Woensdag, 18 januari, 2017

Geschreven door: Rosenberg, Göran
Artikel door: Cohen, Jaap

Een kort oponthoud

Leven na Auschwitz – Gesprek met de Zweedse schrijver Göran Rosenberg

De Tweede Wereldoorlog met zijn verschrikkingen heeft altijd in de belangstelling gestaan. Maar hoe verging het de overlevenden daarna? Hier lijkt een groeiende interesse voor. In Nederland is er de televisieserie Na de bevrijding. In Zweden groeide Een kort oponthoud op de weg van Auschwitz uit tot een bestseller. Hierin beschrijft Göran Rosenberg hoe zijn vader, een Poolse jood, in het naoorlogse Zweden een nieuw leven probeerde op te bouwen.

[Interview] Het was een idyllische plek, de plek waar de Poolse jood David Rosenberg op een dag in augustus 1947 uit de trein stapte. Hij had niet alleen de verschrikkingen van Auschwitz getrotseerd, maar was ook maandenlang onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in een slavenkamp voor de Duitse oorlogsindustrie. Daarna had hij twee jaar nodig gehad om op krachten te komen in een vluchtelingenkamp. Het was een mirakel dat hij er nog was. En nu verruilde hij de meest duistere horizon uit de geschiedenis voor misschien wel de lichtste. In het Zweedsestadje Södertälje leek alles immers paradijselijk: het was omgeven door ruime hoeveelheden licht, lucht en groen, vol naaldbomen en vlierbessen. En niet te vergeten: de oorlog had in het neutraal gebleven Zweden weinig sporen nagelaten. Het leek de perfecte plek om een nieuw leven op te bouwen, en David Rosenberg brandde van ambitie om dat ook te doen. Toch zou het hem nooit lukken om in zijn nieuwe woonplaats te aarden. Hij pleegde uiteindelijk zelfmoord. Meer dan zestig jaar na dato ging de in Södertälje opgegroeide schrijver, journalist en documentairemaker Göran Rosenberg (65) op zoektocht naar het verhaal van zijn vader. Hij schreef er een indrukwekkend boek over, waarvan in Zweden al meer dan 175 000 exemplaren zijn verkocht.

U schenkt in uw boek veel aandacht aan uw geboorteplaats Södertälje, die u De Plek noemt. Wat was er zo bijzonder aan?

“Op De Plek begon mijn vaders nieuwe leven. Vanaf het moment dat hij er uit de trein stapte, was alles mogelijk. De omstandighedenwaren fantastisch: hij vond snel werk en een appartement, hij leefde in een verzorgingsstaat, zijn kinderen – onder wie ikzelf– kregen een geweldige jeugd. Het was dus een goede plek, maar uiteindelijk had mijn vader behoefte aan iets dat hij er niet kon vinden. Hij ging zich steeds meer ontheemd voelen. De Plek was in zijn leven een kruispunt van verleden en toekomst, van toevallige omstandigheden en mogelijkheden, van vreugde en verdriet.”

Sociologie Magazine

Om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding probeerde uw vader in de jaren vijftig in een slepende procedure te bewijzen dat hij in de nazikampen schade had opgelopen. Ondanks zijn zware depressiviteit waren zijn pogingen tevergeefs. Het deed mij denken aan een term die de Nederlandse historicus Isaac Lipschits provocerend ‘De kleine Sjoa’ noemde.

“Ja, daar zit wel wat in. ‘Sjoa’ is wellicht een te sterk begrip, maarde eerste fase van de Wiedergutmachung was inderdaad verschrikkelijk: het was immers een idee van de geallieerden terwijl Duitsland nog niet gedenazificeerd was. Het waren vernederende toestanden, blijkbaar was het niet genoeg om in Auschwitz te hebben gezeten om voor schadevergoeding in aanmerking te komen. Later werd de Wiedergutmachung wel royaler.”

Welke elementen uit het verhaal van uw vader hebben de meeste indruk op u gemaakt?

“Verschillende dingen. Ik wist nog weinig over het leven in het getto van Łódz, waar mijn vader vandaan kwam. Ook details van de gruwelijke gebeurtenissen in de nasleep na Auschwitz – de kampenarchipel, de slavenfabrieken, de uitzichtloze treinreizen– waren mij grotendeels onbekend. En natuurlijk: de ontvangst van 30 000 overlevenden in Zweden in 1945. Wat is daar precies gebeurd? Hierover was vrij weinig bekend, want weinig mensen hadden een reden om het te onderzoeken. Dit deel van het boek heeft een bijdrage kunnen leveren aan de geschiedschrijving van Zweden.”

Hebt u uw vader beter leren kennen door het schrijven van dit boek?

“Ja, ik kan de keuzes die hij heeft gemaakt nu veel beter begrijpen. Dat was voor mij ook de enige reden om het boek te schrijven. Gelukkig zijn mijn warme gevoelens voor hem niet veranderd, want ik ben tijdens de research geen dingen tegengekomen die tot een andere kijk op zijn karakter hebben geleid. Dat was misschien het ergste wat mij had kunnen gebeuren.”

U hebt het boek op een originele manier geschreven, als een monoloog van een kind dat tegen zijn vader spreekt. Hoe bent u tot deze vorm gekomen?

“Het heeft me enige tijd gekost om te begrijpen hoe ik dicht bijeen overleden persoon kon komen. Ik ontdekte dat het alleen kon door terug in de tijd te gaan en mijn vader opnieuw te bekijken als het kind dat ik was. Dat was de uitdaging. Het enige materiaal dat ik in het begin had, waren mijn eigen herinneringen. Die ben ik gaan uitgraven. Je probeert korte gebeurtenissen te herbeleven: de toon van mijn vaders stem, de geur van gebakken haring in het trappenhuis van onze flat, het geluid van een voortdenderende goederentrein – korte herinneringen dus, en van daaruit ga je verder. Daarnaast deed ik onderzoek naar de feiten: ik las veel, maakte een tocht langs de werkkampen waarin mijn vader na Auschwitz had verbleven. Uiteindelijk kon ik het schrijven niet langer uitstellen. En toen ik begon met schrijven, was de stijl er ineens. Het was de enige optie.”

Ik kan me voorstellen dat dit hele schrijfproces een grote impact heeft gehad op uw leven.

“Het was ontmoedigend, ik dacht soms dat ik het nooit zou kunnen. Maar ik wist wel dat ik het moest doen. In de jaren tachtig was ik er al mee bezig. Er is een boek in het leven van elke schrijver waarvan hij weet: dit boek moet ik schrijven. Terugkijkend kun je zeggen dat al mijn andere boeken zijn geschreven ter voorbereiding op dit boek.”

Uw moeder is ook een overlevende van Auschwitz, zij is uw vader achter nagekomen naar Zweden. Wat vindt zij van het boek?‘

“Het heeft haar leven veranderd. Heel veel mensen hebben het boek in Zweden gelezen, wat betekent dat niet alleen mijn vadersverhaal, maar ook dat van haar nu algemeen bekend is. Dat voelt voor haar als een persoonlijke overwinning.”

U hebt een stem gegeven aan de groep overlevenden die destijds in Zweden is opgenomen.

“Ja. Sommigen van de overlevenden – er zijn er nog maar heel weinig – zijn na publicatie naar me toegekomen en hebben me bedankt voor het schrijven van dit boek. In tegenstelling tot het verhaal van Auschwitz is het verhaal over het leven na Auschwitz nog niet vaak verteld. Dat heb ik nu gedaan. Uiteindelijk is dit dus een boek over het leven, niet over de dood.”

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine

Jaap Cohen is als promovendus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en het NIOD