verlichting veel ontvankelijker waren voor wonderen. Hun wereldbeeld was dan ook anders dan het onze. Verhalen over bijzondere genezingen, onverklaarbare gebeurtenissen en bijzondere ervaringen zijn er dan ook vele en Stephan de Jong geeft van al die tijden de nodige voorbeelden. Actueel doet de visie van Augustinus aan die zegt dat ons bestaan al een wonder is. Dat zullen de meeste mensen vandaag van harte met hem eens zijn, denk ik, ook al delen zij niet zijn religieuze vooronderstelling van waaruit hij dit zegt. Misschien dat wij juist door de huidige situatie worden bepaald bij de betrekkelijkheid van dingen en onze geringe invloed daarop. Dát wij er zijn en dát zoveel goed gaat, mag een wonder heten.

Augustinus geeft een omschrijving die eigenlijk nog niets aan waarde heeft verloren: “Ik noem datgene een wonder, wat onbegrijpelijk of ongebruikelijk lijkt te zijn en uitgaat boven de hoop of de macht van hen die zich verwonderen”, (p. 53). Ook in onze tijd lijkt er een nieuwe ontvankelijkheid te zijn voor diepere of hogere dimensies van ons menselijk bestaan. De rationele, zakelijke wereld schenkt velen toch te weinig bevrediging. Langs tal van spirituele wegen zoeken mensen naar iets dat boven henzelf uitstijgt en dat heeft toch ook met wonder en vooral verwondering te maken. Daar is behoefte aan, mensen willen geraakt worden. Een prachtig voorbeeld daarvan zag ik in de persoon van Amanda Gorman, de jonge vrouw die stralend en krachtig het gedicht The hill we climb declameerde bij de inauguratie van Biden. Haar optreden maakte grote indruk omdat zij inspireerde en ontroerde en mensen in het hart wist te raken.

C2W

Dat lijkt mij ook de essentie van het wonder: er gaat bezieling vanuit, mensen worden erdoor veranderd en even boven henzelf uitgetild. Een wonder vervoert en laat ons vergezichten zien die normaal niet of slechts schaars voorhanden zijn. Zelfs in orthodoxe kringen is daar behoefte aan, dat blijkt uit het verhaal van de bevindelijke ds. Smijtegelt uit de 17/18e eeuw. Hij geldt in reformatorische kringen nog steeds als één van de ‘oude schrijvers’, zeg maar een orthodoxe kerkvader. Van hem wordt verteld dat hij in een bepaalde situatie werd beschermd door engelen met vlammende zwaarden.

Sinds de verlichting heeft het wonder het niet gemakkelijk. De verhouding tussen natuurwetenschap en geloof raakt gespannen. In het rationele klimaat van mensen als Descartes, Spinoza, Newton en Kant is geen ruimte voor wonderen zoals Stephan de Jong in korte trekken laat zien. Ook de Duitse theoloog Bultmann heeft daar aan het begin van de 20e eeuw moeite mee: “Men kan niet het elektrische licht en de radio gebruiken, in geval van ziekte zijn toevlucht zoeken tot medische en klinische middelen en tegelijkertijd in de geesten- en wonderwereld van het Nieuwe Testament geloven”, (p. 149). Dit citaat is nog volop actueel!

Toch zijn er theologen die zoeken naar de diepere betekenis van wonderverhalen in de bijbel zoals Drewermann die deze sterk psychologisch uitlegt en ds. Carel ter Linden die ze vooral symbolisch uitlegt.

Uiteindelijk pleit Stephan de Jong – terecht – voor een open houding waarin wij – mét onze kritische bedenkingen en ons rationele voorbehoud – de mogelijkheid van het wonder openhouden. Hij refereert aan het boek De Zwarte Zwaan van Nassim Taleb die vertelt dat men er in Europa van overtuigd was dat alle zwanen wit zijn. Bij de ontdekking van Australië kwam men daar zwarte zwanen tegen. Die behoefte lijkt vandaag ook – latent – aanwezig: onvermoede dimensies van ons bestaan ervaren. Dit verlangen naar het goede, de verwondering om de liefde, de schoonheid van het alledaagse mag je gerust een wonder noemen.

Zo eindigt deze geschiedenis heel actueel en dat laatste verdient nadere uitwerking: de wonderen van ónze tijd.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles