Vrijdag, 1 februari, 2019

Geschreven door: Garnett, David
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Een man in de dierentuin

Een dier dat zijn emoties kan bedwingen

[Recensie] Helemaal origineel is het idee niet. Het tentoonstellen van mensen was tot ver in de 19de eeuw en begin twintigste eeuw geen uitzondering. Mensen afkomstig uit uitheemse oorden werden zowel tijdens als na hun dood (en dan opgezet) tentoongesteld in wereldtentoonstellingen, rariteitenkabinetten of rondreizende circussen.

Blanke mensen werden uiteraard niet tentoongesteld. Ik weet niet of de Engelse schrijver David Garnett (1892 – 1981) door dit fenomeen op het idee is gekomen, maar in zijn korte roman Een man in de dierentuin uit 1924 speelt hij op ingenieuze manier met dit gegeven. In het boek maken we kennis met John Cromartie, een jonge man van in de twintig die nog geen richting in het leven heeft gevonden. Hij wil trouwen met zijn vriendin Josephine Lackett en vindt dat ze voor hem moet kiezen en moet breken met haar familie. Maar Josephine is van mening dat hij eerst maar eens een goede baan moet zoeken. Ze vindt hem een pedant en ijdel mannetje en snapt niet waarom ze van hem is gaan houden. Haar vader, een gevierd generaal is tegen haar relatie met Cromartie. “Ik heb je al honderd keer uitgelegd dat ik niet van plan ben vader in het ongeluk te storten. Ik voel er niets voor het contact met hem te verbreken zonder ook maar een shilling op zak, en afhankelijk te worden van jóú, terwijl je niet eens genoeg geld hebt om er zelf van rond te komen – om je ijdelheid te strelen.” Als ze voor de zoveelste keer, dit keer op bezoek in de dierentuin, het gesprek hierover voeren, krijgen ze ruzie. Josephine vergelijkt John met een aap en merkt boos op dat hij mist in de collectie van de dierentuin. Ze gaan ruziënd uit elkaar en Cromartie besluit zijn leven een radicale wending te geven.

Hij schrijft de dierentuin, de Zoological Society’s Gardens, een brief met de opmerking dat er een belangrijk zoogdier in de collectie mist, namelijk een mens. Cromartie is bereid afscheid te nemen van zijn huidige leven en zich te laten opsluiten. Het bestuur van dierentuin is enthousiast en laat in het apenverblijf een kooi voor hem inrichten, met een openbaar deel, waar hij kan lezen en wat rondlopen, en waar iedereen hem kan zien; en een privé deel met sanitaire voorzieningen. Het wordt een groot succes, al snel staan de rijen tot ver buiten het apenverblijf. Cromartie merkt dat de apen, naast hem zit een chimpansee en aan de andere kant een oerang-oetan, jaloers worden.

David Carnett, we kennen hem van het prachtige Vrouw of vos, was een bekende schrijver in de eerste helft van de 20ste eeuw. Carnett is bekend om zijn heldere stijl, bondige zinnen, haast afgemeten, geen woord te veel. Hij behoorde tot de kring rond Virginia Woolf. Carnett studeerde botanie en zoölogie en was een bewonderaar van Charles Darwin, zo vertelt vertaler Iwan Droog in een informatief nawoord bij de vertaling. Carnett laat Cromartie in zijn brief aan de directie van de dierentuin schrijven: “Ten eerste zou het de collectie compleet maken en ten tweede zou het de bezoeker ertoe zetten een vergelijking te maken waar hij zelf niet zo snel op zou komen. Als een doorsnee exemplaar van de mens in een kooi geplaatst wordt tussen orang-oetan en de chimpansee, zou hij de aandacht trekken van iedereen die het apenverblijf betreedt. Hij zou de bezoekers inspireren tot het maken van een duizendtal interessant vergelijkingen […]. Elk kind zou opgroeien als een kleine Darwin, en zich niet alleen bewust worden van zijn eigen plaats in het dierenrijk, maar ook van zijn overeenkomsten en verschillen met de apen.”

Geschiedenis Magazine

In Een man in de dierentuin onderzoekt Garnett wat het is een mens te zijn. En hoe kun je dat beter doen dan een mens tussen dieren plaatsten. Het gaat Cromartie wonderwel goed af in de dierentuin. Hij went snel aan alle bezoekers en leeft er een rustig en regelmatig leven. De overspannen jongeman die aan het begin van de roman ruziet met zijn vriendin verdwijnt snel op de achtergrond. Cromartie in de dierentuin maakt een volwassen en beheerste indruk. Een mens is in de ogen van Carnett vooral een dier dat zijn emoties kan bedwingen, zo lijkt het en dan wel op de Engelse manier: “Het zelfrespect van meneer Cromartie hing juist af van zijn onaangedane, kalme voorkomen, in combinatie met zijn uiterste beleefdheid in al zijn contacten, met wie hij ook te maken heeft.” Alleen de sporadische keer dat zijn vriendin contact zoekt voeren de emoties weer de boventoon. Josephine is hem namelijk niet vergeten. Eerst is ze woedend over Johns keuze en bang voor een schandaal wat haar familie zou kunnen raken. Als dat uitblijft, niemand koppelt de man in de dierentuin namelijk aan haar familie, zoekt ze toch weer contact. Dan volgt er een langdurig spel van afstoten en aantrekken tussen de twee geliefden. Dit gaat bij dieren inderdaad anders.

Op een gegeven moment let Cromartie niet op en komt hij te dicht bij de kooi van buurman orang-oetan en wordt hij door de tralies heen vastgegrepen. De wrede aap neemt hem genadeloos te grazen en verwondt hem op meerdere plaatsten. Cromartie weet zich te bevrijden, beheerst als altijd, de verschrikte toeschouwers waarschuwen de bewakers. Behoorlijk toegetakeld brengen ze hem naar een ziekenzaal. Dan volgt er een nog wat zoetsappig einde. De missie is volbracht. Cromatrie heeft laten zien dat hij een man is.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles