Maandag, 11 april, 2016

Geschreven door: Geus, Mireille
Artikel door: Boer, Else

Een makkelijk kind

Kaassoufflés in een verlaten villa

Twee studentes die op een afgelegen villa moeten passen en een kind dat verdwenen blijkt te zijn. Met zo’n premisse verwacht je een spannend verhaal – en spannend wordt het, in Een makkelijk kind. Mireille Geus gaat echter niet voor de gemakkelijke sensatie. Een thriller is het niet, wel een zorgvuldig opgebouwd debuut waarin veel op het spel staat.

Lees hier een uitgebreid fragment uit het boek op Athenauem.nl.

Eerst iets over het ‘debuut’: het is een wat problematische term om de roman mee te omschrijven. Geus heeft namelijk meer dan twintig jeugdboeken op haar naam staan en sleepte onder meer een Gouden Griffel in de wacht voor een van die werken. Het gaat hier dus om haar debuut voor een volwassen publiek – dat Geus kan schrijven is inmiddels wel duidelijk. Interessant is dat haar hoofdpersonages nog steeds jong zijn. In het boek staan twee studentes en hun vriendschap centraal.

Feit en fictie

Deze studentes, Parel en Willemijn, mogen een weekje op het huis van een rijk Belgisch stel passen. Zo kunnen ze hun vriendschap weer nieuw leven inblazen. Ze zijn uitgekozen door middel van een nogal ongebruikelijke methode: als laatste test heeft Parel een verhaal moeten schrijven. Daar is ze goed in, Parel verzint aan de lopende band verhalen. Het is een van de dingen die Willemijn zo vervelend vindt aan Parel. Ze leeft niet in de realiteit:

Hereditas Nexus

‘”Als verhaal vind ik het zeker leuk,” begon ik voorzichtig en ik vroeg me af of ik weer die oerdiscussie met haar wilde voeren, die nooit tot iets anders leidde dan ruzie. […] Ik had al zo vaak ruzie met haar gemaakt over het feit dat ze niet in de realiteit leefde, maar in haar fantasie, dat het charmant was, maar gevaarlijk.’

Zelf houdt Willemijn van het strikte onderscheid tussen feit en fictie. Het is een van de redenen dat ze Geschiedenis is gaan studeren: om de ‘vaststaande feiten’ te leren kennen. Parel lacht haar daar hartelijk om uit. Juist bij de geschiedenis kan je nooit de werkelijkheid leren kennen en is alles onzeker. Over de waarde van fantasie en fictie zijn veel boeken geschreven. Knap is daarom dat Geus die vraag niet cliché laat aanvoelen, maar in plaats daarvan heel meeslepend weet te maken. Parel en Willemijn staan beiden duidelijk symbool voor een van de twee standpunten, maar blijven echte personages.

Gevaarlijke fantasie

Wanneer de vriendinnen in de villa aankomen wordt duidelijk dat ze niet alleen op het huis, maar ook op het kind van het stel moeten passen. De twee vinden dat vreemd, maar besluiten er het beste van te maken. Een probleem wordt het pas wanneer blijkt dat het kind verdwenen is. In bed ligt een opgevulde capuchon. Geen kind.

Vakkundig weet Geus de spanning op te bouwen. De verlaten villa is een onheilspellend decor. Dat de heer des huizes op het schilderij in de woonkamer duivels (‘compleet met drietand’) in zijn ogen heeft laten schilderen, dat het echtpaar niet te bereiken is, dat er onder het huis een geheimzinnige kelder ligt – je verwacht elk moment een gek met een kettingzaag te zien opduiken. Een van Geus’ kwaliteiten is dat dát nu juist niet gebeurt. In plaats daarvan houdt ze de spanning vast en zet de vriendschap tussen de vriendinnen op scherp. Langzaam werpt zich de vraag op of het kind eigenlijk wel bestaat.

Parel komt met een theorie. Ze vraagt zich af of het echtpaar het kind zelf heeft laten verdwijnen en hun ervoor op wil laten draaien. Willemijn merkt dat ze steeds meer in Parels gedachten wordt meegezogen. Wat is werkelijkheid, en wat niet? Is er eigenlijk wel een kind? Willemijn kan dat mysterie niet oplossen door te vertrouwen op haar rationaliteit:

‘Zoals het er nu uitzag, zoals ik het nu begreep, was het nodig geweest om mijn zwakheid, die ze heel goed kende, zo uit te buiten dat ik aan mijn geestelijke gezondheid ging twijfelen. En ja, ze had me precies gekregen waar ze me hebben wilde. Ik was nu doodsbang en ontredderd. Alles wat ik dacht zeker te weten, daarover twijfelde ik nu ook.’

Nu er een kind verdwenen is, staat er meer op het spel dan alleen de vraag of Parel leuke verhalen verzint. Zo is een Een makkelijk kind ook een vraag over de waarde van verhalen: wat is de waarde van fantasie? Is fantasie zo gevaarlijk als Willemijn denkt? En is Parel gek, of zijn de bewoners van de villa dat? Het antwoord is pas helemaal aan het einde van het boek duidelijk – jammer dat de spanning dan al zo opgerekt is dat het antwoord er eigenlijk niet meer toe doet.

De contrasten tussen de vriendinnen worden in de roman benadrukt, maar waar zij zich samen in kunnen vinden is hun liefde voor eten. Als echte millenials storten ze zich op voedsel: ‘Er waren dagen dat ik bij haar kwam en dat we niet konden praten, nou ja, wel konden praten maar dan over eten, over hoelang, op hoeveel graden […]’. Misschien is het de nadruk op eten, misschien de vraag naar gekte of misschien de knalblauwe kaft: de vergelijking met Het diner van Herman Koch dringt zich op. Of Geus’ roman zo’n bestseller zal worden valt natuurlijk te bezien. Goed te verfilmen zal het verhaal wel zijn – de setting schreeuwt om een camera. Belangrijker is dat het verhaal zelf staat als een huis. Geus heeft een spannende roman geschreven, maar werpt daarnaast vragen op over het nut van fictie, de waarde van literatuur. Een boek om in een avond uit te lezen, en nog een nacht lang over na te denken.