Donderdag, 4 september, 2008

Geschreven door: Visser, Suzanne
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Een man met mooie benen

Verliefd, boos en verdrietig, echt en saai

Is hij wie hij zegt te zijn?’ ‘Roman, gebaseerd op een waargebeurd verhaal.’ Dan de foto op de omslag – een paar omhoogreikende damesvoeten op een paar stevige herenvoeten op ‘t strand – en de contrastkleur rood. Suzanne Vissers derde roman, Een man met mooie benendoet van de buitenkant pure gemakslectuur verwachten. Chicklit. Is dit boek wat het lijkt te zijn?

Nee, natuurlijk niet, tenminste in hoofdlijnen niet. Allereerst is Henriëtte geen jong huppelkutje als gebruikelijk in genoemde lectuur, ze is een rijpe vrouw van bijna vijftig, weduwe en moeder van twee zoons. En ten tweede wordt dit bijna ware verhaal over de ontmoeting met de foute man niet getekend door hilarische voorvallen, en niet besloten met een happy ending waarin de goede man opduikt. Het is rauwer, echter.

Alsof die echtheid meteen moet blijken uit de volledigheid van het relaas, zet Henriëtte al in het eerste gesprek, gevoerd op pagina twee, haar hele economische situatie uiteen tegenover de wildvreemde man met – hopelijk – mooie benen: ‘“O ja, ik werk voor de locale krant. Officieel manage ik de advertentieafdeling, waardoor ik de uitbaters van kleine bedrijven leer kennen, en ik bouw ook de website, neem foto’s, doe de lay-out. En ik ben meteen nadat ik hierheen verhuisde lid van de Rotary Club geworden.”’

Ondanks deze volstrekt irrelevante ontboezeming wordt Tim, want dat is de man, verliefd op haar, en zij op hem. Dat ondanks dat ze weet dat hij nooit op kan tegen de ‘Enige Echte’, haar ware liefde die al geruime tijd dood is. Tim moet een aantal weken weg voor zijn werk op de Noordzee, en Henriëtte besluit haar tirannieke baas de wacht aan te zeggen en gedurende Tims afwezigheid oude vrienden en familie in Japan en Europa op te zoeken. De korte bezoeken aan een drietal vrienden, haar vader, haar moeder, haar zussen en haar zoons roepen nogal wat herinneringen op, en de vaststelling dat deze vrouw genoeg heeft om gelukkig om te zijn.

Scènes

En dat is ze, zeker nu ze tussen de schetsmatig beschreven bedrijven door chat met, en mails krijgt van haar Tim, lyrische romantische mails. Het maakt haar nog verliefder, de schrijvende Tim lijkt uitgesprokener dan de echte…

én dan begint het weer: de taal van het hart, het proza der hormonen en de poëzie van de geslachtsdelen, in al zijn rauwe eenvoud.

‘“Ik mis je zo. Ik word gek en wil bij je zijn, nu!”
“Je hebt geen idee hoeveel ik van je hou”’
Et cetera, et cetera. [sic]
Ik stel me voor hoe mijn overleden ex lacht om deze uitwisseling van platitudes, om mijn pogingen om opnieuw verliefd te zijn. Hoe hij weet dat hij de Enige Echte is en dat altijd zal blijven. Ik stamp nijdig met mijn voet om het beeld te verdrijven. “Je bent dood.”´

Een ontmoeting in Europa wordt steeds uitgesteld, tot ze eindelijk in Basel met elkaar in bed belanden en elkaar een prachtige toekomst beloven. Een prachtige toekomst, die kort daarop aan scherven gaat als een Nigeriaanse advocaat haar mailt om geld te vragen. Tim was niet wie hij zei dat hij was, hij blijkt een conman te zijn met een Nigeriaanse kameraad die goed is in het schrijven van romantische mailtjes.

Nee, natuurlijk is hij niet wie hij zegt te zijn, dus. Maar de vraag of Een man met mooie benennu meer is dan gemakslectuur is moeilijker te beantwoorden. Henriëtta is geen glossytype, eerder Libelle, maar haar levensdoel is wel uiterst eenvoudig en eenduidig, en wel, ook typisch, de liefde te hervinden. En Visser heeft haar best gedaan de zaken niet te compliceren. Niet alleen is alles waar we ‘bij stil moeten staan’ (is die mooie man wel oké, en wat vreselijk dat dit echt gebeurd is) al op de voorkant gezet, ook alle twijfels en emoties in het boek worden uitgebreid beschreven, voorgekookt. Een groot aantal personages komt net niet anoniem voorbij en e-mails en chatsessies (toch al niet echt literaire vormen) worden volledig gerapporteerd. Er is niets te raden overgebleven wat de lezer op de proef stelt.

Visser beschrijft en reageert primair, verliefd, boos en verdrietig, en daarmee zal recht zijn gedaan aan de waargebeurdheid, maar niet aan vraagstukken van identiteit en liefde (Henriëtte is verliefd geworden op de woorden van een 28-jarige Nigeriaan), de invloed van internet op bedrog, of het contrast tussen de afwezige overleden Enige Echte en de afwezige verre nieuwe man. Een man met mooie benen had door deze motieven zoveel interessanter kunnen zijn, maar het blijkt toch wat het aanvankelijk leek: gemakkelijk, betuttelend van duidelijkheid, saai.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *